U bent hier

Meettoestellen

Meettoestellen

Er zijn veel verschillende toestellen voor klimaatmeting op de markt. Het is niet altijd gemakkelijk om het toestel te vinden dat het best aansluit bij wat je nodig hebt. Hieronder vind je een hoop tips en een handig document om toestellen te vergelijken.

Kies het type dat het best beantwoordt aan het doel waarvoor het gebruikt zal worden. Het belangrijkste verschil is de manier waarop metingen gebeuren:

  • manueel en analoog of digitaal: thermometer, hygrometer, thermohygrometer
  • automatisch en analoog: thermohygrograaf
  • automatisch en digitaal: stand-alone datalogger
  • automatisch, digitaal en realtime: draadloos monitoringsysteem (= dataloggers of sensoren met draadloze verbinding, ontvanger en eventuele versterkers)

Manuele toestellen hebben het grote nadeel dat je als personeelslid 's nachts en in het weekend niet kan meten, en als vrijwilliger enkel op de beperkte momenten dat je in het depot bent. Maar ze zijn goedkoper, eenvoudig in gebruik en handig voor snelle momentopnames.
 

De klassieke thermohygrograaf

Deze toestellen meten temperatuur en relatieve vochtigheid door het registreren van de effecten die deze klimaatcondities hebben op respectievelijk metaal en (paarden)haar. De registratie gebeurt d.m.v. van stiftjes die in een voortdurende beweging waarden uittekenen op een papier dat om een draaiende cilinder is gewikkeld. De cilinder wordt aangedreven door een kleine motor op batterijen.

Voordelen

  • Klimaatcondities en vooral de eventuele veranderingen zijn zonder tussenkomst van pc of software voorhanden. Ze kunnen gewoon afgelezen worden.
  • De toestellen zijn makkelijk te verplaatsen.
  • De toestellen zijn door de gebruiker zelf te kallibreren.

Nadelen

  • Het zijn delicate toestellen, de registrerende ‘schrijfarmen’ zijn gevoelig voor schokken.
  • Heel regelmatig onderhoud is nodig om leesbare, acurate metingen te bekomen. Regeneer en ijk het toestel 1 à 2 maal per jaar (zie hieronder). Controleer of de pennetjes en de batterijen aan vervanging toe zijn.
  • Het grafiekpapier waarop de meetgegevens worden opgetekend, moet regelmatig vervangen worden. Zoniet worden oudere gegevens overschreven en zijn ze niet meer bruikbaar voor analyse. Bij sommige thermohygrografen ben je gebonden aan een vaste termijn om het papier te vervangen. Bij andere kan je deze termijn zelf instellen op een dag, een week of een maand.
  • Je kan geen diepgaande (digitale) analyses uitvoeren met metingen op papier, tenzij je eerst alles inscant (zie de tip onder Klimaatmetingen analyseren).
  • Ze zijn groter dan digitale toestellen. Je kan ze niet in een vitrine of transportkist kwijt.
  • Ze zijn duurder dan de hedendaagse digitale toestellen.


Een digitaal toestel kiezen

Er zijn veel tal van merken en types toestellen voor klimaatmeting beschikbaar op de markt. De keuze voor het ‘juiste toestel’ hangt af van verschillende factoren:


Wat wil je meten?

In welke mogelijke schadefactor wil je inzicht krijgen? Toestellen voor klimaatmeting meten meestal de parameters temperatuur en relatieve vochtigheid. Sommige toestellen kunnen ook zichtbaar licht, UV-straling of zelfs schadelijke gassen/stoffen meten.

Om te weten wat je precies wil weten, moet je eerst nagaan op welke manier jouw erfgoedcollectie gevoelig is voor specifieke schadefactoren. Raadpleeg de hoofdstukken over materialen en collecties.


Wil je enkel meten of ook inzicht krijgen in ontwikkelingen in je binnenklimaat (loggen)?

Je kan een keuze maken tussen toestellen die je binnenklimaat louter opmeten en weergeven en toestellen die deze gegevens ook bijhouden. Toestellen van het eerste type kan je al tegen erg lage prijzen aankopen. Ze hebben wel het nadeel dat je geen ontwikkelingen in je binnenklimaat kan opvolgen, tenzij je de meetgegevens systematisch en regelmatig van het toestel afleest en neerschrijft. Toestellen van het tweede type zijn al snel veel duurder maar kunnen gedurende zeer lange termijn de meetgegevens automatisch bijhouden. Dit zijn de zogenaamde ‘dataloggers’, zo genoemd omdat ze de gegevens registreren. Jij hoeft ze dan enkel nog correct te analyseren en te interpreteren.


Hoe ‘goed’ moet een toestel meten en/of registreren?

Er zijn soms zeer grote verschillen tussen verschillende meettoestellen/dataloggers. Het is belangrijk dat het toestel van jouw keuze voldoet aan enkele minimale voorwaarden. Sommige toestellen zijn dan weer extreem performant en dus ook veel duurder.

  • Bereik van metingen

Dit zijn de waarden die door een het toestel gemeten kunnen worden. Voor de relatieve vochtigheid is het evident dat toestellen niet minder dan 0% RV of meer dan 100% RV kunnen opmeten. Voor temperaturen ligt dat net iets anders. Stel je in elk geval de vraag of het nodig is dat je meettoestel extreem koude of warme temperaturen kan waarnemen.

  • Accuraatheid/nauwkeurigheid van metingen

Een meettoestel zal (bijna) nooit een exact correct meetresultaat vastleggen. Dit hoeft geen probleem te zijn. Er zal altijd een klein verschil zijn tussen de ‘werkelijke’ toestand en de toestand die het toestel registreert. Dit is de accuraatheid van de metingen. Een minder accurate meting wordt door verschillende factoren veroorzaakt, zoals de kwaliteit van de sensor, maar ook het gebruik van het toestel zelf. Houd er dus rekening mee dat je toestel na verloop van tijd minder accuraat wordt. Dit kan je (deels) verhelpen door een regelmatige kallibratie: zie onderaan deze pagina.

Staar je niet blind op de precisie of nauwkeurigheid van een meettoestel. Bij erfgoedcollecties draait het niet rond erg exacte klimaatomstandigheden, maar eerder rond het verloop van meetgegevens en het vermijden van extremen. 

  • Reactietijd van de meettoestellen

Elk toestel heeft specifieke sensoren die een bepaalde klimaateigenschap moet kunnen vaststellen. Deze sensoren reageren niet altijd onmiddellijk op verandering. Daarom kan er een zekere vertraging optreden tussen een wijziging in het klimaat en het effect ervan op de meetgegevens. In de meeste gevallen is deze vertraging erg klein. Houd er bij het gebruik van een toestel wel rekening mee dat het in een nieuwe ruimte moet ‘acclimatiseren’. Het duurt vaak 5-10 minuten vooraleer de metingen op het toestel 'gestabiliseerd' zijn. 

  • Meetinterval

Een toestel kan voortdurend klimaatomstandigheden meten en deze gegevens (bijna) ogenblikkelijk op een scherm weergeven. Om het geheugen van een datalogger niet te overbelasten, worden de gegevens met een zekere tussenpoos opgeslagen in het geheugen. Bij de meeste toestellen kan je dit interval zelf instellen. Om korte termijnschommelingen te monitoren, hanteer je bijvoorbeeld een klein interval van 10 minuten (reactietijd); voor een meetcampagne van een jaar kan één registratie per uur volstaan. Bij erg lage frequenties (bv. één registratie per dag) riskeer je dat er een aantal klimaatgebeurtenissen aan je aandacht ontsnappen. Hier geldt bovendien ook dat het moment waarop de registratie gebeurt (bv. enkel overdag of enkel ’s nachts), een misleidend meetresultaat oplevert en dus tot foutieve interpretaties en ongeschikte acties kan leiden.

Let op: sommige toestellen kunnen met extreme frequentie gegevens registreren (tientallen keren per seconde), dit is overbodig in de context van erfgoedcollecties.

  • Aantal metingen / Geheugencapaciteit

Het aantal metingen dat een datalogger kan registreren is afhankelijk van de totale opslagcapaciteit voor gegevens. Je zou ook moeten kunnen instellen of de datalogger stopt als het geheugen vol is, of de eerste meetgegevens overschrijft. 


Op welke manier wil je de meetgegevens verkrijgen?

Bij eenvoudige meettoestellen zonder registratie moeten de gegevens rechtstreeks van een schermpje op het toestel gelezen worden. Ook de meeste dataloggers beschikken over de mogelijkheid om de meetgegevens van het ogenblik op het toestel af te lezen van een display. Om echter ook de oudere meetgegevens te kunnen raadplegen (en deze vervolgens te kunnen analyseren en interpreteren) moet de data aan het toestel onttrokken worden. Dat kan op verschillende manieren:

  • Kabel (ethernet/USB)

Dataloggers kunnen rechtstreeks verbonden worden met een computer door middel van een kabeltje. De gegevens worden in het meettoestel opgeslagen maar bij connectie naar de computer overgedragen. Dit houdt in dat beide toestellen hiervoor in elkaars buurt moeten worden gebracht.

  • Draadloos via infrarood

Bij oudere dataloggers kan de gegevensoverdracht verlopen via infrarood signalen. Je moet je computer wel voorzien van een kleine ontvanger voor die signalen die je makkelijk op de USB-poort kan aansluiten. Deze methode vereist dat je de datalogger en de computer dicht bij elkaar brengt, aangezien de infraroodsignalen niet erg ver reiken. Bovendien moet je in sommige gevallen de logger ook rechtstreeks naar de ontvanger op de PC richten, zoniet kan er geen behoorlijke verbinding gemaakt worden.

  • Draadloos via radiogolven

Een draadloze verbinding tussen loggers en een computer kan ook tot stand komen a.h.v. radiogolven. De computer moet natuurlijk wel voorzien worden van een ontvanger voor de signalen die de loggers toesturen. Een belangrijk voordeel van deze methode t.a.v. infraroodsignalen, is dat radiogolven een veel groter bereik hebben. Bovendien verkrijgt men op die manier een autonoom netwerk. Dit betekent dat alle benodigdheden om het netwerk te laten functioneren: draadloze verbinding, software etc. al aanwezig zijn en men dus niet afhankelijk is van een extern netwerk, zoals wel het geval is bij WiFi. Verzeker je er wel van dat op alle plekken binnen jouw site/gebouw deze radioverbinding mogelijk is. Bij zware constructies van (gewapend) beton kan dit een probleem geven.

  • Draadloos via WiFi

Ook WiFi staat een draadloze verbinding toe op lange afstand tussen dataloggers en een computer. De gegevens die door de loggers worden geregistreerd kunnen via het internet aan elke gebruiker bezorgt worden. Anders dan bij radiogolven hoeft de gebruiker niet binnen het zendbereik van de dataloggers te blijven, maar kan de data op elke plek (ter wereld) met een internetverbinding geraadpleegd worden. Ook hoef je geen speciale ontvanger te voorzien als je computer een internet connectie kan maken. In tegenstelling tot radiogolven moet je wel over een WiFi-netwerk beschikken, met verbinding tot internet, om je gegevens op de computer te kunnen uitlezen. Als deze connectie uitvalt moeten de dataloggers in staat zijn de gegevens tijdelijk te bewaren tot de verbinding hersteld is.
Afhankelijk van de leverancier hoef je geen software aan te kopen die je op jouw computer moet installeren. Je kan daarentegen de resultaten rechtstreeks via een internetbrowser (bv. Internet explorer, google chrome, firefox,…) raadplegen. Je betaalt hier dan wel een abonnementskost voor.


In welk formaat wil je jouw meetgegevens kunnen lezen?

Producenten van dataloggers ontwikkelen in de regel een eigen softwarepakket waarmee je de gegevens uit hun toestellen kan raadplegen. De gegevens worden vanuit de toestellen overgedragen in een specifiek bestandsformaat dat enkel met dat programma gelezen kan worden. De gegevens van een logger van een merk kunnen niet zonder omwegen door de software van een andere firma gelezen worden. De gespecialiseerde software kan de gegevens meestal in twee vormen presenteren: als een lijst van gegevens of als een reeks grafieken. In dat laatste geval is het van belang dat je eenvoudig zelf op de gegevens kan in- en uitzoomen, dat je zelf de reikwijdte van de gegevens kan bepalen, etc. Pas dan kan je ook gedetailleerde analyses en correcte interpretaties maken dan de data.

In de meeste gevallen moet je voor die specifieke software ook een eenmalige licentiekost betalen en moet je ze installeren op je computer. Vraag zeker na of en op welke manier updates van de software in de licentie opgenomen zijn.

Een uitzondering hierop is de overdracht via WiFi (zie hierboven). Hierbij hoef je geen software te installeren maar worden de gegevens jou ter beschikking gesteld via een gewone internetbrowser. Je betaalt normaal gezien wel een abonnementskost om je gegevens gedurende een bepaalde termijn te kunnen raadplegen. Het belangrijkste voordeel dat je hierbij hebt is dat je je over een update van de software geen zorgen hoeft te maken (als dat in je abonnement inbegrepen is).

Ongeacht het systeem waar je mee aan de slag gaat, doe je er best aan om ervoor te zorgen dat de gegevens in een formaat geëxporteerd kunnen worden die door andere meer gangbare programma’s gelezen en weergegeven kunnen worden. Het gaat met name om bestandsformaten als .txt en .csv. Met deze gegevens kan je de data verwerken in klassieke rekenprogramma’s (zoals excel) of kun je speciale klimaatgrafieken opstellen door middel van andere software (bv. http://www.monumenten.bwk.tue.nl/)


EEN TOESTEL AANKOPEN

Om je te helpen bij je beslissing vind je in de linkerkolom een pdf met een vergelijkingstabel.

De prijs speelt natuurlijk ook een rol. Om de totale kostprijs de kennen van een meettoestel of datalogger moet je een aantal zaken meerekenen. Het goede nieuws is dat er voor elk budget een meettoestel bestaat.

De basiskostprijs van een toestel

Bij een ‘eenvoudige’ datalogger die je met een kabel of via infrarood signalen uitleest kan je de kostprijs van een toestel makkelijk achterhalen. 

Bij een toestel dat via radiogolven verbinding maakt moet je altijd een ontvanger aankopen. Een ontvanger kan wel vaak door een groot aantal loggers/sensoren van gegevens bediend worden. Je moet er waarschijnlijk maar een aankopen. Sommige firma's bieden een pakket aan waarin een ontvanger en een aantal loggers inbegrepen zijn. Is de afstand tussen de loggers en de ontvanger groot, dan heb je mogelijk ook een versterker nodig.

Bij sommige types loggers kan je bijkomende sensoren aansluiten. Die sensoren kunnen je meetbereik aanzienlijk vergroten en zijn een stuk goedkoper dan de loggers.

Software/abonnementsformule

Bij nagenoeg elk toestel zal je ook de software moeten aankopen waarmee je de meetgegevens kunt uitlezen. In veel gevallen is dit een eenmalige kost en onafhankelijk van het aantal toestellen. Vraag na op welke manier eventuele updates aan de software worden doorgevoerd en of hier een meerkost aan verbonden is.

Bij bepaalde systemen (bv. WiFi systemen) wordt gewerkt met abonnementskosten. Dit is meestal een maandelijkse prijs die je betaalt om je gegevens via een online portaal te kunnen raadplegen. Bij dit soort formules zal de basiskost voor de meettoestellen lager liggen, maar moet je rekening houden met de oplopende kosten van een maandelijks abonnement.

Moet je investeren om WiFi in het depot- of tentoonstellingsruimte te krijgen, reken deze kost dan zeker mee in de totaalprijs voor dit systeem (installatie+internetabonnement).

Kallibratie en transport

Je meettoestellen en dataloggers moeten met een zekere regelmaat gekalibreerd worden (zie hierboven, bij accuraatheid). Bij thermohygrografen kan je dit zelf doen. Voor digitale loggers moet je beroep doen op gespecialiseerde firma’s.

Vraag bij aankoop na met welke frequentie je best de toestellen laat kalibreren. Op die manier kan je dit verrekenen in de totale kostprijs en wachten je geen onaangename verrassingen. Reken hierbij ook de prijs voor het transport van de toestellen van- en naar de plaats waar ze gekalibreerd worden.

Extra toebehoren?

  • Batterijen
  • Kabel
  • Infraroodontvanger voor de PC
  • Ophangsysteem
 

Nog enkele tips

  • Als je maar voor een bepaalde periode een meettoestel nodig hebt, of je budget is beperkt, kan je ook een toestel uitlenen bij het Departement Cultuur, Jeugd & Media van de Vlaamse Overheid. Voor meer informatie hierover kan je terecht bij de erfgoedconsulenten van het Departement
  • Vraag offertes aan bij meerdere firma's en verdelers, want de prijs voor eenzelfde toestel kan sterk verschillen.
  • Weet je niet welke firma's meettoestellen aanbieden? Vraag een lijstje aan bij één van onze consulenten.

EEN TOESTEL IJKEN

Een thermohygrograaf kan je gemakkelijk zelf regenereren en ijken. Maar goed ook, want dat gebeurt het best 1 à 2 keer per jaar. Wat heb je nodig? Eén of twee keukenhanddoeken en een digitaal meettoestel dat je bij je depotconsulent kan ontlenen. Via bijgevoegde link en in onderstaand filmpje wordt uitgelegd wat je moet doen.

Ook sommige digitale toestellen kan je zelf ijken. Daarvoor heb je kalibratiezouten nodig. Dat zijn drie tot vijf capsules die precies over de externe sensor passen. De kalibratiekit wordt niet met je toestel meegeleverd en kost wel wat. Informeer eerst bij je consulenten of zij dit in huis hebben. In alle andere gevallen moet je het toestel terugsturen naar de fabrikant. Standaard ijk je best om de 2 à 3 jaar, maar toestellen in een omgeving met slechte luchtkwaliteit (stof, schadelijke gassen of dampen) moet je vaker ijken.

tips voor het omgaan met een thermohygrograaf: regenereren en kalibreren

Laatst gewijzigd op 25/01/2019