U bent hier

Passieve klimaatbeheersing

Passieve klimaatbeheersing

Bij het verbeteren van het binnenklimaat begin je altijd met passieve maatregelen. Een installatiearm depot is immers een energiezuinig en duurzamer depot. Passieve klimaatbeheersing omvat zowel een aangepast menselijk gedrag, de doordachte plaatsing van collectiestukken als de optimalisatie van de bouwschil. Blijkt actieve beheersing toch nodig, dan helpen de passieve maatregelen om het energieverbruik te beperken en het binnenklimaat stabiel te houden.

Doen/AFWEGEN

Op niveau van het gebouw

  • Voorkom zo veel mogelijk klimaatschommelingen door invallend zonlicht. Voorzie efficiënte zonwering.
  • Zorg voor een sasruimte aan de ingang van het depot om buitenlucht zo veel mogelijk te blokkeren.
  • Laat kieren en spleten afdichten, zodat er geen lucht meer ongemerkt binnenglipt.
  • Zorg voor goede vloermatten voor de toegang tot het gebouw en het depot (ook goed tegen insecten en vuil).
  • Vochtbuffers, hygroscopische bouwmaterialen, brengen meer evenwicht in de vochthuishouding en dempen schommelingen in de RV:
      • stucwerk, zonder dat de vochtbarrière wordt verstoord
      • ongebakken klei, bv. in baksteenvorm en met de perforaties naar de ruimte gekeerd voor een optimale werking
      • cellenbeton
      • kalkhennep
      • ongevernist hout.
  • Verbeter de bouwschil door isolatie, vochtwering en het verhogen van de luchtdichtheid. Deze maatregelen zijn optimaal toepasbaar in nieuwbouwprojecten. Voor historisch waardevolle gebouwen is het box-in-box-principe een geschikt alternatief. Zorg er voor dat alle ingrepen in een monument omkeerbaar zijn.
  • Zorg voor tochtsluizen en valdorpels in deuren, als je het gebouw zo luchtdicht mogelijk wilt maken.


Op niveau van de ruimte

  • Bewaar het erfgoed niet op een niet-geïsoleerde zolder, wegens temperatuurschommelingen.
  • Vermijd kelders die niet volledig vochtvrij zijn. Schat hierbij het overstromingsgevaar in.
  • Gebruik de ruimtes met het meest stabiele binnenklimaat voor het bewaren van klimaatgevoelige voorwerpen. Ze liggen meestal centraal in het gebouw, hebben geen ramen en grenzen niet aan buitenmuren.


Op niveau van de inrichting

  • Meubilair in ongevernist hout kan een extra vochtbuffer vormen (zie Meubilair - Hout of metaal?).
  • Laat ruimte voor een natuurlijke ventilatie tussen muren en meubilair.


Op niveau van het object: plaatsing en verpakking

  • Plaats voorwerpen minstens 10 cm van de vloer (luchtcirculatie en/of overstromingsbuffer).
  • Plaats voorwerpen op afstand van de buitenmuren, het plafond en de verwarming of andere klimatisatie.
  • Vochtbuffers:
  • Positieve microklimaten creëren: door voorwerpen in luchtdichte kisten, dozen of lijsten op te bergen minimaliseer je de invloed van een instabiel klimaat. Voeg bij vochtgevoelige objecten silicagel in geperforeerde zakjes of cassettes (zie filmpjes hieronder) toe voor een optimaal resultaat. Voorkom opwarming van deze micro-ruimte om schommelingen en chemische aftakeling tegen te gaan.


Op niveau van de werking: procedures en gedrag

  • Voer werkzaamheden zo veel mogelijk uit buiten de depotruimte, om het klimaat zo weinig mogelijk te verstoren.
  • Gebruik voor de schoonmaak zo weinig mogelijk water.
  • Plaats vochtige voorwerpen niet meteen (terug) in depot: laat ze eerst langzaam drogen.
  • Jassen, tassen, hoofddeksels en paraplu's blijven achter in een vestiaire bij de ingang.
  • Onderhoud het gebouw. Controleer muren, leidingen en afvoerputjes regelmatig op waterlekken en grijp direct in als er één wordt opgemerkt.
  • Houd ramen en deuren zo veel mogelijk dicht, om het binnenklimaat zo stabiel mogelijk te houden. De enige uitzondering vermelden we hieronder.
  • Natuurlijke ventilatie: het openen van een raam biedt voordeel in vochtige ruimtes, in het bijzonder in historische gebouwen. Doe dit enkel bij droog, gematigd weer en niet als er in de buurt fabrieken of drukke autowegen zijn. Meet eerst het buitenklimaat om zeker te zijn. Voorkom met een fijnmazige hor dat insecten binnenkunnen.
 

Laten

  • Silicaatkorrels met een indicatorkleurstof op basis van kobalt. Die is giftig en kankerverwekkend. Er is een veilig alternatief met de naam neo-blue. Heb je nog het oude product, vervang het dan - desnoods geleidelijk aan - door het nieuwe.
  • Zakjes silicagel die bij nieuwe schoenen, handtassen enz. zitten. Er bestaan veel verschillende soorten silicaatkorrels, elk voor een andere toepassing.

TIPS & TRUCS

  • Silicagel met een indicator (kleurstof) is iets duurder dan witte of glazige korrels. De bufferende werking is dezelfde. Gebruik daarom een mengsel van 1/3 of 1/4 gekleurde korrels en voor de rest de niet-indicatieve soort.
  • Verzadigde silicaatkorrels kun je meermaals regenereren door opwarming in een gewone heteluchtoven of door het toevoegen van water. Vraag de richtlijnen van de producent bij aankoop. De korrels herwinnen zo ongeveer 80% van hun absorptievermogen.
  • Op http://www.conservationphysics.org/ vind je een hoop nuttige artikels over passieve of lage-energieklimatisatie, wetenschappelijk onderbouwd en in verstaanbaar Engels. Auteur Tim Padfield is een van de 'slimmeriken' achter het zogenaamde Denemarkenmodel. De focus ligt daarbij op de kwaliteit van de bouwschil.

Luchtdichte verpakking met silicagel - deel I

Luchtdichte verpakking met silicagel - deel II

Laatst gewijzigd op 21/10/2016