U bent hier

Schadelijke vaste stoffen

Schadelijke vaste stoffen

We bespreken hier schade door microscopische partikels, residuen van voedsel, vingerafdrukken, vetstoffen, verf enz.

WAT

Pollutie door stofpartikels

Stofpartikels ontstaan in de lucht en zijn chemisch actief:

  • bv. roet door verbranding van fossiele gassen (ook diesel)
  • bv. metaalpartikels
  • bv. zouten in kustgebieden

Ze dringen binnen door luchtverplaatsing en worden op jassen of op de huid meegenomen.

Interne oorsprong:

  • bv. plafond met kalkverf (alkalisch): stof stapelt zich op
  • bij verbouwing: cement, bouwstof (mogelijk alkalisch), houtstof (mogelijk zuur)
 

Pollutie door hanteren en gebruik

  • aanraken van voorwerpen: handzweet bevat vocht, vetten, zuren en zouten
  • voedselvlekken: bron van chemische aftakeling
  • luchtverfrisser: bevat schadelijke chemische stoffen en solventen
  • verf- en olievlekken van toestellen in de omgeving
  • vandalisme: vrijwillig chemische stoffen aanbrengen op of in de omgeving van erfgoed: zuren, basen en solventen kunnen een volledig verlies veroorzaken. (De kans op een aanslag met schadelijke stoffen moet je opnemen in het noodreactieplan in het calamiteitenplan.)


Chemisch schadelijke stoffen in het erfgoed zelf

Voorbeelden:

  • papier met een hoog zuurgehalte door het productieproces, geloogd materiaal
  • archeologische en etnografische collecties die al besmet zijn in de bodem of door gebruik
Let op: het is soms onmogelijk of niet gunstig schadelijke stoffen te verwijderen. De nadruk ligt op het stabiliseren en het uitschakelen van andere schadefactoren (synergie).

 

SCHADE

Vrij veel stoffen vormen enkel een vlek, maar zuren, basen, zouten of metaalpartikels kunnen chemisch reactief zijn. Solventen in vloeibare of vaste vorm reageren met materialen.

De schade kan onmiddellijk optreden of (wat meer voorkomt) na verloop van tijd, afhankelijk van de schadelijke stof en het materiaal dat wordt beschadigd. Bv. voedselresten of verkeerde schoonmaakmiddelen op zilver blijven eerst ongemerkt; pas na verloop van tijd blijkt de schade.

Zelfs als de residuen zelf inert zijn, kunnen ze schadelijke gassen of vloeistoffen absorberen.
 

Zuren of basen

  • zuurtegraad meten: pH
      • pH 7: neutraal
      • < 7: zuur
      • > 7: base
  • Zuren veroorzaken corrosie of etsen op het oppervlak van metalen of bepaalde kalkhoudende materialen. 
  • Het aanraken van metalen (zowel met vernis en patine als zonder) is schadelijk omdat de handen zuren, zouten, vocht en vetten afscheiden.
  • Na verloop van tijd verzwakken zuren organisch materiaal: papier wordt bijvoorbeeld broos.
  • Basen beschadigen voornamelijk metaal dat lood bevat en proteïnehoudend organisch materiaal, waaronder wol, perkament en leer.


Metaalpartikels

Hopen zich vaak op in stof in industriële of stedelijke gebieden. Ze versnellen de aftakeling van papier en leer, en ook het schadelijke effect van bijvoorbeeld zwaveldioxide.
Een dikke vuil- en stofophoping veroorzaakt een versnelde lokale aftakeling, bv. op minder toegankelijke plaatsen, waar niet zo vaak wordt afgestoft.

 

Zouten

Chemisch actieve zouten in transpiratie, zeelucht of uit ambachten zijn vooral schadelijk voor koperlegeringen en ijzer. Andere specifieke materialen vermelden we bij de materialen waaruit het erfgoed bestaat.

 

VOORKOMEN

  • Laat geen voedsel toe in het depot.
  • Vermijd schadelijke stoffen in de omgeving (toestellen, rook enz.).
  • Gebruik altijd handschoenen bij het hanteren van erfgoed of was je handen vaak.

 

BLOKKEREN

Schakel zo veel mogelijk intern gegenereerde bronnen uit. Het uitschakelen van extern gegenereerde polluenten is haast onmogelijk.

 

DETECTEREN

In het oog houden en waakzaam zijn is het meest doeltreffend:

  1. Volg de conditie van gevoelig materiaal in de nabijheid van reactieve polluenten nauwgezet op (zie conditieblad).
  2. Lees in het hoofdstuk over stof en vuil hoe je de afzetting van stofpartikels kan opvolgen.
  3. Bepaal de zuurtegraad (pH) van een stofafzetting door een staal te nemen, dat lichtjes te bevochtigen en te testen met een pH-strip.

 

REAGEREN EN REMEDIËREN

  • Laat het verwijderen van schoonmaakproducten over aan een gekwalificeerde restaurator.
  • Laat polluenten verwijderen door een restaurator, ook als ze zijn binnengedrongen in stevig materiaal: bv. witgoed, linnen, papier.
  • Stabiliseer in situ: bv. papier bufferen met calciumcarbonaat. Doet dat vooral om schade in de toekomst te vermijden (preventieve conservatie).
  • Roep de hulp in van een specialist.

 

SAMENWERKEN VAN FACTOREN (SYNERGIE)

Als de ingrepen hierboven niet mogelijk zijn, werk dan op het samenwerken met andere schadefactoren (synergie) en schakel een andere factor uit: verminder bijvoorbeeld het contact met licht en de relatieve vochtigheid. (Houd wel rekening met de minimumgrens die wordt aanbevolen voor het materiaal.)

Laatst gewijzigd op 05/11/2013