U bent hier

Materialen en technieken polychromie

Materialen en technieken polychromie

Een gepolychromeerd voorwerp is opgebouwd uit verschillende lagen, elk met hun eigen functie. Gepolychromeerde objecten zijn ook vaak meerdere keren overschilderd, volgens de gangbare 'mode' of om andere redenen zoals slijtage. De opbouw is ook afhankelijk van de drager waaruit het object is vervaardigd, zoals hout, steen of een steenachtig materiaal, textiel, papyrus... Meer informatie over de drager vind je bij de materialen zelf. Bij gepolychromeerde objecten moet je dus rekening houden met het materiaal van de drager en met de afwerking.

Auteur: Stefaan De Vlieger, 2016

Retabel hoofdaltaar kerk Kluizen: polimentvergulding bladgoud en glacis ©A-C Olbrechts

VOORBEREIDING VAN DE DRAGER

STEEN

De voorbereidende werkzaamheden bij stenen dragers bestaan uit het dichten van alle onvolkomenheden en vervolgens het stofvrij maken van het steenoppervlak. Dat doe je om een goede hechting te krijgen van de plamuurlaag op oliebasis (zie verder voor meer info).

HOUT

Bij houten dragers kunnen we de voorbereiding van de drager in grote lijnen onderverdelen in: het effenen van het hout, het nemen van maatregelen om de plamuur goed aan het hout te doen hechten en het lijmen van het hout.

  • Bij het effenen van het hout wordt een plamuur gebruikt met dezelfde basis als de plamuurlaag die alle barsten en oneffenheden in de drager zal vullen en glad maken.
  • Een eerste hulpmiddel om de plamuur goed te doen vasthouden is het houtoppervlak vooraf 'in te krassen'. Een tweede is dat je het beeld vóór het plamuren volledig of gedeeltelijk beplakt met een linnen doek, gedrenkt in lijm. Naast het verzekeren van een betere hechting van de plamuur biedt linnen het voordeel dat het weinig of niet gevoelig is voor inkrimpende en uitzettende bewegingen. Hout is dat wel. (Het is een gevolg van klimatologische factoren, zoals het uitzetten en krimpen door schommelingen in de luchtvochtigheid of temperatuur.)
  • De laatste voorbereidende werkzaamheden voor het aanbrengen van de plamuurlaag omvatten het voorlijmen van het houtoppervlak, wat meestal gebeurt met twee tot drie lagen warme lijm (meestal dierlijke collageenlijm, zoals huidenlijm, pezenlijm...).


TEXTIEL, PAPYRUS

Ondergronden in textiel of papyrus, zoals Egyptische mummiemaskers, werden vaak in combinatie met de preparatie (= plamuur) gebruikt. Men drenkte het materiaal in preparatie en modelleerde het tot de gewenste vorm. De drager in textiel of papyrus en de preparatielaag vormen dan samen de drager van het object en tevens de basis voor de verflaag en de vergulding. Een specifieke voorbereiding van een dergelijke drager is er dus niet.

 

Plamuurlaag (= preparatielaag, grondering)

De plamuur voor polychrome objecten komt overeen met de plamuur die gebruikt wordt voor paneelschilderingen. Volgens de samenstelling onderscheiden we drie soorten preparatie

  1. op basis van loodwit en olie, of loodoxide en olie (loodmenie). Door zijn waterafstotende karakter bijzonder geschikt voor steensculpturen;
  2. uit gips (gesso) en dierlijke lijm. Dit type van plamuur werd in Zuid-Europa courant gebruikt;
  3. krijt of kaolien (in plaats van gips in onze streken), eveneens vermengd met dierlijke lijm.

De preparatielaag wordt in vloeibare toestand in verschillende lagen uitgestreken, naargelang van de gewenste dikte. De eerste lagen zijn veel vloeibaarder dan de laatste. Om ze goed aan mekaar te laten hechten wordt, telkens als men een nieuwe laag aanbrengt, de toplaag van de vorige laag bewerkt zodat die half opgelost is. Daarna kan er een volgende laag op worden aangebracht. 

Nadat alles goed is gedroogd, kan de preparatielaag worden afgewerkt. Volgelopen delen, zoals ogen en vingers, worden opnieuw scherpgezet met fijn gereedschap. Nadien wordt de preparatielaag geslepen. Deze bewerking bestaat erin de plamuur zo glad mogelijk te polijsten met slijpmateriaal. Na het slijpen wordt alle stof zorgvuldig verwijderd en wordt nog een laatste dunne laag warm lijmwater aangebracht om de absorberende werking van het krijt of de kaolien te neutraliseren.

De belangrijkste functie van de plamuurlaag is: een goede drager vormen voor de afwerklaag. De plamuur zal ook de barstjes, ruwheden en oneffenheden in de drager bedekken.

De plamuurlaag biedt ook de mogelijkheid om bepaalde foutjes in het sculptuurwerk weg te werken, te verfijnen en eventueel extra decoratieve details toe te voegen. Deze ingreep gebeurt gewoonlijk op zeer kleine schaal en blijft meestal beperkt tot het graveren in de plamuur om bijvoorbeeld bepaalde kledingonderdelen een realistisch textielkarakter te geven. De preparatielaag vormt dan ook een wezenlijk onderdeel van 'het beeldhouwen'.

 

VERGULDEN

Een goede polychromie is een subtiel, uitgebalanceerd samenspel van kwaliteitsmaterialen die, zowel door hun individuele kenmerken als in combinatie, het geheel een apart en kostbaar karakter verlenen.

Het gebruik van bladmetaal is dan ook geen toevallig verschijnsel, maar een essentieel onderdeel van de polychromie van een beeld. Bladmetaal kan goud, zilver, koper of tin zijn. Bladgoud, en in iets mindere mate bladzilver, gebruikt men het meest in de  polychromie van een beeld. Metaalfolies worden als minderwaardig beschouwd. Tinfolie werd gebruikt als basis voor een geperst brokaat.

Er zijn twee types vergulding: de polimentvergulding (synoniemen: watervergulding, glansvergulding) en de matte vergulding (synoniemen: mixtionvergulding, olievergulding).

1. Een polimentvergulding is een vergulding waarbij het bladmetaal na oplegging gepolijst wordt. Het resultaat is een glad en glanzend oppervlak. 

WERKWIJZE:

  • gepolijste preparatielaag of boluslaag
  • aanschieten en opleggen van metaalfolie
  • eventueel polijsten met een polijststeen (bv. agaatsteen of ivoor) 


2. De matte vergulding omvat alle soorten verguldingen waarvan het bladmetaal niet gepolijst wordt en dus een niet-glanzend oppervlak heeft. Dit kan een polimentvergulding zijn die niet gepolijst werd of met een matte laag werd bedekt. Maar het kan ook een vergulding met olie- of lijmhoudende media zijn, die het onmogelijk maakt om het oppervlak te polijsten. Naast de polimentvergulding komt deze olie- of mixtionvergulding het meest voor. Mixtion is lijnolie waaraan siccatieven en harsen zijn toegevoegd.

 

VERFLAAG

De meeste verven bestaan uit drie bestanddelen: de gekleurde pigmentkorrels, het bindmiddel dat de deeltjes samenhoudt en een verdunningsmiddel.

Verf krijgt zijn kleur door pigmenten. Een pigment is een poeder dat uit kleine, onoplosbare en sterk gekleurde korrels bestaat. Het bepaalt ook de transparantie van de verf.

Het bindmiddel is een vloeistof die de pigmentkorrels aan elkaar en op de drager laat kleven. Nadat de verf is aangebracht, droogt het en vormt het een harde film. Het bindmiddel doet dienst als smeermiddel, waardoor de korrels makkelijk over elkaar kunnen glijden. Zij vormen het bindmiddel om tot een pasta.

Verf is dus een pasta die na droging een vaste, gekleurde film vormt. De droge film is in het begin elastisch maar wordt na verloop van tijd hard en bros.

In de volgende tabel sommen we enkele verfsoorten op. Elke soort heeft een ander bindmiddel. 

  VERFSOORT   

BINDMIDDEL IN DE VERF

VERDUNNINGSMIDDEL

Tempera

Emulsie, bv. eigeel van een kippenei 

Water

Olieverf 

Olie, geperst uit rijpe vlaszaden (lijnolie) 

Terpentijn

White spirit
Aquarel

Arabische gom: een stroperige vloeistof die uit een Noord-Afrikaanse boom (Acacia Arabica) vloeit wanneer de bast beschadigd wordt 

Water

Plakkaatverf

Dextrine, zetmeeloplossing die verhit wordt zodat het polymeer ook in koud water oplost 

Water
Acryl Synthetisch polymeerWater
LatexSynthetisch polymeerWater

 

SPECIALE VERFSOORTEN

Glacisverven zijn verdunde olieverven met een weinig pigment of kleurstof, zodat de verf transparant blijft. Ze worden vaak toegepast in de glacistechniek waarbij de transparante glacisverf boven op een dekkende verf of vergulding wordt aangebracht. De glacis geeft een andere kleur aan de vergulding, waardoor bijvoorbeeld het glacisbladzilver op bladgoud zal gaan lijken. Glacisverven worden ook aangebracht op dekkende verven om de kleur een diepere, meer levendige uitstraling te doen krijgen.  

 

PIGMENTEN: overzicht en gebruik in de geschiedenis

Kijk bij de downloads voor een overzicht.

 

DECORATIETECHNIEKEN

Beelden worden, behalve verguld en geschilderd, ook gedecoreerd; met technieken die het beeld een extra dementie kunnen geven. Door deze decoraties kunnen kledingstukken bijvoorbeeld meer op echt textiel lijken, waardoor de polychromie en de uitstraling van het beeld rijker worden.

SGRAFITTOTECHNIEK (= AFHAALTECHNIEK)

De sgraffitotechniek is een decoratietechniek waarbij een laag verf gelegd wordt op een bladmetaal en er nadien gedeeltelijk afgehaald wordt. Zo wordt het bladmetaal opnieuw zichtbaar en ontstaat er een decoratief patroon. Dat kan in verschillende vormen voorkomen, zoals eenvoudige strepen of puntjes of leesbare teksten. Krulvormige sgraffito's op bepaalde kledingstukken van een figuur kunnen bijvoorbeeld schapenvacht imiteren. Sgraffito op de zomen van een mantel imiteert op deze manier borduurwerk.  

MOTIEVEN GESCHILDERD MET DE VRIJE HAND

Het omgekeerde van de sgraffitotechniek is het schilderen van ornamenten met de vrije hand op het bladmetaal of de verflaag. Het voordeel van deze techniek is dat er geen effen ondergrond nodig is. Hij kan dus in combinatie met een pointillering (zie verder) toegepast worden. Deze techniek wordt het meest toegepast op sierboorden en als fragmentarische motieven. Een andere toepassing van met de hand geschilderde motieven is het imiteren van textiel en bont.

POINTILLERING IN HET VERGULDSEL/PONSTECHNIEK

Een vaak toegepast middel om een polimentvergulding te versieren is het aanbrengen van puntmotieven in het metaaloppervlak. De punten verschillen in grootte. Ze worden gegroepeerd tot geometrische vormen of gebruikt als stippel- en puntenlijnen die een rijk gevarieerd geometrisch en floraal lijnenspel vormen.

OPGELEGDE RELIEFAPPLICATIE

Naast het inkrassen van motieven in de preparatie worden ook motieven in opgelegd reliëf gebruikt. Deze applicatie kan op basis van krijt, was of olie zijn en werd toegepast bij het vergulden en schilderen. De opgelegde reliëfdecoratie kan met het oog op het vormelijke toegepast worden (bloedspatten, tranen enz.) of als decoratief motief. Ze bestaan meestal uit eenvoudige kleine bolletjes plamuur die met een penseel zijn aangebracht en samen een decoratief geheel vormen. 

HET GEPERST BROKAAT (WASBROKAAT)

Deze decoratietechniek is een reliëfdecoratie die bestaat uit een reeks losse gefabriceerde vellen waarop brokaat- of goudledermotieven zijn geïmiteerd en die zijn samengevoegd. De dunne vellen zijn vervaardigd uit geperste tinfolie, in een negatief waar een decoratieve vorm is ingekrast. Nadat de tinfolie de decoratieve vorm heeft overgenomen, wordt was of preparatie aangebracht om de vorm te consolideren. Na uitharding worden de vellen verguld en beschilderd alvorens de vellen op hun plaats te kleven. Wasbrokaten hebben toepassingen in onderdelen van kleding van beeldhouwwerk en bij de interieurdecoratie van een tafereel.

EDELSTEENVERSIERING EN ANDERE TOEVOEGINGEN

Tot 1400 werden in de polychromie van talrijke beelden ook parels en cabouchonvormig geslepen (half)edelstenen verwerkt. Meestal tref je ze aan op halsboorden, gordels of mantelboorden. De originele edelstenen zijn nog zelden aanwezig op een beeld. Andere toevoegingen, zoals glazen ogen en haar, werden in onze streken minder toegepast dan bv. in Spanje.


afwerklaag

Soms wordt een polychromie afgewerkt met een afwerklaag die het geheel beschermt of opluistert. Vernissen op basis van harsen (zoals copal, mastiek of lijnolie) maken de kleuren dieper en glanzender. Vaak zijn dergelijke afwerklagen latere toevoegingen. 

Polychromie op een grafmonument in natuursteen © A-C Olbrechts
Verlies van polychrome lagen: de witte laag is de preparatielaag  © A-C Olbrechts
Verlies van polychrome lagen: de lichtblauwe (eerste?) laag is mogelijk azuriet © A-C Olbrechts
Retabelfragment: polimentvergulding © www.videoreportages.be
Sgrafittotechniek © Stefaan De Vlieger
Vergulding met ponstechniek © Stefaan De Vlieger
Verschillende decoratietechnieken op een fragment van passieretabel Sint-Leonarduskerk Zoutleeuw © Stefaan De Vlieger
Antwerps Sint-Jobretabel
Geperst brokaat
Pressmasse achtergrond schilderij © A-C Olbrechts
Imitatie-edelstenen en sable doré © A-C Olbrechts
Polimentvergulding, olieverf en glacis: Christus en de Emmausgangers, retabel hoofdaltaar kerk Kluizen © A-C Olbrechts
Geschilderde edelstenen op kledijboord © A-C Olbrechts
Boluslaag en preparatielaag zichtbaar onder polimentvergulding (= watervergulding) © A-C Olbrechts
Aangezicht in bronzine-zilververf, overige delen met gepolijste watervergulding  © A-C Olbrechts

Polimentvergulding

Laatst gewijzigd op 27/07/2016