U bent hier

Aftakeling van glas

Aftakeling van glas

Glas is een zware massa, maar tegelijk zeer breekbaar. Tijdens de afkoeling van het gesmolten glas zal het krimpen, waardoor er spanning ontstaat. Dit maakt het glas uiterst breukgevoelig. Glas zal na verloop van tijd vaak ook chemisch aangetast worden of ‘corroderen’, wat men minder verwacht van een solide en niet poreus materiaal als glas.

Glasbreuk

  • De bekendste vorm is breuk door mechanische schade: een val, het object te hard neerzetten, er met een ander voorwerp tegen botsen, een verkeerde opstelling waardoor het glas barst onder zijn eigen gewicht. Dit type breuk zal zich rechtlijnig voortzetten (zie AFBEELDING 1).
  • Een andere vorm van glasbreuk is door fysische schade, druk, stress of extra spanning die kan ontstaan door een verkeerde bewaring (bv. te extreme temperatuurschommelingen). Dit type breuk zal zich verplaatsen via spanningen in het glas (zie AFBEELDING 2).
  • Ook een combinatie komt voor: de oorzaak is mechanische schade, maar de breuklijnen verplaatsen zich via de spanning van het glas. Bij een kelk vertrekt een typische breuk van de rand en loopt ze terug naar de rand (zie AFBEELDING 3).
  • Een minder bekend fenomeen is chemische uitloging. Door lokale uitlogingen ontstaat er een weerkaatsing van het licht. Dat lijkt op glasbreuk, maar is het niet. Het kan wel gaan om lokale zwakkere plekken in het glas.


Glascorrosie

Verwering of corrosie van glas komt vaak voor.

Interne factoren zijn de samenstelling van het glas (verschil in chemische stabiliteit) en de behandeling bij fabricage (verschil in spanning). Externe factoren zijn waterige oplossingen (overdreven reinigen) en aantasting door de omgeving (temperatuurschommelingen, luchtvochtigheidschommelingen, luchtpollutie, licht).

Deze chemische verandering in de samenstelling van het glas begint aan het oppervlak, maar tast uiteindelijk het glas structureel aan.


Vormen van glascorrosie

  • Een dof, mat oppervlak: bepaalde glascomponenten worden door chemische reinigingsmiddelen en vocht aan het glasoppervlak onttrokken (het vaatwassereffect).
  • Irisatie: een water-op-olie-effect of regenboogeffect dat verandert naargelang van de hoek waarin er naar het glas gekeken wordt of de hoek van de lichtbron. Dit effect ontstaat door de uitloging van materiaal in de glasmaterie, waarbij er verschillende verweringlaagjes ontstaan, waardoor het licht op verschillende manieren door het glas breekt. Dat zorgt voor de verschillende kleuren. In de 19de en 20ste eeuw wordt dit effect ook met opzet gecreëerd door metallische stoffen toe te voegen in de smelt, of door het oppervlak te behandelen met tinchloride en opnieuw te verhitten in een reducerende atmosfeer (het onttrekken van zuurstof tijdens de verhitting).
  • Schilfering: gevorderde corrosie waarbij de verschillende dunne verweringlaagjes loskomen en afschilferen van het glasoppervlak.
  • Putcorrosie is een corrosievorm waardoor er in het glas vele putjes ontstaan.
  • Korstvorming: vorming van een dikke, veelal matte verkleurde verweringslaag. Bij archeologisch glas is het niet altijd duidelijk of de korst deel uitmaakt van de glasmaterie (materiaal dat uitgeloogd is uit het glas) dan wel of het de neerslag is van de grond waarin het zich jarenlang bevond.
  • Versuikerd glas: het glas krijgt een marmerachtig effect. Dit is een gevorderd stadium van glascorrosie waarbij de verweringslaagjes tot in de kern van het glas gaan. Typisch is de blekere kleur op het glas, waardoor het lijkt of delen van het glas zijn weggevreten. Soms ontstaat er een scheiding tussen de verweringskorst en de nog gezondere glaskern, waardoor die in zijn geheel afschilfert en er enkel een zeer dun laagje 'gezond' glas overblijft. In een ver gevorderd stadium blijft enkel nog een kalkachtige, versuikerde massa van silica over. Die is structureel zeer zwak en moeilijk herkenbaar als glas.
  • Verkleuring: wordt veroorzaakt door de migratie of wijziging van de ionen voor de kleuring van het glas en andere spoorelementen in het glas. Ionen kunnen uitlogen maar ook opgenomen worden uit de omgeving. IJzer en mangaan veroorzaken bijvoorbeeld een roestkleur en een zwarte verkleuring van de corrosiekorst. Kopercorrosieproducten kunnen groene vlekken veroorzaken in het glas. Mangaan en koper verkleuren bij oxidatie (aanwezigheid van zuurstof).

Aantasting van glasverf of glas-email komt ook voor. Dit wordt meestal 'glasverfverwering' of 'emailverwering' genoemd.


Speciale vorm van glascorrosie: crizzling

Stephen Koob onderscheidt bij dit fenomeen vijf stappen. Bij elke stap in het corrosieproces ziet het glas er anders uit, waardoor het belangrijk is om de fasen te kennen en te herkennen.

  1. De aanwezigheid van alkali in het glas kan voor een mistig, vochtig effect zorgen. Op het glas zijn fijne druppels of kristallen (wanneer de druppels uitdrogen bij drogere lucht) aanwezig. Het glas kan glad en slijmig aanvoelen. 
  2. Na het afvegen van de vochtige laag blijft er een mistig effect. Ook zijn er bij scheerlicht fijne barstjes zichtbaar op het glas.
  3. Het glasoppervlak barst verder, waardoor het fenomeen duidelijk zichtbaar is met het blote oog. Het is uniform aanwezig op het glasoppervlak. (Verwar dit niet met ijsglas, waarbij het glas met opzet wordt 'geschrikt' door snelle afkoeling en er ook dergelijke uniforme barstjes ontstaan.)
  4. De barsten reiken dieper in het glasoppervlak en er ontstaat afschilfering.
  5. De barsten zijn zo sterk dat het glas uit elkaar breekt in fragmenten. Dit kan gebeuren door het verplaatsen van het object en door te veel kracht te zetten op het glas.


Solarisatie

De verkleuring van mangaan(di)oxides waardoor het glas lichtroze tot paars wordt. Mangaan(di)oxides werden toegevoegd bij het glas om de groene schijn (door onzuiverheden als ijzeroxides) op te heffen en zo een helder, kleurloos glas te verkrijgen. Door uv-licht gaan deze mangaan(di)oxides verkleuren. We zien dit fenomeen door de eeuwen heen, te beginnen bij kleurloos Romeins glas, tot vlakglas en vaatwerk uit de 18de en 19de eeuw. In die periode werd immers enorm veel helder glas vervaardigd dat de visuele kwaliteit van kristal moest benaderen.

Andere elementen die werden gebruikt om glas te ontkleuren zijn selenium en cerium. Bij blootstelling aan uv-licht kan dit ertoe leiden dat het glas geel tot amberkleurig wordt.


Sporen van gebruik en vroegere interventies

Sommige schadebeelden maken deel uit van de geschiedenis van het object en worden beter niet verwijderd. Ze vertellen meer over het gebruik van het object en over eerdere interventies en restauraties. Voorbeelden zijn: krassen, residu's van etiketten, oude verlijmingen, klemmen of andere herstelmaterialen. Als deze oude ingrepen verdere schade kunnen berokkenen, is het wél beter ze te verwijderen.

Een correcte omgang met oude ingrepen en restauraties is geen eenvoudige zaak. Het wordt sterk aangeraden om overleg te plegen met een conservator-restaurator.

 

Meer lezen?

- Wilhelm Geilmann, Beitrage zur Kenntnis alter Gläser I-VII
- Simone Walker, Damage catalogue for glass objects, 2014
Laatst gewijzigd op 14/02/2018