U bent hier

Medewerkers

Medewerkers

Een goede depotwerking is in grote mate afhankelijk van de medewerkers. En dat niet alleen van de vaste interne medewerkers, maar ook van vrijwilligers, stagiairs en externe medewerkers die een tijdelijke opdracht uitvoeren (zoals onderhoudsploegen, installateurs, de schoonmaakploeg enz).
Hieronder krijg je een overzicht van alle relevante aspecten voor een goed personeelsbeleid.
Daarnaast vind je ook nog specifieke informatie over vrijwilligers en stagiairs en over beveiligingsmaatregelen tegen de 4 schadefactoren.

GEDRAGSCODE & DEONTOLOGISCHE CODE

Duidelijke afspraken voor het personeel bevorderen een goede werksfeer en de efficiëntie op de werkvloer. Ook in een depot is het aangewezen in een gedragscode richtlijnen mee te geven aan het personeel over:

  • veilige werkomstandigheden
  • informatiebeveiliging
  • omgang met bezoekers en derden 
  • ethische gedragsnormen ten opzichte van het betrokken erfgoed


De ICOM-code voor de deontologie van het museumberoep kan de basis zijn voor de opmaak van de 'spelregels' of gedragscode. De code legt de internationaal erkende deontologie vast. Die kan als richtlijn dienen voor de manier van werken in een depot op het vlak van verwerving, beheer, behoud, registratie en documentatie van erfgoed. Je vindt er ook de minimumnormen voor onder andere het personeel (Welke zijn de kwalificaties? Wat is professioneel gedrag enz.), de materiële voorzieningen en de financiële middelen.


FUNCTIEPROFIEL

Je stelt het best een functieprofiel op waarin je het takenpakket van de depotmedewerker(s) beschrijft, net als de bijbehorende vereisten zoals kennis, competenties en vaardigheden.

In een depot zijn verschillende taken aan de orde.

Kerntaken

  • opname
  • registratie en documentatie
  • materieel in stand houden van een collectie


Ondersteunende taken

  • bedrijfsvoering
  • onderhoud
  • beveiliging
  • technische zaken 


Daaraan kunnen competenties  worden gekoppel, zoals informatiebeheer, collectiebeheer, preventieve zorg, principes van conservatie en restauratie, kwaliteitscontrole, monitoring en controle van klimatologische omstandigheden enz. Dit alles omschrijf je het best zo uitgebreid mogelijk.

De grootte en de aard van je depot zullen in grote mate de personeelsbezetting en de graad van specialisatie van de medewerkers bepalen. Dit geef je aan in het functieprofiel. Daarin situeer je ook de functie binnen de organisatie om aan te geven wat de verantwoordelijkheden en bevoegdhedenvan de medewerker(s) zijn (en niet zijn).

In veel gevallen zal van de depotmedewerker een passende universitaire, technische of beroepsopleiding worden gevraagd om het takenpakket te kunnen vervullen. In bepaalde gevallen kan/mag een gebrek aan de juiste opleiding worden gecompenseerd met de opgedane ervaring.

Ter inspiratie: in Nederland is deze denkoefening al gedaan voor de functie van registrator.


OPLEIDING

  • Op dit moment bestaan er in Vlaanderen amper opleidingen die je klaarstomen tot depotmedewerker. De basisopleiding Behoudsmedewerker Erfgoed van de Bibliotheekschool  in Gent is als enige voldoende breed en praktijkgericht opgevat en afgestemd op de dagelijkse taken rond behoud en beheer in een erfgoedinstelling.
  • De meeste depotmedewerkers hebben daarom nood aan bijscholing: om (nog) beter aan de functie-eisen te voldoen en ook om de ontwikkelingen in het 'vak' op de voet te kunnen volgen. Een goede depotwerking betekent dus ook dat er een leervriendelijk klimaat heerst, met ruimte voor bijscholing of zelfs omscholing van de medewerkers.
  • Bijscholing kan op diverse manieren: literatuurstudie, interne opleidingen, workshops, studiedagen, stages enz. In de vormingsbrochure 2014 van de consulenten en de vormingskalender van FARO vind je een ruim aanbod, dat zich specifiek richt op de erfgoedsector.
Laatst gewijzigd op 05/10/2015