U bent hier

Beveiliging tegen brand: organisatorische maatregelen

Beveiliging tegen brand: organisatorische maatregelen

Hoe brandveilig een depot is, hangt af van de samenhang van de drie veiligheidspijlers: bouwkundige maatregelen, installaties en organisatorische maatregelen. Dat laatste is bijzonder belangrijk. Het komt veelal neer op procedures, opleiding en vorming, en de opmaak van een adequaat calamiteitenplan. Het menselijk handelen is zowel de sterkste als de zwakste schakel in de brandveiligheid van een depot.

Er zijn uiteraard heel wat wettelijke bepalingen rond brandveiligheid die gericht zijn op het beveiligen van mensen (o.m. art. 52 van de Codex over het welzijn op het werk). De opsomming van maatregelen hieronder is ook gericht op het veiligstellen van het erfgoed.

DOEN

Maak een calamiteitenplan op

Maak een calamiteitenplan op voor de collectie en de mensen.


Overleg met de brandweer

Overleg met de brandweer is cruciaal. Omdat hun expertise onmisbaar is: bij de opmaak van een veiligheidsplan, een calamiteitenplan en strategieën voor het beheersen van brandrisico's (gebouw, installaties en organisatie). Maar vooral omdat bij brand hun interventie onmisbaar is.

  • Bespreek de prioriteiten bij een interventie. Nadat de aanwezige mensen in veiligheid zijn gebracht, is voor het museum het veiligstellen van de collectie en belangrijke data uiterst belangrijk. Voor de brandweer ligt dat anders. Het is daarom noodzakelijk dat aspect te bespreken. Overloop de aanpak bij een interventie en nodig de brandweer uit op evacuatieoefeningen van mensen en collecties.
  • Maak samen een interventiedossier met: toevalswegen, inplantingsplan, evacuatieplannen, locatie van de sleutelkluis, coördinaten van alle contactpersonen (zie het Calamiteitenplan), elektrische en gasleidingen en hun situering, inventaris en locatie van gevaarlijke stoffen, situering van gas- en brandkleppen, watervoorzieningen enz.
  • Nodig de brandweer uit voor een jaarlijkse rondleiding met informatie over het erfgoed in het depot. Laat de hele ploeg vertrouwd raken met de collectie, het gebouw, de plattegrond enz. Verzorg jullie relatie.
  • Overleg over de blussystemen en -middelen en leg je bezorgdheid uit over waterschade bij het blussen. Laat bluswater onmiddellijk wegpompen om vervolgschade te voorkomen.
  • Informeer de brandweer bij het begin over de eventuele aanwezigheid van bijzonder brandbare collecties zoals filmmateriaal en natuurhistorische collecties (specimens op alcohol).

 

Opleidingen

Train het personeel in brandpreventie, evacuatieprocedures en het gebruik van blusapparaten.


Interne procedures

Werk binnen je instelling aan een veiligheidsbeleid met de directeur, het management en iedereen die werkt in het depot. Maak iemand verantwoordelijk voor de uitvoering hiervan.


Vermijden

  • Richt binnen de organisatie een preventiecomité voor brand op, waar zowel personeel als het management deel van uitmaken.
  • Introduceer een rookverbod in het gebouw en breng bij alle toegangen stickers aan.
  • Vermijd zo veel als mogelijk werkzaamheden in en op het gebouw. Ze verhogen de kans op brand aanzienlijk. Zeker het werken met open vlam en hitteproductie zijn risicovol: dakwerken, lassen en solderen enz. Vermijd dit soort werkzaamheden bij een depotruimte. Als het niet anders kan, neem maatregelen om de collectie te vrijwaren. Werk een protocol uit voor het werken met hittebronnen. Houd altijd toezicht op werklui in en op het gebouw.
  • Houd ook toezicht op onderhouds- en schoonmaakploegen en ga na of ze thuis zijn in het werken met brandgevaarlijke producten en materialen (al probeer je die compleet te weren).
  • Inspecteer en onderhoud alle elektrische installaties in het gebouw zorgvuldig.
  • Plaats geen warmtebronnen zoals waterkokers, losse radiatoren enz. in het depot. Verwijder tijdelijke losse bekabeling na gebruik onmiddellijk.
  • Plaats ontvlambare materialen zoals solventen, vernissen, wassen enz. nooit in de buurt van de depots maar in een daartoe bestemde ruimte erbuiten.
  • Schakel elektrische circuits zo veel mogelijk uit als ze niet nodig zijn, zoals verlichting, kantoorinfrastructuur, …
  • Ontzeg zo veel mogelijk de toegang van externen en niet-bevoegde internen tot de depotruimte en voer een gecontroleerd toegangssysteem in.
  • Houd het liefst elke dag een inspectie in en rond het depotgebouw. Anomalieën of (brand)gevaarlijke situaties merk je zo tijdig op.
  • Bewaar een back-up van de registratie in een brandvrije kluis en het liefst op een andere locatie.
  • Verwijder afval onmiddellijk en houd de ruimtes vrij en schoon.

 

Blokkeren

  • Zorg dat gebruikers en personeel alle deuren en ramen gesloten houden, ook de deuren van kasten.
  • Er bestaan richtlijnen voor de opslag van brandgevaarlijke producten (KB 13-03-1998). Label de producten en sla ze op in een brandveilige chemiekluis of –kast, ofwel in een ruimte die aan de normen voldoet (art. 52 Codex/Arab).

 

Detecteren

  • Naast de automatische reactie van rookmelders is een oplettende blik van aanwezig personeel onmisbaar.
  • Zorg dat bij alle telefoontoestellen alarmnummers aanwezig zijn.

 

Reageren


Remediëren

Leg contacten met conservatoren-restauratoren die de eerste hulp kunnen toedienen aan beschadigde collecties en beschikbaar zijn in geval van een calamiteit. Neem hun contactgegevens op in het calamiteitenplan.

Laatst gewijzigd op 21/01/2019