U bent hier

Lexicon

Om je niet te doen struikelen over vaktermen, hebben we hieronder de meest gebruikte kort en in eigen woorden toegelicht. Klikken op een term opent de verklaring.

A

Absolute luchtvochtigheid

De hoeveelheid waterdamp die de lucht op een bepaald moment bevat, uitgedrukt in gram per kubieke meter. Lucht maar een bepaalde hoeveelheid waterdamp bevatten. Die maximumgrens is afhankelijk van de temperatuur. Hoe warmer de lucht, hoe méér waterdamp het kan bevatten. Bijvoorbeeld: bij 10°C kan 1 m³ lucht maximum 9 gram waterdamp bevatten, bij 20°C tot 18 gram, en bij 30°C tot 31 gram waterdamp.

Actieve kool

Actieve kool is een speciaal behandelde koolstof die door adsorptie allerlei stoffen aan zich kan binden. Een belangrijk toepassingsgebied is filteren.(Bron:Wikipedia)

Additieve kleurmenging

Kleurraster positieven, zijn meestal éénmalig (opname) en bedoeld om te projecteren. De opnameplaat of –film heeft een transparante rasterstructuur bestaande uit drie welbepaalde kleuren gecombineerd met een zilvergelatine emulsie. Het transparante kleurraster fungeert als ‘filter’ tijdens zowel de opname als bij de projectie.

Afstoten

Herbestemmen door schenking, ruil, verkoop, of vernietigen van objecten uit de collectie. In langdurige bruikleen geven valt hier niet onder, omdat het eigenaarschap niet wijzigt. 

Anoxie

Behandeling van erfgoed tegen schadelijke insecten. Het verlagen van het zuurstofgehalte (%) in de lucht tot op het punt dat insecten niet meer kunnen overleven. Dit kan gebeuren in een luchtdichte zak, tent of in een anoxiekamer en duurt enkele weken.

B

Bariet en barietlaag

Bariet is een witte minerale stof, bariumsulfaat (BaSO4), die lange tijd gebruikt is in combinatie met een bindmiddel (gelatine) als coating of als afdeklaag op papier voor drukwerk of bij fotografische toepassingen. De term ‘barietpapier’ circuleert binnen de fotografiewereld als kwaliteitsterm voor de betere soorten afdrukpapier. Tegenwoordig staat ‘barietpapier’ voor een Ink-jetdruk op een gebariteerd papier. Maar vóór de introductie van digitaal gegenereerde afdruktechnieken was dit een term voor een OZG-afdruk op een papierbasis met een barietlaag. Dit in tegenstelling tot de RC- of PE-papieren die als minder kwalitatief (lees minder stabiel of minder lang houdbaar) te boek stonden.

Blaasvorming

Blaasvorming is het gevolg van een verkeerde relatieve vochtigheid en/of schommelingen in de relatieve vochtigheid waardoor er blazen ontstaan in een afwerklaag (verflaag of fineer) en de hechting aan het oppervlak loslaat.

Blindslag

Blindslag is het verlies van transparantie van bijvoorbeeld een vernis of andere afwerklaag, vaak het gevolg van een vochtig klimaat.

Blunderval/plakval/lijmval

Valsysteem waarbij lijm gebruikt wordt, al dan niet in combinatie met een lokmiddel (voedsel of feromonen) om insecten en klein ongedierte zoals muizen te vangen. Men kan deze vallen gebruiken als detectie- of bestrijdingsmiddel.

Boulletechniek

Deze versieringstechniek bestaand uit messing en schildpadschelp is vernoemd naar André-Charles Boulle (Parijs, 1642 - 1732). Hij heeft deze techniek geperfectioneerd. In de 19de eeuw heeft dit nog veel navolging gehad onder de stijlperiode Napoleon III.

Bouwschil

Alles wat de grens vormt tussen gebouw en omgeving: fundering, vloer, muren, ramen, deuren en dak. Thermische inertie, isolatie, lucht- en lichtdichtheid zijn inherent aan de materialen en de opbouw van deze schil.

Box-in-box principe

Een extra bouwschil (muren, vloer, plafond, deur) binnenin een bestaand gebouw. Meestal om een aangepast binnenklimaat te bekomen, waar de oorspronkelijke constructie dat niet toelaat. Bijvoorbeeld in historische gebouwen. Door de dubbele wand en de vaak meer luchtdichte binnenschil, wordt de depotruimte extra geïsoleerd. Rondom de binnenschil kan ruimte vrijgehouden worden voor circulatie.

C

Chemische toning of omkleuring

Een chemische nabehandeling bij fotografie waarbij het metallisch zilver in een afgewerkte foto of negatief wordt omgezet naar een andere zilververbinding of een verbinding aangaat met een ander metaal (bv platina, selenium, goud, koper, uraan,…).

Collectiebeleid

Het geheel van verzamel-, selectie- en afstotingsbeleid van een collectiebeherende instelling. Geeft aan wat de instelling met de collectie wil: de collectie staat centraal.

Collectiehulpverleners

De collectiehulpverleners voor de evacuatie van het erfgoed: de depotmedewerkers of collectiebeheerders die vertrouwd zijn met de collectie en met arthandling in noodsituaties.

Collectieplan

Een collectieplan is NIET louter een beschrijving van de collectie. Het is een document dat inzicht geef in:
- de samenstelling en betekenis van de collectie
- het collectiebeleid
- de uitvoering van het collectiebeleid

Collectieprofiel

Collectieprofiel is de kwalitatieve analyse van de eigen collectie in relatie tot andere soortgelijke collecties. Het betreft een aanduiding van de sterktes en zwaktes ervan, en eventuele lacunes en doublures.

Collectiezorg

Alle handelingen die rechtstreeks op het object worden uitgevoerd, zoals verpakken, hanteren, verplaatsen en transport.

Compactus

Merknaam die vaak veralgemenend gebruikt wordt voor verrijdbaar meubilair. 

Condensatie

Overgang van gasfase naar vloeistoffase. Lucht kan niet meer dan een bepaalde hoeveelheid waterdamp bevatten. Als er waterdamp bijkomt, of de temperatuur daalt plots, treedt condensatie op. Overtollige waterdamp uit de lucht slaat neer en vormt kleine waterdruppeltjes op een oppervlakte die kouder is dan de omgevingstemperatuur.

Conditie-inspectie

Een opeenvolgende reeks van conditiecontroles waarmee kan worden vastgesteld of de conditie van een object verbetert of verslechtert.

Conditiecontrole

De controle van de fysieke toestand of conditie van een object of een groep objecten, doorgaans door observatie en vastgelegd in een conditieblad of -rapport of het collectie-informatiesysteem. Vaak leidt een conditiecontrole tot aanbevelingen voor het gebruik, de behandeling en de omgeving.

Conditiedoorlichting

De controle van de fysieke toestand of conditie van een groot aantal objecten.

Copal(hars)

Copal (= kopal of kopaal) is een halfgefossiliseerde hars  die voorkomt in de meeste tropische landen. Copal wordt vanouds gebruikt bij de bereiding van vernissen en lakken.

Corrosie

Corrosie is de scheikundige aantasting van materialen doordat hun omgeving op ze inwerkt, in het bijzonder de aantasting van metalen door elektrochemische reacties. De bekendste soorten corrosie zijn de aantasting van metaaloppervlakken door zuurstof en water in de lucht, zoals het roesten van ijzer en het groen uitslaan van koper. Ook in een waterig milieu en bij hoge temperatuur kan corrosie optreden en het kan ook glas, keramische materialen en kunststoffen betreffen. (Bron: Wikipedia)

Craquelé

Fijne barstjes in het glazuur van ceramiek of in de verf op schilderijen. Een barstje noemt men een craquelure.

crisisploeg

De crisisploeg of de bedrijfshulpverleners zijn de coördinatoren die zorgen voor het vlotte verloop van de evacuatie, de veiligheid en de beveiliging in een noodsituatie. Ze bewaken de acties van de andere teams en zorgen voor de communicatie met de hulpdiensten.

D

Datalogger

Meettoestel dat gegevens direct opslaat in het geheugen. Na bepaalde tijd kunnen ze via een computer worden uitgelezen en geanalyseerd. Bij conservatie worden vooral dataloggers voor temperatuur, RV, lichtsterkte en/of uv-gehalte gebruikt. Maar er bestaan ook types met meer of andere parameters.

Dauwpunt

De temperatuur waarbij condensatie optreedt. Sommige meettoestellen geven direct het dauwpunt mee, maar je kan het ook snel en gemakkelijk online berekenen via www.dpcalc.org.

Delaminatie

Delaminatie is het verdwijnen van de samenhang tussen de lagen van een object dat uit meerdere lagen is opgebouwd. Delaminatie kan plaatsvinden bij lagen van hetzelfde materiaal of van verschillend materiaal. Als een materiaal gedelamineerd is, kan dat soms aangetoond worden door er op te kloppen: een holle klank kán op delaminatie wijzen.

Delta T (ΔT)

Een temperatuurschommeling, meer bepaald een stijging (+) of daling (-). Uitgedrukt als: +/- 5°C of ΔT = 5°C.

Depot

Een ruimte waarin erfgoed wordt opgebergd zolang het niet in gebruik is of tentoongesteld wordt. Ook wel bewaarplaats of reserve genoemd. In de praktijk kan het om één ruimte gaan, maar doorgaans zijn het er meerdere. Als het een volledig gebouw betreft, gebruik dan ‘depotgebouw’. Als het om een specifieke ruimte gaat, spreek dan van een ‘depotruimte’.

Depotprofiel

Een depotprofiel zet een depot letterlijk op de kaart: het geografische gebied, de belanghebbenden en het soort erfgoed waarvoor het depot een receptieve functie heeft. Het depotprofiel is uiteraard nauw verweven met de strategische doelstellingen en vormt als het ware het uithangbord waarop geïnteresseerden in één oogopslag kunnen lezen waar het depot om draait. Het begrip 'depotprofiel' wordt geïntroduceerd door het Onroerend-erfgoeddecreet.

E

E-peil

Het E-peil wordt in de Vlaamse energieprestatie en binnenklimaatnorm (EPB) gebruikt om het energieverbruik van woning of kantoor aan te geven. Hoe lager het E-peil, hoe energiezuiniger het gebouw. Voor bouwvergunningen die worden aangevraagd na januari 2012 moet het E-peil onder de E70 liggen en vanaf januari 2014 moet het E-peil onder de E60 liggen. (Bron: wikipedia)

Eerste interventieploeg

De leden van de eerste interventieploeg of E.I.P. zijn de uitvoerders van de evacuatie van mensen in nood en de eerste blussers van beginnende branden (mits een opleiding). Ze zijn vertrouwd met het hele gebouw en kennen de werking van de brandcentrales en de verschillende alarmen. Ze kunnen ook de evacuatiestoelen bedienen. 

Emulsielaag

Lichtgevoelige laag op fotografische platen, films of papier.

Ethafoam®

Ethafoam® is een variant van inerte schuimplaat. Het bestaat uit 100% polyethyleenschuim en is de ruwste variant onder de inerte schuimplaten in kunststof.

Extern depot

Een depot dat niet in het gebouwencomplex gelegen is waar de publieksruimte van de beherende instelling of vereniging zich in bevindt. Kortom in een ander gebouw als deze van de tentoonstellings-, consultatie- of leeszaal. In een extern depot kunnen wel een of meerdere kantoren of werkruimten voorzien zijn.

F

Fineer(hout)

Fineer is een dun laagje hout, dat kan vervaardigd worden door een dun laagje (+/- 2 tot 3mm) hout af te zagen of af te schillen (of nog af te steken) (+/- 0,6 tot 2 mm) van een boomstam.
De ‘geschilde’ fineer komt in gebruik aan het begin van de 19de eeuw om in begin 20ste eeuw vooral te verwerken in gelaagde (lamineren) plaatmaterialen zoals tri- of multiplex.

G

Gaaswand

Ophangsysteem voor schilderijen, wandkandelaars en andere hangende erfgoedobjecten. Bestaat uit een houten of metalen frame dat tegen de wand bevestigd wordt, met daarover een zeer stevig “kippengaas” gespannen. Aan het gaas kunnen voorwerpen met haakjes opgehangen worden.

Galvaniseren ( galvanisatie, galvanotechniek of elektroplating)

Methode die gebruikmaakt van elektriciteit om een voorwerp te bedekken met een laagje metaal. Door middel van galvaniseren kan bijvoorbeeld een ijzeren plaat worden voorzien van een laagje zink (elektrolytisch verzinken), nikkel (vernikkelen) of chroom (verchromen) om het meer corrosiebestendig te maken of mooier te laten glanzen. (bron: Wikipedia)

 

Gammastraling

Gammastraling is onzichtbare elektromagnetische straling met een hogere energie dan uv- en röntgenstraling. Gammastraling uit de ruimte wordt geabsorbeerd door onze atmosfeer, maar kan ook voortkomen op aarde uit radioactief verval. In de erfgoedsector is gammastraling met weloverwogen dosering gekend als de industriële methode om actieve schimmel te bestrijden, bijvoorbeeld op archiefmateriaal. Zie pagina www.depotwijzer.be/gammastralen.

Gemoffeld metaal

Dit is metaal dat gemoffeld werd. Moffelen is onder temperatuur uitharden of verharden van materialen zoals natlakkken (verf onder andere moffelprimers/-surfacers en moffellakken) en poederlakken. Het moffelproces vindt plaats in speciale moffelovens. (Bron: wikipedia)

Gesloten depot

Klassiek model. In de regel is het depot, omwille van veiligheid en andere redenen, niet toegankelijk voor publiek. Zelfs niet voor elk (personeels)lid van de organisatie. Wel worden op vraag rondleidingen gegeven en kan het erfgoed doorgaans worden geraadpleegd in een aparte ruimte. 

Grondlaag

Laag die men ter voorbereiding aanbrengt op een paneel, doek of wand. Op deze laag wordt dan verder geschilderd. Bedoeling is de hechting tussen de ondergrond en de volgende lagen te optimaliseren.

H

Hygroscopisch

Vocht aantrekkend. De cellenstructuur van een hygroscopisch materiaal zoals hout of textiel neemt vocht op in een vochtige omgeving en geeft dit weer af in een droge omgeving. Veel organische materialen zijn hygroscopisch.

I

Inert

Chemisch stabiel gedurende lange tijd. Reageert niet of nauwelijks met andere stoffen en geeft geen schadelijke gassen of dampen af als gevolg van veroudering.

Intern depot

 

Een depot dat in het gebouwencomplex gelegen is waar de publieksruimte van de beherende instelling of vereniging zich in bevindt. Kortom in hetzelfde gebouw als deze van de tentoonstellings-, consultatie- of leeszaal.

 

IPM (Integrated Pest Management)

het geheel aan maatregelen die genomen worden om insecten en schimmels uit de erfgoedcollectie te weren of te bestrijden.  De nadruk ligt op preventie en in geval van bestrijding krijgt een ecologisch verantwoorde aanpak de voorkeur. Het concept ontstond in de landbouw.

Iridisatie (= irisatie)

Een natuurkundig verschijnsel waarbij een meerlagig voorwerp aanhet oppervlak verschillende kleuren vertoont. Dit is een gevolg van breking en interferrentie van lichtstralen en enkel waarneembaar onder een bepaalde hoek.

J

Japans papier

een dun, licht en flexibel papier met lange vezels, vrij van onzuiverheden

K

K-peil

Het K-peil wordt in de Vlaamse energieprestatie en binnenklimaatnorm (EPB) gebruikt om de globale isolatiegraad van een gebouw aan te geven. Het K-peil wordt berekend voor de volledige gebouwschil aan de hand van de isolatiescores of U-waarden van de aparte constructieonderdelen (buitenmuren, vensters, buitenschrijnwerk, vloeren, dak, enz.). Hoe lager het K-peil, hoe minder warmte er via de gebouwschil ontsnapt en dus hoe beter een gebouw is geïsoleerd. Ook de compactheid en de afmetingen van het gebouw spelen een rol. Een gebouw dat goed geïsoleerd is, maar een groot contactoppervlak heeft, kan meer warmte verliezen dan een minder goed geïsoleerd gebouw dat heel compact werd gebouwd. Hoe compacter, hoe kleiner de K-waarde. In Vlaanderen wordt het K-peil van een gebouw samen met het E-peil berekend. Het K-peil is één van de factoren die het E-peil bepaalt. Voor bouwvergunningen die worden aangevraagd na 1 januari 2012 is de maximale K-waarde K40.

Keratine

Keratine is een eiwit en vormt een belangrijk bestanddeel van de huid, haar, nagels, hoeven, veren, snavels en klauwen.

Kernhout

Kernhout is het meestal wat donkerder en zwaarder hout in het binnenste van de boom. Dit is anders dan het spinthout dat aan de buitenkant van een boom zit, onder de bast. Het spinthout verzorgt het transport van water naar boven. De in het kernhout afgezette stoffen zorgen voor resistentie tegen bacteriën, schimmels, ed. Het kernhout heeft een steunfunctie voor de boom; de transportfunctie is hierbij wel verloren. In tegenstelling tot het spinthout, is kernhout dood. (Bron: Wikipedia)

Klimaatinstallatie

Vorm van actieve klimaatbeheersing. Centrale, technische installatie die via buizen enerzijds in verbinding staat met de geklimatiseerde depotruimten, en anderzijds met de buitenlucht. Een klimaatinstallatie, ook wel luchtbehandelingskast of -systeem genoemd, zorgt daarmee ook voor ventilatie en bevat de nodige filters om de luchtkwaliteit op peil te houden en schadelijke gassen en dampen te neutraliseren.

Klimatisatie of klimaatbeheersing

Door te verwarmen, verkoelen, bevochtigen, ontvochtigen en/of ventileren het natuurlijke binnenklimaat meer geschikt maken voor voorwerpen of meer comfortabel voor mensen. Bijvoorbeeld met centrale verwarming, vochtbuffers of een volledige klimaatinstallatie.

L

Legaat

Een legaat of testamentaire making is de bepaling in een testament waarbij een bepaald goed of een bepaalde som geld aan een bepaald iemand wordt nagelaten (bron: Wikipedia)

Lichtrendement of lichtopbrengst

Hoeveelheid lumen (de lichtstroom) per Watt. Hoe lager het aantal lumen per Watt, hoe meer energie dus wordt omgezet in infrarood- en UV-straling. Hoe hoger, hoe zuiniger het verbruik.

Luchtbehandeling

Actieve klimaatbeheersing, hetzij door een centrale installatie, hetzij door mobiele toestellen. Het binnenklimaat aanpassen door te verwarmen, te verkoelen, te bevochtigen of te ontvochtigen, te ventileren en de lucht te filteren. Zie ook Klimatisatie.

Lux en lumen

Lux (lx) is een eenheid waarmee men aangeeft hoeveel licht op een oppervlak of object valt ongeacht het aantal of de soort lichtbronnen. Lumen (lm) is een eenheid waarmee aangegeven wordt hoeveel licht een bepaalde lichtbron afgeeft. In de erfgoedsector wordt hoofdzakelijk de lux gemeten (zoals in de fotografie).

M

Marquetterie

Dit zijn verschillende stukjes fineerhout verlijmd op een ondergrond. Door gebruik van verschillende houtsoorten en andere materialen kan men figuratieve taferelen creëren. Is het enkel een geometrisch patroon, dan spreekt men van parquetterie.

Materiaaltechnisch onderzoek

Een grondig (natuur)wetenschappelijk en fotografisch onderzoek van de fysieke elementen van het object. De resultaten worden genoteerd in een gedetailleerd rapport over de samenstelling van het object en zijn conditie. Dit onderzoek leidt vaak tot aanbevelingen voor het gebruik, de conservering en de omgeving.

Mattolein (= mattolin, mattoléine)

Vernis op basis van dammargom en terpentijn, koud toegepast op negatieven om het retoucheren te vergemakkelijken.

Meetinterval

De vaste tijdsduur tussen twee metingen.

Melinex

Polyesterfolie, hoge resistentie tegen vochtigheid en warmte, chemisch inert, zonder weekmakers, wordt niet broos, vergeelt niet, transparant. Melinex is een merknaam, ook gekend onder de naam Hostaphan en Mylar.

Messing

Een metaallegering uit koper en zink.

Microklimaat

Lokaal afwijkend klimaat. Kan natuurlijk of artificieel, gunstig of ongunstig zijn. Een natuurlijk microklimaat komt vaak voor op plekken waar weinig tot geen ventilatie is. Doelbewuste microklimaten vereisen een (nagenoeg) luchtdichte opbergeenheid.

Microkristallijne was

Microkristallijne was bestaat uit neutrale non-polaire langketige koolwaterstofketens met relatief hoge smeltpunten, vanaf 70°C. Dankzij de vertakte structuur vormt deze was zeer fijne kristallen. Dit leidt tot speciale eigenschappen zoals het vasthouden van olie en oplosmiddelen.

Monofunctioneel gebouw

Binnen de erfgoedcontext: een gebouw waar alleen activiteiten plaatsvinden die verbonden zijn met erfgoedwerking of -doelstellingen: bijv. een gebouw dat alleen een museum en/of archief herbergt. Het museumcafé, dat ten dienste staat van het publiek behoort daar eveneens toe.

Multifunctioneel gebouw

Binnen de erfgoedcontext: een gebouw dat slechts gedeeltelijk ingericht is voor erfgoedwerking en dus ook andere ruimtes heeft voor andere activiteiten. Bijv. een gemeentehuis waar ook een museum en en/of het cultureel archief is ondergebracht; een woonhuis met een archiefruimte; een winkelcentrum met een museum...

Museumkarton

Zuurvrij, hoogwaardig cellulose karton, gebufferd met calciumcarbonaat. Het wordt veelal als buffer gebruikt en is in verschillende diktes verkrijgbaar. De kostprijs is aan de hoge kant.

N

Nitril

100% synthetische kunststof, met name gekend voor de productie van wegwerphandschoenen. In combinatie met het CE- en PPE-keurmerk veilig voor gebruik op medisch vlak, maar ook voor conservatiedoeleinden (ongepoederd). Kenmerken: anti-allergeen, scheurbestendig, bestand tegen (basis)chemicaliën en aansluitend, waardoor de tastzin gedeeltelijk behouden blijft. Bestaat in verschillende kleuren.

Nooddepot

Ruimte voor de tijdelijke opslag van erfgoed na een calamiteit.

O

Omkeer ontwikkeling

Zogenaamde rechtstreekse diapositieven komen na de opname tot stand door het uitvoeren van twee ontwikkelingen, een eerste negatiefontwikkeling, gevolgd door een tweede zogenaamde “omkeer ontwikkeling”, waarbij het negatief beeld via chemische weg wordt omgezet naar een positief beeld. Het dragermateriaal is transparant: glas of kunststoffilm. Een variant om transparante positieve beelden te bekomen is het eerder genoemde afdrukken van negatiefbeelden op transparant afdrukmateriaal.

Onroerenderfgoeddepot

Een bewaarplaats met een onderzoeksruimte waar in gecontroleerde omstandigheden archeologische ensembles, archeologische artefacten of onderdelen van beschermd erfgoed, afkomstig uit het Vlaamse Gewest, worden bewaard en beheerd. Deze depots kunnen een erkenning en subsidie krijgen in het kader van het Onroerenderfgoeddecreet.

Open depot of kijkdepot

Een depot dat zo gebouwd is dat het brede publiek een kijkje achter de schermen krijgt. Hierin zijn verschillende gradaties: mensen kunnen vanachter een glazen wand of venster in het depot kijken, tot effectief tussen de rekken lopen. Hiervoor moet het depot dus in de nabijheid van de publieksruimten liggen.

Opstuwingen

Opstuwingen zijn het gevolg van een verkeerde relatieve vochtigheid of schommelingen in de relatieve vochtigheid. De bovenlaag (vb. verflaag of fineer)verliest zijn hechtingskracht aan het oppervlak/onderliggende laag en dreigt verloren te gaan.

P

Permeabiliteit

Mate waarin een materiaal waterdamp, stofdeeltjes, bepaalde gassen... tegenhoudt. Een bepaald materiaal kan bijvoorbeeld wel waterdamp doorlaten (permeabel zijn), maar tegelijk stof tegenhouden (impermeabel zijn).

pH-waarde

Aanduiding voor zuurtegraad van allerlei producten. De waarde kan variëren van 1 tot 14 waarbij pH 1 tot 6 als zuur geldt en pH 7 als neutraal, 8 tot 14 als zuurvrij (ook wel basisch of alkalisch). Voor museaal gebruik van materialen, bijvoorbeeld karton, geldt een minimumwaarde van 7.

Polyether

Polyethers zijn polymeren waarin meerdere ethergroepen voorkomen. In alledaags taalgebruik wordt met polyether een zacht schuim bedoeld, dat een vervanger is voor schuimrubber, een veelgebruikte vulling voor matrassen (Bron: wikipedia). Vooral bruikbaar als binnenbekleding en schokdempend materiaal in kisten en kratten. Op maat te snijden met breekmes.

 

Polyethyleen/Polyetheen

Het polymeer polyetheen is een veel gebruikt materiaal. Het is de meest gebruikte kunststof (plastic). Ook de oudere naam polyethyleen wordt gebruikt, en is in feite nog de meest courante benaming bij de producenten en verbruikers van deze kunststof (Bron: Wikipedia). Het wordt gebruikt in plaatvorm als buffer- en verpakkingsmateriaal en laat zich versnijden met een breekmes. Het is tevens verkrijgbaar als folie.

Polymeer

Grote molecule, opgebouwd uit een aaneenschakeling van talrijke kleine, gelijkaardige moleculen, de monomeren (bv. cellulose, lignine, DNA). (Bron : wisiwis.ugent.be)

Q

quaternaire ammoniumverbinding of quat

Quats worden gebruikt ter bestrijding van bacteriën, gisten en schimmels in onder andere de levensmiddelensector, ziekenhuizen en de agrarische sector. Ze worden ook gebruikt voor de behandeling van hout. Gebruik voor erfgoed enkel quats zonder formaldehyde, glyoxal of bleekmiddelen (vb hypochloriet of peroxide).

R

Raster

Het raster van een fotografische beeld, kent een continu of geleidelijk verloop  van licht naar donker, gelijkmatig opgedeeld in punten met een verschillende dekkingsgraad van licht naar donker of van 0 tot 100%. Hierdoor onstaan variaties van lichte en donkere partijen. Elk punt vertegenwoordigt een deeltje van het beeld. Het aantal punten per oppervlakte bepaalt de resolutie.

Relatieve vochtigheid (RV)

Procentuele verhouding tussen de absolute hoeveelheid waterdamp in de lucht en de maximale hoeveelheid waterdamp die de lucht bij dezelfde temperatuur kán bevatten (100%). Relatieve vochtigheid = absolute vochtigheid / maximale hoeveelheid waterdamp bij gegeven temperatuur x 100. Stel dat er bij 10°C 4,5 gram waterdamp in de lucht zit, dan is de RV 50%. Als dezelfde hoeveelheid waterdamp voorkomt bij 20°C, dan is de RV maar 25%. Dus bij gelijke hoeveelheid waterdamp geldt: stijgt de temperatuur, dan daalt de RV. En omgekeerd: daalt de temperatuur, dan stijgt de RV.

Responstijd

De tijd die een voorwerp nodig heeft om in evenwicht te komen met nieuwe omgevingscondities, voornamelijk temperatuur en relatieve vochtigheid.

Reticulatie

Het vormen van een onregelmatig netvormig patroon of reliëf als gevolg van bijvoorbeeld een plotse temperatuurverandering. Binnen de fotografie en drukkerswereld dikwijls een gelatinereliëf.

Retoucheren fotografisch materiaal

Retoucheren was lange tijd een specialisme en retoucheur een apart beroep. Retoucheren kan op de negatieven zelf of op de afdrukken. Dit is onder andere afhankelijk van het gebruikte (opname)formaat. Grootformaatnegatieven laten toe om op het negatief zelf te retoucheren, zonder dat de ingreep te opzichtig wordt. Zodra de fotografen kleine negatiefformaten gebruiken, wordt de afdruk onderwerp van de correcties. 

S

Sandarac

Sandarac is een hars verkregen door een cipresachtige boom Tetraclinis Articulata uit het noordwesten van Afrika, voornamelijk in Marokko. Vanaf de late middeleeuwen en de renaissanceperiode werd het gebruikt als vernis. Het zorgt voor een harde, glanzende maar ook duurzame laag. Vaak wordt het gesmolten in lijnolie.

 

Schellak

Schellak is een type vernis dat vele toepassingen kende en nog kent. Het werd onder meer gebruikt voor het vervaardigen van lakzegels, maar ook in de houtbewerking. De grondstof wordt gewonnen als het harsachtige afscheidingsproduct van de kleine lakschildluis.

Silicagel

Silicagel zijn vaste, vochtabsorberende kristallen van een silicaat, synthetisch gemaakt uit natriumsilicaat (Na2SiO3). Het wordt gebruikt voor vochtabsorptie (de zakjes in schoenendozen, elektronica etc.), als relatieve-luchtvochtigheidsbuffer (RH-buffer), bijvoorbeeld in museumvitrines en piano's en in filters van een koelcircuit (bijvoorbeeld van het airconditioningsysteem van auto's) om eventueel aanwezig vocht te onttrekken. (Bron: Wikipedia)

speun

Een soort scharnier dat je kan afhaken.

Spinthout

Spinthout is het niet-verkernde hout van een boom: het bevindt zich tussen het kernhout en de bast van de boom. Het spinthout verzorgt de opwaartse sapstroom en dient als opslagplaats voor voedingsstoffen. Het heeft exact dezelfde structuur als het kernhout, maar een andere chemische inhoud: het mist de afzetting van stoffen die het kernhout beschermen, en is altijd licht van kleur. Naargelang het kernhout donkerder is, dit verschilt per houtsoort, tekent het spinthout zich duidelijker af. Spinthout is gevoelig voor schimmels en houtworm, en wordt daarom niet (of niet onbehandeld) gebruikt wanneer duurzaamheid van belang is. Waar duurzaamheid niet van primair belang is wordt soms ook juist alleen het spinthout gebruikt. (Bron: Wikipedia)

T

Toon van een foto

De toon van een foto wordt bepaald door het soort beeldmateriaal, de grootte van de beelddeeltjes, het soort bindmiddel, de afwerking, de conditie en het licht ter beoordeling van de foto.

 

Transitdepot

Ruimte voor de tijdelijke opslag van erfgoed tijdens een verbouwing van het vaste depot of in afwachting van een herbestemming.

Tyvek®

Dun, wit, fijn, niet-geweven en inert kunststoftextiel uit HDPE (polyethyleen hoge densiteit). Voor transport zijn enkel de types 1443R en 1622E geschikt. 

U

Uv-straling

Binnen het spectrum heeft ultraviolette straling een kortere golflengte dan zichtbaar licht, maar bevat meer energie. Elke lichtbron produceert naast zichtbaar licht ook een bepaalde hoeveelheid uv-straling. Het is schadelijk voor mensen en de meeste materialen.

V

Ventilatievoud

Het getal dat aangeeft hoeveel keer per uur een ruimte van verse lucht wordt voorzien. Het is een maat voor de ventilatie van die ruimte. In de wetenschappelijke wereld spreekt men van Air Exchange Rate (AER). Bv. een Ventilatievoud 1 wil zeggen dat het volume lucht in die ruimte éénmaal per uur wordt ververst. Het cijfer 0 geeft aan dat de ruimte luchtdicht is.

Verontreiniging

Schade aan erfgoed als gevolg van de inwerking van stof en vuil, vaste stoffen, vloeistoffen of gassen. 

Verrijdbare rekken

Rekken op rails, die ofwel manueel, ofwel elektronisch verplaatst kunnen worden. Zo blijft het aantal gangen ertussen beperkt. Vaak gebruikt als plaatsbesparende maatregel in depots. Nadeel is dat de vloer genoeg draagkracht moet hebben.

Voorverlijming

Lijmlaag die op de drager wordt aangebracht om deze voor de bovenliggende lagen te beschermen. (Bron: Pienternet.be)

Vriesdrogen

Industrieel droogproces waarbij bevroren watermoleculen (ijs) bij lage temperatuur sublimeren (waterdamp worden). Deze methode wordt toegepast op materiaal met waterschade, bijvoorbeeld archiefmateriaal, dat binnen 48 uur werd ingevroren om een schimmelexplosie te voorkomen. Door de vloeibare fase (water) over te slaan, kunnen inkt of kleurstoffen bovendien niet uitlopen. Vriesdrogen is ook gekend voor conservatie in de voedings- en farmaceutische sector en bij bloemisten. Enkel de vaste stof blijft achter: het water is er uit verdwenen.

Z

Zuurstofarm depot

Een depot waar het zuurstofgehalte in de lucht continu verlaagd wordt door middel van absorptie. In plaats van de normale 21% O2 kiest men een waarde tussen 15 en 18%. De arbeidswetgeving speelt daarin een rol. In de plaats van zuurstof komt ofwel stikstof, ofwel koolstofdioxide (beide onschadelijk). Hierdoor wordt het risico op brand heel klein.

Zuurvrij

Met een pH-waarde van 7 of hoger (alkalische buffer) en dus onschadelijk voor erfgoed. Zuurvrij papier of karton wordt na verloop van tijd meestal opnieuw zuur en moet dan vervangen worden. Materialen die permanent geschikt blijven, noemen we inert.