U bent hier

Stap 7: uitpakken en controleren

Stap 7: uitpakken en controleren

Na het transport pak je een voorwerp uit. Zorg dat het op een goede plaats komt te staan en kijk na of het voorwerp geen schade heeft geleden.

Doen

  • Zet objecten nooit direct op de vloer of een andere ongebufferde ondergrond.
  • Let op of:
    • de verpakking aan de buitenkant geen sporen van schade vertoont, bv. deuken,
    • er geen losse onderdelen in de verpakking liggen,
    • het object geen visueel waarneembare schade vertoont,
    • er bijzonderheden op te merken zijn uit de informatie van de eventueel meegestuurde dataloggers.
  • Controleer het conditierapport (indien aanwezig).
  • Controleer ieder stuk verpakkingsmateriaal: kleine voorwerpen kunnen makkelijk in papier blijven zitten en worden weggegooid. Houd (kleine) losgekomen onderdelen bij.
  • Pas de standplaats van het voorwerp aan in het registratiesysteem.
    • Door standplaatswijzigingen accuraat bij te houden krijg je een volledige standplaatshistoriek in je databank.
    • Tipgeef ook transitzones, werktafels en zelfs de voertuigen waarmee je een transport uitvoert een standplaatscode. Zo kan je het traject van het transport volgen.


Laten

Laat een object niet onnodig lang verpakt staan.


Wat als het misgaat?

  • Onderbreek het transport bij schade of het vermoeden ervan.
  • Panikeer niet.
  • Maak zo veel mogelijk foto’s van de brokstukken op de plaats van het gebeuren.
  • Probeer de delen niet te passen/verlijmen. Laat dat aan een deskundige over.
  • Roep een conservator of leg de afgebroken onderdelen in (aparte) minigripzakjes. Noteer het nummer van het object op elk zakje (vooraf).
  • Waarschuw de verantwoordelijke persoon.
  • Maak een rapport op van het voorval (bv. schadeaangifteformulier).
  • Contacteer de verzekeraar als dat aangewezen is.
Laatst gewijzigd op 06/11/2013