U bent hier

Studiecollecties

07/10/16

Studiecollecties

De afdeling Conservatie-Restauratie van UAntwerpen en het ModeMuseum Antwerpen presenteerden vorige week hun project rond studiecollecties. De centrale vraag: kunnen deze studiecollecties fysiek en/of digitaal ontsloten worden?

Onder het academisch erfgoed vallen onder andere de studiecollecties: stukken die zijn voortgekomen uit, verzameld in het kader van of geschonken ten voordele van (objectgebonden) onderwijs. Denk aan natuurhistorische, etnografische, medische, geschiedkundige... collecties, waartoe ook stalen en samples, reconstructies, replica's en documentatie behoren.

Het van nabij bestuderen, voelen en ruiken is essentieel in objectgericht onderwijs. Dat maakt meteen het grote verschil met museale collecties.


Praktijkvoorbeelden

Het vertrekpunt van het project zijn kostuum- en textielcollecties, maar dit kan en zal verder uitgebreid worden naar andere soorten studiecollecties.

  • De Antwerpse Conservatie-Restauratie opleiding heeft haar studiecollectie "Chris Dhondt" (kledij en textiel) grondig onder handen genomen: geregistreerd, gefotografeerd en genummerd. Een gedeelte wordt nu in permanente bruikleen gegeven aan de bibliotheek van het ModeMuseum Antwerpen. Het ModeMuseum beschikt zelf ook over een studiecollectie uit schenking. Iedere geïnteresseerde kan de stukken vanaf nu maandagnamiddag op aanvraag komen raadplegen zoals in een archief of bibliotheek. De collectie is digitaal doorzoekbaar op http://collectiemutsaard.org/ en via Europeana Fashion (zie verder). Deze studiecollecties zijn gescheiden van de museumcollectie van MoMu. Indien er toch ooit museale stukken naar de studiecollectie worden verplaatst, gebeurt dit op basis van een afstotingsprocedure.
  • Ten voordele van de opleiding theaterkostuumontwerp van de KASKA is men bezig met het registreren en fotograferen van een uitgebreide privé-collectie van een oud-docent kostuumgeschiedenis. Zij dompelde haar studenten onder in de stijlen, de tijdsgeest en de technieken van de 20ste eeuw met behulp van haar eigen rijke verzameling. Veel van deze stukken zijn verbonden aan een persoonlijk verhaal of ervaring van de eigenares, die zo goed mogelijk mee gedocumenteerd wordt, omdat het de context aantoont en studenten enthousiasmeert.
  • De Universiteit Gent lichtte een gelijkaardig project toe, dat misschien zelfs in de oprichting van een eigen centraal museum gaat uitmonden. Nu zijn uitgebreide studiecollecties, van plantentuin tot etnografica, verdeeld over verschillende vakgroepen en vzw's, elk met hun eigen aanpak. Een eerste try-out in beperkt tijdsbestek lokte veel bezoekers.

Andere voorbeelden kwamen van de Universiteit Amsterdam, het Victoria & Albert Museum, het Art Institute of Chicago en The Museum at FIT, New York.


Hoe registreren en ontsluiten?

  • Voor het ontsluiten van de studiecollectie werd een nieuw datamodel (geheel van beschrijvende velden voor inventarisatie en beheer) ontwikkeld, genaamd ECHO-Core, waarin zowel erfgoed- als onderwijsgerelateerde informatie een plek krijgt.
  • Er werd om budgettaire redenen geregistreerd met de open source software Omeka. Via een API wordt de ontsluiting in Europeana Fashion mogelijk gemaakt.
  • Cruciaal in het online/digitaal ontsluiten op aggregatieplatformen is dat iedereen dezelfde taal en terminologie gebruikt (linked open data), zoals de Art & Architecture Thesaurus. Een werkgroep textiel en kostuum vulde de AAT aan met ontbrekende termen. In afwachting van de redactie en publicatie in AAT staat de terminologielijst al online.


Wat met behoud en beheer?

  • De focus, ook in internationale modecollecties, blijft liggen op educatie. De objecten moeten aangeraakt kunnen worden.
  • Men kiest voor de studiecollectie in de regel géén unieke stukken, maar dubbels, stukken die vlekken of scheuren hebben en toch niet tentoongesteld worden, die eventueel nog vervangen kunnen worden, die niet essentieel zijn voor de (museum)collectie. Wel is de studiecollectie, net zoals een erfgoedcollectie, een coherent geheel, in die zin dat ze een verhaal vertelt van stijlen, technieken, materialen, maatschappelijke ontwikkelingen.
  • Alle stukken zijn genummerd en gelabeld.
  • Handschoenen zijn soms, maar niet altijd verplicht - bijvoorbeeld enkel voor de docent. Handen wassen is dat in de andere gevallen wel.
  • Voorzichtige handling van de stukken wordt sterk gestimuleerd, maar is afhankelijk van de persoon.
  • Objecten ophangen op een rek zorgt er voor dat ze vaker worden gebruikt dan de stukken die in zuurvrije dozen verpakt zijn. Ook voor het MoMu is dit een noodzakelijke manier voor het gros van de studiecollectie. De kapstokken zijn wel opgevuld. Thematische groepering van stukken op mobiele rekken blijkt trouwens erg handig voor onderwijsdoeleinden, om de studiecollectie optimale bekendheid te geven. Voor opberging is een plaatsing op maat handiger.
  • Voor de raadpleging worden de stukken vlak op tafels gelegd.
  • Te fragiele stukken kunnen in het V&A in het depot zelf bekeken worden, om verplaatsing te beperken. 
  • En last but not least: er wordt niets ontleend.

Dat de stukken verder aftakelen is een zichtbaar en onontkoombaar feit. Het weegt alleen niet op tegen de voordelen volgens de sprekers. Een beschadiging maakt trouwens nog beter duidelijk welke materialen en technieken gebruikt zijn.

Dit project werd gesubsidieerd door de Vlaamse Overheid.