U bent hier

Beveiliging tegen brand: bouwkundige maatregelen en installaties

Beveiliging tegen brand: bouwkundige maatregelen en installaties

Bij een risicoanalyse staat verlies door brand steevast in de top drie van grootste bedreigingen. Een brand kan collecties verwoesten. Maar ook de gevolgschade van een kleine brand buiten de collectieruimte kan grote schade veroorzaken: door roetneerslag of door wateroverlast tijdens het blussen.

 

Het ontwerptraject

Een goed erfgoeddepot is een ruimte waar door de constructie en inrichting het brandrisico zo klein mogelijk is. Besteed er daarom veel aandacht aan in het ontwerptraject:

  • Identificeer en evalueer met een risicoanalyse de specifieke brandrisico's.
  • Leg met de betrokken partijen vast welke risico's wel en niet acceptabel zijn.
  • Kies bewust voor een bepaald veiligheidsniveau (en dus ook bewust ergens niet voor).
  • Schakel voor dit traject specialisten in brandbeveiliging en veiligheidszorg in.

 

Drie veiligheidspijlers

Stel een maatregelenpakket samen op maat van je project. De brandveiligheid van een depot hangt af van de samenhang van de drie veiligheidspijlers:

  1. de bouwkundige maatregelen,
  2. de installaties,
  3. de organisatorische maatregelen.

Er zijn uiteraard heel wat wettelijke bepalingen rond brandveiligheid, die gericht zijn op het veiligstellen van mensen (o.a. de Codex over het welzijn op het werk en het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties - AREI).

 

DOEN

1. Bouwkundige maatregelen

In het programma van eisen voor een depotruimte krijgen de volgende aspecten aandacht:

  • Zorg voor een goede fysieke bereikbaarheid door de brandweer en voor een sleutelkluis.
  • Kies binnen een gebouw voor de meest risico-arme locatie. Situeer bv. een depotruimte niet tegen een restaurantkeuken, in de buurt van afval of bij een andere opslagplaats met brandbaar materiaal.
  • Gebruik rook- en brandwerende materialen (bv. in de keuze van isolatiemateriaal, zie norm NMB 713.020/1968).
  • Constructief belangrijke delen in metaal of hout kun je afwerken met brandvertragende zwelverf. Laat ook interieurelementen in textiel behandelen en vergeet de zonweringen niet.
  • Zorg voor een goede compartimentering, zowel horizontaal als verticaal. Zo scheid je ruimtes af en voorkom je het overslaan van een brand van de ene ruimte naar de andere. Hier horen ook brandwerende deuren, ramen en daklichten bij, die automatisch sluiten bij een brandmelding.
  • Laat de doorbrekingen in de compartimenten goed dichten met brandvrij schuim of andere dichtingsmaterialen, bv. bij de bekabeling.
  • Kies voor materialen die bij herstelling en onderhoud geen of minder risico's op brand introduceren. Bijvoorbeeld voor de dakbedekking: een gekleefde dakbedekking is minder brandgevaarlijk dan een gebrande.
  • Kies bij de inrichting steevast voor rook- en brandwerende materialen en depotkasten die je kunt sluiten.

 

2. Installaties

 Algemeen
  • Laat alle bestaande of nieuwe installaties regelmatig en reglementair keuren (AREI).
  • Let in het bijzonder op de staat van de elektrische bekabeling, een van de grootste oorzaken van brand. Controleer geregeld al het materiaal voor brandbestrijding, -detectie en -melding.
  • Zorg voor aparte circuits, die je ook apart kunt uitzetten, bv. de verlichting zonder dat de beveiliging of de klimaatinstallatie uitgaat.
  • Let bij het ontwerp van nieuwe klimaatinstallaties op automatisch sluitende brandkleppen in de luchtdoorvoer en in alle doorbrekingen, zodat rook, warme lucht of vuur niet verspreid worden.
 
Gasinstallaties
  • Verwarmings- en klimaatinstallaties werken doorgaans op gas. Plaats deze elementen bij voorkeur op het dak, zodat er bij een ontploffing minder gevaar is voor verspreiding. Zorg in elk geval voor een reglementair compartiment.
  • Zorg bij alle gasleidingen voor een detectiesysteem met melding waarbij de gastoevoer automatisch wordt uitgeschakeld.
  • Zorg op diverse plaatsen voor automatische gaskleppen (fouttolerant systeem): bij de minste storing, panne of alarm gaan die vanzelf dicht. Bij een defect van de gasklep kan ook altijd de gastoevoer manueel worden uitgeschakeld.
 
Bliksembeveiliging

Installeer een bliksemafleiding op het gebouw of laat een bestaande keuren volgens de Europese richtlijn CE 62305 (NBN EN 62305). 

 
Brandmeldingsinstallatie
  • Zorg voor een automatisch detectiesysteem met volledige dekking en automatische melding. Zorg voor rookmelders in alle ruimtes. Vergeet de 'bijruimtes' niet waar zich geen collectie bevindt.
  • Ook al is er een interne meldkamer, zorg ook altijd voor een automatische doormelding aan de brandweer. Plan diverse communicatiemiddelen bij een alarmmelding: gebruik niet alleen een vaste telefoonlijn.
  • Maak een koppeling tussen de brandmelding en de aansturing van de installatie, zodat de installatie uitgaat bij een brandmelding. Zorg ook voor een automatische sluiting van glas- en brandkleppen.

 

 Blusinstallaties

Als er ondanks de strakke preventie toch brand uitbreekt, komt het aan op een snelle interventie van de brandweer en de effectiviteit van blusinstallaties om de schade te beperken. De keuze van blusmiddelen en -systemen is niet eenvoudig. Het is belangrijk voor- en nadelen te kennen.

Klassieke automatische systemen zijn:

  • Brandhaspels. Controleer meteen de aanwezigheid van een betrouwbare watertoevoer en -druk. Voorzie in een neveldop om de harde waterstraal te breken.
  • Brandblusapparaten: het is van levensbelang het juiste type te gebruiken op het juiste moment.   

Automatische blusinstallaties hebben een enorm voordeel in een depotruimte waar doorgaans weinig personen aanwezig zijn en berokkenen veel minder blusschade.

  • Sprinklers bestaan al zeer lang en hebben bewezen effectief te zijn in de bestrijding van vroege branden. Hoewel de kans op waterschade door sprinklers zeer klein is, is er in de erfgoedsector nogal wat weerstand. Er bestaan drie systemen: droge, natte (de meest betrouwbare) en pre-actiesprinklers.
  • Watermistsystemen doen op dit moment opgang. Ze garanderen een brede spreiding, verbruiken minder water en berokkenen minder schade aan de collectie en het interieur.
  • Blusgassystemen doven de brand door de zuurstof weg te nemen, maar kunnen gevaar voor mensen opleveren.
 
Rookinstallaties

Omdat ook rook en roet veel schade berokkenen, wordt er tegenwoordig bij het ontwerpen van musea en depots veel aandacht besteed aan rookscheidingen. Een automatische rook- en warmteafvoerinstallatie (RWA) kan veel gevolgschade voorkomen.

 

3. Organisatorische maatregelen

 

AFWEGEN

  • Zuurstofreductie in depots kan brand voorkomen (door het elimineren van zuurstof).
  • Er zijn voordelen aan het koppelen van de branddetectie aan de diefstalbeveiliging, zeker in het geval van risico op brandstichting. Activeer het camerasysteem (CCTV systeem) zeker ook bij een brandmelding.
  • Zorg eventueel voor een beveiligingssysteem voor de overspanning van bekabeling, bv. Arc-fault-interrupters (stroomonderbrekers met vonkboogdetectie)

 

VERMIJDEN

  • Werkzaamheden in en rond het gebouw verhogen de kans op brand aanzienlijk. Zeker werken met open vlam of hitteproductie zijn gevaarlijk: dakwerken, lassen en solderen enz. Vermijd daarom dit soort werkzaamheden bij een depotruimte. Als het niet anders kan, neem aangepaste maatregelen om de collectie te vrijwaren.
  • Sla hoog brandbare collecties elders op, zoals collecties in cellulosenitraat, natuurhistorische collecties op alcohol en explosieven.
  • Berg brandbare vloeistoffen, onderhoudsproducten of andere materialen zo ver mogelijk elders op.

 

TIPS & TRUCS

  • Betrek tijdig de brandweer bij de opmaak van het ontwerp voor het gebouw en de installaties of vraag om feedback.
  • Plan en installeer de branddetectie samen met de diefstal- en waterdetectie. Je kan gebruik maken van dezelfde installaties, wat geld bespaart.
  • Hoe beter de technologie en hoe groter de ervaring van de installateurs, hoe minder valse meldingen er doorgaans komen.
Laatst gewijzigd op 26/09/2019