U bent hier

Klimaateisen

Klimaateisen

De eisen voor het binnenklimaat die je vooropstelt hebben grote gevolgen voor de collectie en het budget. Maak daarom een weloverwogen eisenpakket op maat van je depot volgens onderstaand besluitvormingstraject van Bart Ankersmit. Aan het eind daarvan vat je de klimaateisen samen in zes getallen.

Als je dit traject wil toepassen, loont het zeker de moeite het boek Klimaatwerk. Richtlijnen voor het museale binnenklimaat van Bart Ankersmit te lezen. De richtlijnen zijn ook op niet-museale depots toepasbaar.

Het principe is dat iedere erfgoedbeheerder vanuit en voor zijn eigen situatie eisen voor het binnenklimaat opstelt, in samenspraak met collega's en bestuur. Volg deze vier stappen om tot een goed beargumenteerde, duurzame keuze te komen:


Stap 1.  waardeREN

Hoe waardevoller een object, hoe strenger de eisen die we stellen aan het binnenklimaat. Alleen is de waarde van een voorwerp of collectie vaak impliciet en subjectief. Maak die waarde expliciet, om je keuzes voor de klimaatbeheersing te verantwoorden. 

De waarde van een gebouw is relatief makkelijk na te gaan. De Inventaris Onroerend Erfgoed is hiervoor het beste vertrekpunt. Vul dit eventueel aan met argumenten uit bouwhistorisch onderzoek. Voor roerend erfgoed bestaan er verschillende waarderingsinstrumenten.

Stap 2.  METEN

Meet indien mogelijk het natuurlijke binnenklimaat. Dat geeft weer in welke mate de bouwschil de klimaatschommelingen op korte en lange termijn kan neutraliseren. Zo kan je gerichter op zoek naar een adequate klimaatbeheersing.

In een bestaande situatie is er bijna altijd verwarming, airco, bevochtiging of ontvochtiging aanwezig. Het is altijd nuttig te meten en te kijken of de resultaten aan de verwachtingen voldoen.

Voer klimaatmetingen nauwkeurig uit volgens de richtlijnen, het best gedurende één jaar.  

Stap 3.  noden bepalen

Zoek op welke richtlijnen er zijn voor het bewaren van bepaalde materialen. Nuanceer dit op basis van de huidige toestand en de waarde van de collectie. Gebruik eventuele aanbevelingen van conservatoren-restauratoren of monumentenwachters.

Ook het gebouw kan niet meer dan een bepaald niveau van klimaatbeheersing aan.

Stap 4.  risico's aanpakken

Bepaal waar en wanneer het huidige binnenklimaat een reëel risico vormt voor de collectie of delen daarvan. Ga na wat de oorzaak is van deze onregelmatigheden. Probeer de risico's eerst en vooral te voorkomen of in te perken. Vaak maken kleine maatregelen al een groot verschil. Schakel pas als dat niet het geval is klimaatbeheersing in.

Zes getallen

Je eisen voor temperatuur en relatieve vochtigheid in het depot kan je samenvatten in zes getallen.

Op vlak van temperatuur:
  • een streefwaarde voor de temperatuur (eventueel met seizoensaanpassing)
  • de maximaal toegelaten temperatuurschommeling
  • de maximaal toegelaten snelheid waarmee een temperatuurschommeling optreedt

Op vlak van relatieve vochtigheid (RV):
  • een streefwaarde voor de RV (eventueel met seizoensaanpassing) 
  • de maximaal toegelaten schommeling in RV
  • de maximaal toegelaten snelheid waarmee een temperatuurschommeling optreedt


Deze getallen kan je gebruiken om het bestaande binnenklimaat te evalueren en een klimaatbeheersing te laten ontwerpen of juist in te stellen.

Een andere mogelijkheid is een van de ASHRAE-klimaatklassen als norm te nemen.

Publicatie Klimaatrichtlijnen. Richtlijnen voor het museale binnenklimaat.

Laatst gewijzigd op 07/11/2013