U bent hier

Bewaren van glas in depot

Bewaren van glas in depot

Welke specifieke aanbevelingen gelden er voor glazen voorwerpen in depot? Wat zijn correcte omgevingsfactoren en opbergmethodes?

Temperatuur

  • Zowel voor glas als voor tal van andere materialen wordt de temperatuur het best zo stabiel mogelijk gehouden, bij voorkeur rond 18°C. Vermijd een drastische opwarming om thermische schokken in glas te voorkomen. Glas met veel spanning kan barsten en breken. Opwarming kan door centrale verwarming, maar ook door rechtstreeks zonlicht, spots, lichtbakken (denk aan vlak glas)... (zie glasbreuk door fysische schade)
  • Een andere reden om de temperatuur onder controle te houden is dat die in relatie staat met de relatieve vochtigheid. Wanneer de temperatuur stijgt zal de RV dalen. Bij een temperatuursdaling stijgt de RV.
  • Bij een restauratie worden synthetische lijmen gebruikt. Ook hiervoor moet er rekening gehouden worden met de temperatuur. Zo heeft Paraloid B72, dat vaak toegepast wordt bij glas, een glastransitiepunt van 40°C, waardoor het al weker en zwakker wordt rond de 30°C-35°C. Verlijmingen kunnen hierdoor falen en aanvullingen kunnen inzakken. Plaats daarom nooit een glas met zijn volle gewicht op een aanvulling. Als de temperatuur stijgt, kan die verzwakken en vervormen door de druk van het gewicht van het glas. Ook bij zware glasstukken kijk je het best na hoe ze het best in depot geplaatst kunnen worden. De verlijming moet namelijk steeds zwakker zijn dan het glas zelf om reversibel te zijn.


Ventilatie en luchtverplaatsing

  • Voorkom het ontstaan van microklimaten, door te zorgen dat er overal (natuurlijke) ventilatie is. Ook bij vitrines en kasten is het belangrijk dat er voldoende luchtverplaatsing is. Bij vitrines kunnen boven- en onderaan ventilators geplaatst worden. Dat zal ook opwarming voorkomen.
  • Plaats objecten nooit zo dat ze een microklimaat vormen. Zet daarom een kelkglas nooit op de kelk, want dan kan in de kelk een microklimaat gevormd worden en kan er condensatie ontstaan.


Relatieve vochtigheid

  • Het best de RV rond de 45% houden, met als grenswaarden 40% en 50%. Vooral sterke schommelingen moet je vermijden.
  • Onstabiel glas, zoals crizzling en traanglas, vergt een heel stabiele bewaaromgeving. Het best kunnen deze glazen apart in een geventileerde (vitrine)kast geplaatst worden. De zone moet zeer stabiel zijn (rond 40% voor een ideale bewaring). Vraag raad aan een conservator-restaurator die het probleem ook mee kan opvolgen. Een vitrinekast is handig, omdat je dan de conditie kan controleren zonder de kast te openen en zo klimaatschommeling te veroorzaken. Een transparante (luchtdichte) doos met silicagel is ook heel goed mogelijk.
  • Lees meer: G. Verhaar, M.R. van Bommel & N.H. Tennent, Weeping Glass: the Identification of Ionec Species on the Surface of Vessel Glass Using Ion Chromatography, in Roemich H. & L. Fair (eds.), Recent Advances in Glass and Ceramics Conservation 2016 (ICOM-CC conferentie 2016). Dit boek kan geraadpleegd worden in de bibliotheek van FARO.


Licht

Glas ziet er op zijn best uit wanneer het goed verlicht wordt. Curatoren houden dan ook van een sterke belichting. Dit is in het algemeen niet schadelijk. Maar er zijn uitzonderingen!

  • Door de eigenschappen van het glas zelf
    Glas kan verkleuren onder invloed van o.a. uv-licht. Glas met fotogevoelige componenten vertoont na verloop van tijd een aanzienlijke verkleuring (zie solarisatie).
     
  • Door de conservatie-restauratie
    Er zijn lichtgevoelige lijmen en invulmiddelen (epoxyharsen en acrylaten) en retoucheermaterialen. Ze worden gebruikt om hun goede verouderingseigenschappen, maar deze kunststoffen kunnen sneller onderhevig zijn aan verwering dan het glas zelf. Daarom is het van groot belang, ook al is het glas zelf niet gevoelig aan uv-licht, om objecten die met deze middelen zijn geconserveerd onder strenge controle te plaatsen.
     
  • Door eigenschappen van een ander aanwezig materiaal
    Verkleuring kan voorkomen bij andere materialen die gebruikt zijn op het glas. Voorbeelden zijn: pigmenten van niet gebrandschilderd glas, glazen flessen in een rieten mandje, etiketten gekleefd op glas, de afsluitdop van een fles, de inhoud van het glas (soms nog aanwezig)…
     
  • Licht kan temperatuurschommelingen veroorzaken.


Inventarisnummer

  • Elk object heeft een uniek identificatienummer dat altijd aanwezig moet blijven bij het object. Indien het object uit meerdere losse delen bestaat, voorzie je die ook van een uniek nummer (behorend tot het nummer van het object).
  • Het is belangrijk dat je het inventarisnummer op de juiste wijze aanbrengt om zo schade aan het glas, maar ook verlies van het nummer, te voorkomen. Het best wordt een nummer aangebracht op het object zelf. (Soms is dat niet mogelijk, bv. bij te kleine of verweerde objecten.) Het is belangrijk het nummer op een zo consequent mogelijke manier aan te brengen door eenzelfde type glas steeds op dezelfde plaats te merken.
  • Bij een samengesteld voorwerp, bv. glas-in-lood, hoort het identificatienummer op het minst kwetsbare materiaal (bv. loodstrip of raamwerk) te staan.
  • De voorkeurmethode is vernis-inkt-vernis (zie de bijlage voor een uitgebreide beschrijving).


Opbergrekken voor holglas

Voorzie in stabiele en trillingsvrije rekken, ladekasten of kasten in inerte materialen. Verschillende houtsoorten en houtachtige materialen, zoals MDF, multiplex enz. en ook bepaalde vernis/verflagen, kunnen gassen vrijlaten die vooral in combinatie met vocht schadelijk kunnen zijn voor het glas.

  • Plaats een laagje polyethyleen schuim (zoals Ethafoam of Volara) op de rekken als preventie tegen stootschade en condensvorming.
  • Plaats glazen nooit tegen elkaar of op elkaar.
  • Zorg voor voldoende plaats tussen elk glasobject om de manipulatie vlot te laten verlopen, maar ook voor voldoende luchtcirculatie.
  • Elke lade en elk legbord moet een standplaatscode krijgen. Zo kan elk object snel teruggevonden worden.
  Voordelen Nadelen
Open rekken
  • betere luchtcirculatie, geen microklimaatvorming
  • beter overzicht van de collectie (is zichtbaar)
  • meer kans op stof
  • minder buffering tegen temperatuurschommelingen
Gesloten kasten
  • betere buffering tegen temperatuurschommelingen
  • minder stof
  • kan je op slot doen tegen diefstal (dit is een overweging indien het depot vaker bezocht wordt voor onderzoek en studie)
  • kans op microklimaten, onvoldoende luchtcirculatie
  • ophoping van schadelijke gassen
  • niet overzichtelijk (bij constante controle meer manipulatie nodig)

 

Opbergen van vlakglas

Glas-in-loodpanelen worden meestal rechtop geplaatst in een rek:

  • Zorg voor voldoende ruimte tussen de panelen zodat het glas niet gekneld zit.
  • Om te voorkomen dat het glas-in-loodraam schuin komt te staan, kan je tussen de vrije ruimtes polyethyleenschuim plaatsen.
  • Dek af met Tyvek tegen stof en mechanische schade (bv. randen).
  • Fragiel vlakglas wordt vlak bewaard. Wanneer een verticaal bewaard glas lijkt door te zakken: nooit zomaar platleggen. Altijd eerst navragen bij de conservator!
  • Ander vlakglas, zoals glas gemaakt uit micromozaïeken of achterglasschilderingen, wordt bewaard zoals gewone schilderijen (meestal voorzien van een lijst). Zie G. Strickler & D. Vallance, An innovative Mounting System for Stained-glass Window Panels at the Museum of Fine Arts, Boston, in Recent Advances in Glass, Stained-glass and Ceramics Conservation, 2013.


Opbergen van kleine glasobjecten

  • Opslag in ladekasten, met per lade een laagje polyethyleen (Volara of Ethafoam) dat vastgemaakt wordt aan de lade door dubbelzijdige tape aan de onderzijde én ook aan de zijkanten. Deze methode is ideaal voor de opslag van kettingen uit glaskralen.
  • Glasfragmenten of losse kralen kunnen verpakt worden in PE-zakjes. Prik gaatjes in de zakjes voor ventilatie.
  • Iets grotere glasfragmenten (gebroken holglas) worden het best opgeslagen in diepere lades. Uiteraard kan dit ook in PE-dozen die onderverdeeld worden in kleinere compartimenten en beschermd met PE-schuim. 
  • Verpak glas nooit met papier of dun PE-schuim of bubbelplastiek. Plaats het nooit in dozen of kratten bij langetermijnopslag. Hierdoor is het glas niet meer zichtbaar (wat de controle bemoeilijkt) en kan een microklimaat ontstaan.


Opbergen van grote glasobjecten

  • Let goed op met het gewicht! Voorzie in rekken met voldoende draagkracht.
  • Bij grote en zware glasstukken is het soms handig een open bekisting te bouwen rond het object. Die wordt aan de binnenzijde bekleed met blokjes polyethyleenschuim. Zo kan het object eenvoudiger en veilig verplaatst worden indien nodig, maar is het nog steeds goed zichtbaar en is er ruimte voor luchtcirculatie. Laat nooit een stuk uit het kader steken: de kans is groot dat het beschadigd wordt.
Laatst gewijzigd op 19/07/2018