U bent hier

Schade door stof en vuil

Schade door stof en vuil

Stof en vuil werken samen met heel wat andere schadefactoren. Het voordeel is dat we het makkelijk kunnen opsporen en het meestal ook met de nodige omzichtigheid zelf kunnen wegnemen. Toch is het soms aangewezen stof en vuil te laten zitten waar het zit.

WAT

Stof bevat:

  1. droge partikels die makkelijk te verwijderen zijn met een borstel of stofzuiger. Stof dat is ontstaan door luchtverplaatsing is vaak organisch materiaal met een licht gewicht, zoals textiel. Het kan ook koolstofderivaten bevatten, zoals roet en anorganisch materiaal (silica, schimmelsporen enz.). Stof met een licht gewicht verplaatst zich door de lucht en hoopt zich op in hoeken. Het wordt gedragen door luchtstromen (bv. boven de verwarming) en daalt neer op horizontale oppervlakken. Bij onzorgvuldig onderhoud kan het opnieuw circuleren, tenzij het wordt opgenomen door een stofzuiger. (Borstelen of dweilen brengt het opnieuw in de ruimte en haalt het niet weg.)
  2. Zwaarder stof ontstaat niet door een luchtverplaatsing, maar als afzetting. Denk aan bouwstof, zand van bouwwerkzaamheden enz. Het verzamelt zich bij het punt waar het de kamer is binnengekomen: bij een vloermat, onder ramen enz. Ook zwaarder stof kan zich verplaatsen, maar valt vrij snel weer op de grond.


Vuil is vastgekoekt stof door gebrekkig en niet frequent afstoffen, een hoge relatieve vochtigheid of het gebruik van detergenten. Het kan ook bestaan uit micro-organismen, natuurlijke zouten en suikers, en andere polluenten. Vuil is ook wat overblijft van vorige restauratiebehandelingen. Behalve vastgekoekt stof kan vuil ook een residu achterlaten of een vlek vormen: bv. vet of zweet van de handen, voedsel, suikers, melk, afzetting van kookdampen, roet van roken, verf van schilders, inkt van pennen enz.

We onderscheiden langzame (bv. kledijvezels, vingerafdrukken enz.) en plotse stofophoping (bv. bouwstof, stof door houtzagen, bezetwerk, roet door schoorsteenvegen enz.). Vuil zet zich af op de plaats waar het neerviel.

SCHADE

Stof en vuil veranderen het uitzicht en verstoren de waardering of het opzet van de kunstenaar of maker. Enkele voorbeelden:

  • Glanzende oppervlakken worden mat of dof.
  • Vlekken maken de oorspronkelijke kleuren donkerder.
  • Anorganisch stof en vuil met scherpe randen veroorzaken vezelbreuk bij het transport van fragiel textiel.

Klevend vuil koekt vast en is moeilijk te verwijderen zonder het voorwerp te beschadigen. Ook een verkeerd onderhoud veroorzaakt schade. Als je niet eerst het stof zorgvuldig verwijdert voor je een zilveren voorwerp opwrijft, ontstaan er krassen; dat kan ook als je het stof verwijdert met een borstel of vochtig doekje. Zelfs de meest voorzichtige reinigingsmethodes geven schade door slijtage van het oppervlak. Andere voorbeelden zijn het wegslijten van een vergulding door kwasten of van metaal door het verwijderen van aanslag of corrosieproducten. Bovendien is er bij elke reiniging een risico op plotse fysische schade: val, breuk enz. Vuil verwijderen blijft een delicate opdracht, die je voor waardevolle stukken het best overlaat aan een restaurator. Vuil hoeft ook niet altijd te worden verwijderd omdat schade aan het voorwerp een groter risico vormt, zoals bij textiel.

SYNERGIE

Stof en vuil werken samen met andere schadefactoren.

  • Bij een hoge relatieve luchtvochtigheid dienen ze als voedingsbodem voor schimmels en micro-organismen.
  • Stof en vuil zijn hygroscopisch en maken zo chemische reacties mogelijk, bv. de corrosie van metalen.
  • Stof kan op zichzelf chemisch reactief zijn: bv. vers zweet is zuur en veroorzaakt een snelle corrosie-reactie op koperlegeringen. Stofdeeltjes veroorzaken mogelijk een chemische reactie door hun aard en het materiaal dat ze bevuilen.
  • Stofophoping maakt het voorwerp aantrekkelijk voor aantasting door insecten en schimmels. Insecten voelen zich thuis op stoffige en vuile plekken: bv. motvraat bij zweet op textiel.

Ook daarom is het zo belangrijk stof en vuil tijdig te verwijderen. Andere schadefactoren zijn moeilijker te beheersen.

Voorkomen

  • Maak de voorwerpen in het depot stofvrij en bescherm ze tegen stof bij de opslag in opbergdozen, aangepaste rekken, hoezen enz.
  • Breng pas een hoes aan als je zeker bent dat een voorwerp in goede conditie is. Als bijvoorbeeld de polychromie van een beeld afschilfert, leg je er het best geen hoes over omdat de losse polychromie door wrijving verloren gaat.
  • Kies voor duurzaam materiaal dat de voorwerpen ook beschermt tegen andere schadefactoren: bv. textiel in een zuurvrije kartonnen doos.


Detecteren

De omgeving (bouwkundige materialen, muurafwerking, vloer en vloerafwerking) en de mate waarin luchtcirculatie plaatsvindt (passage dicht bij een deur, tocht) spelen een belangrijke rol bij het zich ophopen en neervallen van stof op een voorwerp.

  • Houd voornamelijk de voorwerpen zelf in het oog op stofbevuiling.
  • Om een beeld te hebben van de snelheid waarmee stof op de voorwerpen neervalt, kan je met een dubbelzijdige kleefband op een stuk papier uittesten hoeveel stof er op de kleefband kleeft. Zet de datum van de start van de controle erop en kijk wekelijks na. 
  • Er bestaan wetenschappelijke methodes om stof te monitoren maar ze zijn duur en nog in volle ontwikkeling.
  • Het is moeilijk een regel te plakken op wat acceptabele stofbevuiling is. Dat is afhankelijk van de aard van het stof en de aard en conditie van het voorwerp. Hoe fragieler het voorwerp, hoe minder snel stof zal worden verwijderd. 


Reageren

Maak voorwerpen die niet in dozen of rekken zitten voorzichtig stofvrij. Als het stof zich binnen de drie maanden ophoopt en/of vastkoekt, kies dan voor een andere plaats en bescherm ze met een hoes tegen stof, als hun conditie het mogelijk maakt.


Remediëren

Verwijder stof en vuil alleen volgens de methodes beschreven in de hoofdstukken van de materialen. 

Afwegen

  • Stof en vuil zijn ook cultureel bepaald. Je hoeft ze niet altijd te verwijderen omdat ze mogelijk een belangrijk deel vormen van de geschiedenis en de authenticiteit van een voorwerp: bv. kunstmatige patine, ouderdomspatine, vuil en scheuren op een kostuum uit een concentratiekamp.
  • Bescherm het voorwerp na het in bewaring nemen wel tegen artificieel stof en vuil, omdat dit de aftakeling versnelt en de authenticiteit schaadt.
Laatst gewijzigd op 25/01/2019