U bent hier

Beveiliging tegen dieven en vandalen: organisatorische maatregelen

Beveiliging tegen dieven en vandalen: organisatorische maatregelen

Hoe goed een depot beveiligd is tegen diefstal en vandalisme, hangt af van de samenhang van de drie veiligheidspijlers: bouwkundige maatregelen, installaties en organisatorische maatregelen. Dat laatste is waarschijnlijk het belangrijkst. Het menselijk handelen is zowel de sterkste als de zwakste schakel.

Er zijn heel wat wettelijke bepalingen rond de beveiliging tegen diefstal en vandalisme. Op organisatorisch vlak komen ze veelal neer op de opmaak van een adequaat calamiteitenplan en interne procedures.

DOEN

Maak een calamiteitenplan op.

Maak een calamiteitenplan op voor de collectie en de mensen.


Interne procedures

Werk binnen je instelling aan een veiligheidsbeleid en maak iemand verantwoordelijk voor de uitvoering.


Voorkomen

  • Richt binnen de organisatie een preventiecomité voor diefstal en vandalisme op waar zowel het personeel als het management deel van uitmaken.
  • Geef geen informatie over de aard en de kwaliteit van de diefstalbeveiliging.
  • Leg een goede inventaris of collectieregistratie aan met het oog op de identificatie en opsporing, maar ook om te kunnen vaststellen of iets ontbreekt. Gebruik de minimale eisen van de Object ID, een internationale standaard voor het beschrijven van kunstvoorwerpen. Naast het type voorwerp, materiaal en afmetingen zijn vooral opmerkingen over beschadigingen, gebreken, restauraties e.d. zeer belangrijk om een voorwerp te signaleren. Goede foto's zijn onmisbaar.
  • Houd altijd toezicht op depotbezoekers, op werklui in en op het gebouw, onderhouds- en schoonmaakploegen enz.
  • Probeer interne diefstal te voorkomen: door de steekproefsgewijze visitatie van personeel, door het screenen van het personeel, door een geautoriseerde toegang tot de collectieregistratie (de informatie over standplaatsen) en een deontologische code.
  • Ontzeg externen en niet-bevoegde internen zo veel mogelijk de toegang tot de depotruimte. Voer vooral een gecontroleerd toegangssysteem in. Leg regels vast wie en wanneer toegang heeft tot de locatie en noteer het personenverkeer (IN/UIT).
  • Het eenvoudigste is een adequaat sleutelbeheerssysteem. Sleutels van kasten of kluizen horen niet op 'logische' en makkelijk te vinden plaatsen, maar in beschermde en bewaakte kasten. Inventariseer ze en houd ook goed bij wie welke sleutels heeft, ook tijdelijk. Schrijf alle sleutelbewegingen op. Laat mensen niet buiten met de sleutels. Gebruik unieke, niet bij te maken sleutel.
  • Houd minstens elke dag een inspectie in en rond het depotgebouw. Een sluitingsronde is een goede praktijk. Anomalieën kunnen zo tijdig worden opgemerkt.
  • Verbied (rug)zakken en tassen in de depotruimte.
  • Bewaar een back-up van de registratie in een kluis en het liefst op een andere locatie.


Blokkeren

Zorg dat gebruikers en personeel alle deuren en ramen gesloten houden, ook de deuren van kasten.


Detecteren

  • Naast de automatische reactie van elektronische detectiesystemen is een oplettende blik van aanwezig personeel onmisbaar. Leer medewerkers afwijkingen en anomalieën herkennen en melden.
  • Zorg dat bij alle telefoontoestellen alarmnummers aanwezig zijn.
  • Houd als het kan jaarlijks een steekproef in de collectieregistratie, at random. Kies willekeurig een aantal records en tracht die terug te vinden via de standplaatsgegevens. Weten dat dit gebeurt, werkt ook preventief tegen interne diefstal.
  • Beveiligingspersoneel of bewaking is voor de meeste grotere erfgoedbeheerders belangrijk. Het organiseren daarvan is onderhevig aan door de wet voorgeschreven rechten en plichten (in het bijzonder de zogenaamde Wet-Tobback van 10 april 1990) die interne of externe bewaking mogelijk maakt. Voor veel instellingen is dit financieel niet haalbaar.


Reageren

Aangifte doen en melden

  • Raak de plaats van de diefstal niet aan.
  • Doe altijd aangifte bij de lokale politie en houd het nummer van het proces-verbaal goed bij. Doe dit zo snel mogelijk na de vaststelling van de verdwijning.
  • Als het object verzekerd is, waarschuw dan onmiddellijk de verzekeraar.
  • Waarschuw onmiddellijk de eigenaar als het gestolen object geen eigendom is van je organisatie, zoals bij een bruikleen.
  • Een belangrijke stap is de melding van de diefstal aan de gespecialiseerde dienst voor kunstcriminaliteit van de Federale Politie (vroegere Art Research Team of ART). Dit verhoogt de kansen op het terugvinden. Dit team beheert ook de nationale databank ARTIST, die de op het Belgische grondgebied gestolen kunstvoorwerpen en cultuurgoederen inventariseert. Het seint in bepaalde gevallen de diefstal ook internationaal via INTERPOL. De dienst is te bereiken via djsoc.art@police.belgium.eu
  • Meld voor religieus erfgoed de verdwijning op de website Religieus Erfgoed.
  • Gebruik voor ander erfgoed een Object ID-formulier en bezorg dit met foto's en het nummer van het proces-verbaal van aangifte bij de lokale politie aan de dienst voor kunstcriminaliteit van de Federale Politie via djsoc.art@police.belgium.eu.
  • Bij de aangifte zijn vooral goede foto's onontbeerlijk. Beschik je daar zelf niet over? Aarzel niet om instellingen en personen als de erfgoedconsulenten, Monumentenwacht Interieur enz. te vragen of er foto's zijn. Raadpleeg ook de databanken van het KIK, CRKC, Erfgoedplus enz.


Omgang met de media

Omdat diefstal voor de organisatie vaak imagoverlies betekent, is het belangrijk dat die schade beperkt wordt door zorgvuldige communicatie. Duid een woordvoerder aan, intern of extern, die met de pers communiceert. Laat die eerst met de politie overleggen wat wel en niet gemeld mag worden. Voor grotere organisaties kan een mediatraining een goede investering zijn.


Remediëren

Leg contacten met conservatoren-restauratoren die de eerste hulp kunnen toedienen aan beschadigde collecties en beschikbaar zijn in geval van een calamiteit. Neem hun contactgegevens op in het calamiteitenplan.

 

AFWEGEN

  • Sommige bedrijven promoten het aanbrengen van permanent zichtbare of zelfs onzichtbare nummers en elektronische chips voor het opsporen van gestolen kunstwerken (markeren en taggen). Bij unieke kunstwerken is een goede beschrijving en fotomateriaal doorgaans waardevoller dan deze dure maatregelen. Bij voorwerpen waarvan er meerdere exemplaren zijn, bijvoorbeeld bronzen beelden, kan dat het overwegen waard  zijn.
  • Meervoudige permanente en fysieke nummeringen op één voorwerp kunnen tot een snelle identificatie leiden, maar ook tot grote schade bij diefstal. Criminelen zullen die gegevens immers veelal proberen te verwijderen.
Laatst gewijzigd op 21/01/2019