U bent hier

Aftakeling van hout en houten meubelen

Aftakeling van hout en houten meubelen

Hout en houten meubelen zijn gevoelig voor heel wat schadefactoren en vormen van aftakeling. Je vindt hier een volledig overzicht, samen met tips hoe je aftakeling kunt vermijden of beperken.

Auteur: Peter Taeymans, 2015

Oppervlakteschimmels ©A-C Olbrechts

Fysische krachten

Het materiaal hout kun je het best plaatsen onder de noemer 'zachte materialen'. Natuurlijk is er een verschil tussen balsa- en ebbenhout, maar een plaatselijke belasting veroorzaakt hoe dan ook zeer snel krassen, deuken, breuken... Hout is zeer goed te bewerken en toch, naargelang van de houtsoort en de toepassing, zéér duurzaam.

Een meubel bestaat niet altijd, zoals kerkmeubilair (veelal eik), uit één houtsoort of materiaal; het is dan een samengesteld object. In zo'n geval moet je rekening houden met het element dat het meest gevoelig is: textiel, de verwerkte lijm, het dunne verwerkte fineer, verfafwerking, vernisafwerking, gepolijst metaal...

Tips & trucs

  • Ken je meubel om schade en slijtage te vermijden. Zo kan een draaghandvat slechts een sierstuk zijn en is het dus niet bruikbaar als dragend element. Of de bevestiging van het handvat is zo summier dat het ongeschikt is/wordt voor zijn functie en dus niet wordt gebruikt.
  • Let er bij het openen van deuren en laden op dat ze niet klem zitten: handvaten kunnen afbreken.
  • Plaats geen objecten op elkaar: na verloop van tijd kunnen er indrukken ontstaan in het oppervlak en kunnen onderdelen gaan doorbuigen.
  • Historische meubelen gebruik je het best niet. Ook al zijn ze gemaakt als gebruiksvoorwerpen, ze zijn onderhevig aan slijtage. Zo kunnen ladegeleiders afslijten en kunnen bij een stoel verbindingen door het 'wiggelen' losser en losser komen te zitten. Denk ook aan het verslijten van zittingen in textiel, het verkleuren van leder enz.

 

Dieven en vandalen

Meubelen zijn veelal te groot om bij diefstal mee te nemen, maar kleine objecten (een doos, een altaarkruis, een klein kabinet en andere kleine houten voorwerpen) of losse onderdelen in een kostbaar materiaal zijn natuurlijk wel 'steelbaar'. Over het beveiligen van meubelen tegen diefstal en vandalisme, lees je meer in het hoofdstuk Collectiebeheer - de 10 schadefactoren - Dieven en vandalen

Vandalen kunnen makkelijk schade aanrichten aan meubelen, zoals brandschade in kerkinterieurs.


Brand 

Hout is uiteraard een zéér brandbaar materiaal en (historische) afwerklagen bieden eigenlijk geen bescherming.

Zie figuur 1 onderaan op deze pagina: Heilig Sacramentsaltaar, O.L.V.-kerk in Aarschot, brandschade door het gebruik van kaarsen
Zie figuur 2 onderaan op deze pagina: Kapel van het Hollands College in Leuven, brandschade door het gebruik van kaarsen

Bij brand in het gebouw ontwikkelt zich rook en roet met een specifieke geur. Het verwijderen van roet is niet eenvoudig en naargelang van de onderliggende laag is een specifieke behandeling nodig. Vraag hierover dus raad aan een gekwalificeerde hout- en meubelrestaurator.

Tips & Trucs

  • Wrijf roet nooit af met een doek: hierdoor kan alles in de nerf of in andere microholtes vast komen te zitten en valt het eigenlijk niet meer te verwijderen.
  • Brandgeur is moeilijk te verwijderen. Tot op heden zijn er geen goede middelen voor. Verluchten is de enige 'oplossing'.
    Gebruik géén geursprays: ze zijn gemaakt op alcoholbasis en bevatten etherische oliën die de afwerklaag oplossen of verkleuren. Een laag actieve kooldoek aan de binnenkant van een meubel kan helpen om daar de geur op te vangen. 
  • Bij lokaal blussen zijn poederblussers aan te raden. Waterblussers daarentegen veroorzaken zeer veel schade. Uiteraard moet dit passen in een globaal brandbeveiligingsplan en in samenspraak met de brandweer worden bepaald. 

 

Water

Water heeft een grote invloed op hout. Er kunnen diverse vormen van schade optreden bij het al dan niet rechtstreeks in contact komen met water of vocht:

  • barsten
  • spleten
  • oplossen van lijm
  • loskomen van onderdelen
  • blazen in fineer
  • opstuwingen
  • delaminatie
    schade aan de afwerking zoals wit- of blindslagen
  • verkleuring van afgewerkt en blank hout; uitlogen
  • bij langer aanhouden: schimmelvorming en houtwormaantasting
  • ...

Deze schadebeelden kunnen ingrijpend zijn! Lees bij de rubriek Eerste hulp bij schade hout en houten meubilair  en bij calamiteitenplan noodreactieplan water hoe je waterschade het best aanpakt.

Zie figuren 3 en 4 onderaan op deze pagina: waterdruppels

Zie figuren 5 en 6 onderaan op deze pagina: bij houtsoorten die zuren bevatten, zoals eikenhout, ontstaan zwarte verkleuringen door de combinatie van water, zuur en ijzer. 


Ongedierte: insecten

De meest voorkomende schade door ongedierte komt van de houtworm, de larve van de houtkever. Andere insecten berokkenen niet direct schade aan het hout, maar bijvoorbeeld wel aan de textielbekleding.

Aantasting door insecten en ook schimmels voorkom je vooral door een gepast klimaat aan te houden (zie Collectiebeheer: Conservatie: De tien schadefactoren: Ongedierte en schimmel + Gebouw & inrichting: Binnenklimaat). Een te hoge vochtigheidsgraad is te vermijden: een lek in een leiding of het dak moet je dan ook zo snel mogelijk herstellen. Het algemene onderhoud van het gebouw is van groot belang, ook om aantasting door instecten te vermijden. Zo zijn vogelnesten en opgehoopt vuil een natuurlijke habitat voor insecten. Ze tijdig verwijderen is een noodzaak.

INSECTEN

Houtwormaantasting herken je aan de bekende ronde gaatjes. Dat zijn eigenlijk de uitvlieggaten van de ontpopte kever. De schade is dan al aangericht. De aanwezige gaatjes kunnen heel wat vertellen over de aantasting.

  • Ze geven een indicatie van het soort aantasting: om welke kever gaat het? Bepaalde soorten zijn enkel aanwezig als het materiaal een hoge vochtigheidsgraad heeft. Probeer dus de oorzaak te achterhalen.
  • De hoeveelheid gaten toont aan of het al dan niet om een ernstige actieve aantasting gaat.
  • De locatie kan aantonen dat slechts een specifiek onderdeel is aangetast. Zo wordt bij eik het spinthout sneller aangetast dan het kernhout, dat alleen gevaar loopt bij een hoger houtvochtgehalte. Dat laatste maakt dat we veelal onderaan op een meubel aantasting zien, vooral waar er contact is met de vloer of de muur. Door de aanwezigheid van onder meer condensvocht (door koudebrug of onderhoud en poetsbeurten) kan het hout lokaal een hogere vochtigheidsgraad hebben en hierdoor aantrekkelijk worden voor houtwormaantasting. In voorkomend geval is de oorzaak aanpakken veel belangrijker dan bijvoorbeeld besproeien met insecticide.
  • Zachtere houtsoorten met een laag of geen zuurgehalte, zoals lindenhout, zijn veel aantrekkelijker voor de kevers, ook zonder hoog vochtgehalte.

 

 Insectenaantasting: actief of niet actief?    

  • Zijn de randen van de uitvliegopening dof, donker en vuil, dan zijn de uitvlieggaten al enige tijd geleden ontstaan (oude aantasting). Zijn ze scherp, wit en gekarteld, dan gaat het om een recente aantasting. Dat zegt nog niets over de hoeveelheid houtwormen die actief zijn in het hout.
  • Ligt er vers boormeel onder of op het object? En is het een piramidaal hoopje of een vlakke hoeveelheid stof? Elke soort houtworm heeft uitwerpselen met een specifieke vorm.                                  

Zie figuur 7 onderaan op deze pagina: in het midden van de foto de kleine houtkever (Anobium punctatum). Het 'boormeel', de uitwerpselen van de houtworm, zijn de kleine, bruine, ellipsvormige bolletjes.

Zie figuur 8 onderaan op deze pagina: kleine hoopjes boormeel afkomstig van de kleine klopkever (Anobium punctatum). De hoopjes op zich, zeg maar: de vorm van de uitwerpselen, helpen om het soort houtkevers te determineren.

Zie figuur 9 onderaan op deze pagina: kleine hoopjes boormeel afkomstig van de kleine klopkever (Anobium punctatum)

Zie figuur 10 onderaan op deze pagina: zichtbaar recente uitvlieggaten van de kleine klopkever (Anobium punctatum)

Zie figuren nrs  11 en 12 onderaan op deze pagina: ernstige schade door houtworm

GEïNTEGREERDE INSECTENBESTRIJDING 

  • Lees hierover de rubriek Collectiebeheer-Conservatie- de 10 schadefactoren-insecten
  • Het is niet omdat je één uitvliegopening ziet dat je een curatieve behandeling moet uitvoeren. Een correcte inschatting van de situatie is belangrijk. Wel moet je rekening houden met de rest van de collectie: één object kan de collectie aantasten.
  • Quarantaine is een eerste stap, evalueren en opvolgen (monitoring) een tweede. Gaat het om een oude aantasting, dan kan het object weer bij de rest geplaatst worden.
  • Monitoring is een belangrijk onderdeel van een IPM (= geïntegreerd insectenbestrijdings)-plan. Is er geen quarantaineplaats of ruimte voorhanden, voorzie dan in een quarantainezak - een zak in plasticfolie - om het meubel in te zetten. Zorg ervoor dat er geen contact is met het oppervlak (Ethafoam®-tussenblokken). Maak op voorhand een of meer 'vensters' en dicht ze weer af met Tyvek®-folie, die je kunt samenkleven met dubbelzijdige tape. Hierdoor is het klimaat gegarandeerd (vergelijkbaar met een depotklimaat) omdat Tyvek® damp- en luchtdoorlatend is. De folie is doorzichtig, waardoor je tijdig controles kan uitvoeren zonder de zak open te maken. De Ethafoam®-blokken zorgen voor afstand tussen folie en object. Een uitvliegende houtkever zal zich geen weg door de folie knagen maar in de zak blijven.
  • Een quarantaineperiode van een jaar of langer is noodzakelijk. Het kan zelfs meerdere jaren duren vooraleer de kevers uitvliegen. De lente is een natuurlijke uitvliegperiode.
  • Het belangrijkste aspect bij een insectenbehandeling wordt wel eens vergeten: preventie. Bij een structureel onderhoud van het gebouw, maar ook in het gebouw, zijn dit belangrijke aspecten: verwijder tijdig stof, vuil en dode insecten, de ideale voedingsbodem voor andere insecten. Sluit spleten en kieren bij ramen en deuren. Zet verdachte stukken in quarantaine (zie hierboven).
  • Een andere mogelijkheid is het plaatsen van kleefvallen. De kleine kartonnen kleefvallen voor Anobiidae (o.m. de kleine houtworm) zijn nog niet zo efficiënt, maar een grote kleefval met een ultraviolette lamp is zeer doeltreffend. Plaats zo'n lamp op de grond: de kevers vliegen alleen bij zeer gunstige omstandigheden rond en worden dus makkelijker gevangen op de grond dan met een lamp in de lucht. Laat de lamp ook 's nachts branden (timersysteem) of zelfs de klok rond. Controleer regelmatig in de lente, al heeft een optimaal depot geen seizoenen (de temperatuur is steeds hetzelfde). Vervang de kleefvallen regelmatig en laat de gevangen insecten nakijken door een specialist. Die kan zien of er houtkevers en motten (en andere schadelijke insecten voor kunstvoorwerpen) aan kleven, en een inschatting maken van het soort en de graad van de aantasting.

Zie figuur 13 onderaan op deze pagina: kleefstroken onder een uv-lamp. Het licht trekt de insecten aan, die vastkleven aan de lijmpanelen (regelmatig te vervangen). Dit opvolgen is een belangrijk onderdeel van een geïntegreerd insectenbestrijdingsplan (IPM). Dergelijke vallen zijn zeer efficiënt.

BEHANDELING van een AANTASTING 

  • Een aantasting door insecten laat je het best altijd behandelen door een specialist.
  • Een behandeling met een insecticide (een pyrethroïde, zoals Permethrine, Deltamethrine...) is maar deels doeltreffend en beperkt in gebruik. Een insecticide is opgelost in een solvent en werkt enkel preventief. Curatief is dit niet, want het dringt niet diep genoeg in. De duur van de preventieve werking hangt af van de blootstelling aan het zonlicht: zonlicht breekt de preventieve werking na ongeveer een half jaar af. Als het oppervlak niet wordt blootgesteld aan het zonlicht, blijft de preventieve werking doorgaans enkele jaren. Een insecticide mag enkel aangebracht worden op niet-afgewerkte oppervlakten, omdat het solvent (zelfs al is het water) de afwerklaag beschadigt. Het kan dus enkel gebruikt worden voor bloothouten onderdelen: dakgebinten, achterkanten van een lambrisering, onder- of binnenkanten van een meubel.
  • Curatieve behandelingen die niet preventief werken zijn bijvoorbeeld een gecontroleerde warmtebehandeling en anoxiesystemen (op basis van zuurstofabsorbers, CO2,  stikstof, argon). Het toepassen van dergelijke systemen is steeds specialistenwerk. Vraag hiervoor grondig advies.


SCHIMMELS

Schimmelsporen zijn overal en altijd aanwezig in de lucht, maar ontwikkelen zich alleen in gunstige omstandigheden - o.m. door de aanwezigheid van water of vocht - tot een schimmel of een zwam. Die vermijden of uitsluiten is de belangrijkste preventiemaatregel en hét curatieve middel.

OPPERVLAKTESCHIMMEL

Kan eruitzien als zwarte of donkerblauwige, of ook als witte, pluizige en cirkelvormige spikkels. Ze tasten de houtstructuur niet aan maar kunnen verkleuringen veroorzaken bij zowat alle materialen (papier, hout, afwerklagen...). Preventie is ook hier belangrijk.

Zie figuren 14 en 15 onderaan op deze pagina: ontwikkeling van oppervlakteschimmel

De aanwezigheid van deze schimmel is de belangrijkste indicator dat de ruimte te vochtig is. Pak de oorzaak zo snel mogelijk aan.

Oppervlakteschimmel moet verwijderd worden. Doe dat niet zelf: het gebruik van water, detergent of ethanol kan ook de afwerklagen beschadigen. Een correcte inschatting is cruciaal. Laat je begeleiden of laat het werk uitvoeren door restauratiepecialisten: zij kennen de gevoelige afwerklagen.

ZWAM

Zwammen ontwikkelen zich in vochtige omstandigheden. Veel opgestapeld vocht (bv. onder en/of tegen en/of door de muur, of uit de grond als stijgvocht) kan structurele balken zo vochtig maken dat er zich zwammen ontwikkelen. Deze zeer ernstige problematiek kan enkel door specialisten behandeld worden.

Zie figuren 16 en 17 onderaan op deze pagina: schade (kubisch rot) van de huiszwam (foto nr 17: mycelium van de huiszwam). Na een vochtlek heeft men de centrale verwarming opgezet om 'uit te drogen'. Zonder het te weten creëerde men hierdoor de ideale omstandigheden voor schimmelontwikkeling. De huiszwam heeft zeer ernstige schade aangebracht aan de lambrisering.


VERONTREINIGING

Stof, vuil, roet (van auto’s of kaarsen), zouten uit muren of plafonds: al deze stoffen belanden uit de lucht op het hout. Door het object af te dekken vermijd je een dergelijke vervuiling.

Het verwijderen stelt specifieke eisen voor elke vervuiling. Algemeen is het opzuigen met een stofzuiger zonder het object aan te raken een goede behandeling. Wrijven met een doek vermijd je het best, omdat dit krassen kan veroorzaken of de vastzetting van residu in de houtnerf.

Reinig een houten meubel nooit ondoordacht, omdat vloeistoffen vaak schade aanrichten. Hieronder volgt een overzicht van mogelijke schade bij het onderhoud.

                TYPE VLOEISTOF              

   SCHADE                         

water
  • lost lijm op
    verhoogt de luchtvochtigheid
  • doet hout zwellen
  • kan schadelijk zijn voor de afwerklaag (bv. blindslag)
  • doet hout vervormen
  • ontkleurt onafgewerkte houtoppervlaktes (uitlogen)
  • geeft in combinatie met ijzer (bv. een waterlek bij een glas-in-loodraam) en zuur in hout (azijnzuur, looizuur) een chemische reactie, waardoor het hout zwart kleurt
 solventen
  • Verschillende solventen lossen afwerklagen op. Laat het reinigen met solventen steeds aan een houtrestaurator over.
 oliën
  • Oliën die men gebruikt om het hout 'te voeden' verdonkeren het oppervlak. Dat proces is ook onomkeerbaar! Hout hoef je niet te 'voeden', behalve om esthetische redenen.
 (boen)wasafwerking
  • Moet enkel heraangebracht worden als de afwerking is afgesleten. Als de glans is verminderd krijg je die terug door opwrijven (als eerst het oppervlaktevuil is verwijderd). Het 'jaarlijkse' inboenen is niet nodig: de opstapeling van was kan het hout verdonkeren, zoals de niet originele donkere kleur van veel kerkmeubilair bewijst.
 siliconen
  • Siliconen afkomstig van reinigingproducten of een glansmaker zijn moeilijk te verwijderen. Ze koeken samen in spleten, microgaten en de houtnerf, en ze verkleuren het oppervlak.
commerciële reinigingsproducten
  • Vermijd ze in het algemeen, en zeker die met bv. peroxide (of zuurstofwater). Dat ontkleurt het hout.
  • Commerciële reinigingsproducten met solventen (bv. alcohol) kunnen de afwerklaag oplossen.
 caligeen
  • Gebruik  nooit caligeen (loog, natriumhydroxide) omdat dit het hout chemisch afbreekt!

            

Zie figuur 18 onderaan op deze pagina: verdonkerd kerkmeubilair door te veelvuldig aanbrengen van (donkere) was. Preekstoel van de Sint-Salvatorkerk in Harelbeke        


Licht en straling

Hout behoort tot de 'gevoelige' materialen: licht veroorzaakt schade aan houten objecten maar vooral ook aan hun afwerklaag. Zonlicht en ook gewoon daglicht heeft een invloed op de chemische componenten van het materiaal. Het effect wordt waargenomen als verkleuring van het oppervlak. Het kan gaan om de afwerklaag of om de stoffen die gebruikt zijn om het hout te kleuren.

Een voorbeeld: gefineerde marquetteriemeubelen zijn oorspronkelijk zeer kleurrijk door het gebruik van verschillende houtsoorten en van kleurstoffen. Bij ons huidige beeld van bv. 17de-eeuwse meubelen gaat het eerder om een schakering van bruintinten. De rode, groene, blauwe en gele kleuren zijn nog maar licht aanwezig. Originele kleuren kunnen nog aanwezig zijn, bijvoorbeeld aan de binnenzijde.

  • Vernissen, wassen en oliën kunnen, naargelang van het type, broos, gelig en/of donker worden. Vernis kan ook door andere verouderingsprocessen craqueleren, eilandjes vormen enz.
  • Andere materialen die zijn verwerkt in het meubel (textiel, leder, perkament...) zijn zeer gevoelige materialen.
  • Richt geen direct licht op het meubel en volg de museumrichtlijnen. Plaats meubelen niet in zonlicht, zorg voor ultravioletwerende filters voor de ramen en dek het meubel af als het niet getoond wordt.
  • Een andere factor die veroudering versnelt is het onzichtbare licht, zoals ultravioletlicht. Dat richt ernstige schade aan. Het doet bleke houtsoorten vergelen, donkere houtsoorten verdonkeren en afwerklagen degraderen (broos, geel, craqueleren...)

 

VERKEERDE TEMPERATUUR EN TEMPERATUURSCHOMMELINGEN 

Warmte beïnvloedt het klimaat en de relatieve vochtigheidsgraad staat hiermee in een directe relatie. Een veel voorkomende fout is het opwarmen van een vochtige ruimte om 'uit te drogen': dat creëert de ideale omstandigheden voor schimmelvorming.

Warmte op zich doet hout zeer traag verouderen. Bij een te hoge warmte kan het materiaal uiteraard ontbranden.

De warmte achter glas kan zeer hoog oplopen, wat tot een lokale verandering van de vochtigheid kan leiden. Dat geldt ook voor centrale verwarmingsinstallaties.

Warmte kan ingezet worden om insecten te verdelgen, zoals houtworm en textielvreters. Een goed systeem is voorzien van een stabiel vochtklimaat. De chemische degradatie door de geproduceerde warmte is in zo'n geval verwaarloosbaar, omdat de tijdsduur zeer kort is. Ook vriestemperaturen kunnen in deze context gebruikt worden.

De 'warm-zand-schaduwtechniek' wordt veel gebruikt bij marquetteriemeubelen: het hout wordt plaatselijk verast in warm zand. De zwarte kleur zorgt voor een 'schaduw' in het figuratieve paneel.

 

VERKEERDE RELATIEVE VOCHTIGHEID

Een te hoge of een te lage RV, maar ook schommelingen in de luchtvochtigheid, veroorzaken schade. Het houtvochtgehalte verandert of past zich aan als de vochtigheidsgraad in de lucht verandert. Telkens zal het hout respectievelijk uitzetten en krimpen, met de nodige gevolgen. Een stabiel klimaat is essentieel. Volg daarom de richtlijnen in het hoofdstuk Collectiebeheer-Conservatie-De 10 schadefactoren- Verkeerde relatieve vochtigheid.

Zie figuur 19 onderaan op deze pagina: opgelijmde fineerstukken komen los van het blindhout. Een 17de-eeuws kabinet vóór restauratie, Museum M-Leuven

 

INFORMATIEVERLIES

Veel voorkomend bij houten objecten of meubelen is dat ze vuil worden, esthetisch uit de gunst raken en zo 'op zolder' belanden, waar ze nog minder aandacht krijgen en helaas vaak bewaard worden in ongunstige omstandigheden.

Zorg steeds voor informatie over het object die je het best bij het object bewaart. Zorg ervoor dat het object vrij blijft van stof en vuil. Als het niet wordt gebruikt, dek het af met een ongekleurde katoenen hoes, een doek of een strook Tyvek®.

Onderdelen die losraken bewaar je bij het object in een plasticzakje-met-label dat je eventueel aan het object vastmaakt met een touwtje.

 

Collectiebeheer: Informatiebeleid: Informatiebeheer in depot: Nummeren van objecten geeft richtlijnen voor het correct aanbrengen van een inventarisnummer.

Nummer elk los onderdeel van een meubel, zo kunnen bv. deuren afgehaakt worden. Breng een nummering niet rechtstreeks aan op een object: inkt, pigmenten en vloeistoffen dringen in het hout en zijn niet reversibel.

 Mogelijkheden zijn:

  • vernislaag – nummering – vernislaag systeem (zie video: de gebruikte vernis kan Paraloid® of een wateroplosbare Golden® acrylpolymeer zijn);
  • een touwtje met label dat goed vasthangt. Een los overhangende markering is onvoldoende;
  • een strook Tyvek® (non-woven polyestertextiel, zacht van oppervlak, zeer flexibel, sterk), voor onderdelen in textiel.

 

Zie figuur 20 onderaan op deze pagina: een tijdelijke nummering aanbrengen kan met een label. Gebruik geen sticker of potloodnumering.

Zie figuren 21 en 22 onderaan op deze pagina: opgelet voor stukken of vormen waaraan je het touw niet goed kunt bevestigen. Aanspannen is dan noodzakelijk.

Figuur 1: Heilig Sacramentsaltaar, O.L.V.-kerk in Aarschot, brandschade door het gebruik van kaarsen ©Peter Taeymans/IPARC, België
Figuur 2: Kapel van het Hollands College in Leuven, brandschade door het gebruik van kaarsen ©Peter Taeymans/IPARC, België
Figuur 3: waterdruppels ©Peter Taeymans/IPARC, België
Figuur 4: waterdruppels ©Peter Taeymans/IPARC, België
Figuur 5: zwarte verkleuringen door de combinatie van water – zuur – ijzer ©Peter Taeymans/IPARC, België.
Figuur 6: zwarte verkleuringen door de combinatie van water – zuur – ijzer ©Peter Taeymans/IPARC, België.
Figuur 7: in het midden van de foto de kleine klopkever (Anobium punctatum), boormeel, kleine bruine bolletjes ©Peter Taeymans/IPARC, België
Figuur 8: kleine hoopjes boormeel afkomstig van de kleine klopkever, Anobium punctatum ©Peter Taeymans/IPARC, België
Figuur 9: kleine hoopjes boormeel afkomstig van de kleine klopkever, Anobium punctatum ©Peter Taeymans/IPARC, België
Figuur 10: zichtbaar recente uitvlieggaten van de kleine klopkever (Anobium punctatum) ©Peter Taeymans/IPARC, België
Figuur 11: ernstige schade door houtworm ©Peter Taeymans/IPARC, België
Figuur 12: ernstige schade door houtworm ©Peter Taeymans/IPARC, België
Figuur 13: kleefstroken onder een ultravioletlamp ©Peter Taeymans/IPARC, België
Figuur 14: ontwikkeling oppervlakteschimmel ©Peter Taeymans/IPARC, België
Figuur 15: ontwikkeling oppervlakteschimmel ©Peter Taeymans/IPARC, België
Figuur 16: schade aan een lambrisering door huiszwam (kubisch rot) ©Peter Taeymans/IPARC, België
Figuur 17: vruchtlichaam huiszwam, zelfde lambrisering door huiszwam (kubisch rot) ©Peter Taeymans/IPARC, België
Figuur 18: verdonkering preekstoel, Sint-Salvatorkerk in Harelbeke - te veelvuldig aanbrengen van (donkere) was ©Peter Taeymans/IPARC, België
Figuur 19: opgelijmde fineerstukken komen los van het blindhout. 17de-eeuws kabinet vóór restauratie, Museum M-Leuven ©Peter Taeymans/IPARC, België
Figuur 20: tijdelijke nummering met label ©Peter Taeymans/IPARC, België
Figuur 21: opgelet voor stukken of vormen waarbij je het touw niet goed kunt bevestigen. Aanspannen is dan noodzakelijk ©Peter Taeymans/IPARC, België
Figuur 22: opgelet voor stukken of vormen waarbij je het touw niet goed kunt bevestigen. Aanspannen is dan noodzakelijk ©Peter Taeymans/IPARC, België
Laatst gewijzigd op 15/05/2019