U bent hier

Keramiek - archeologisch

Keramiek - archeologisch

Keramiek of aardewerk tref je tijdens een opgraving (soms letterlijk) met hopen aan. Hoewel scherven keramiek er soms heel stevig uitzien, is dat in werkelijkheid niet altijd het geval. Een versieringslaag kan bij het reinigen weggepoetst worden, net als het aankoeksel binnen in de pot dat extra informatie kan opleveren over het dieet van onze voorouders. Lees zeker ook de tips over het bewaren, verpakken en verlijmen.

Auteur: Natalie Cleeren, 2015

Materialen, technieken en bijzonderheden

Materialen

Het basismateriaal is klei. Er zijn diverse kleisoorten en je kan te maken krijgen met allerhande toeslagstoffenzand, chamotte, schelp en kalkgruis, stro, enz. Er kan al dan niet een versieringslaag aanwezig zijn: sliblagen, glazuur, beschildering enz.


Technieken

Een laag gebakken keramiek of aardewerk is erg poreus. De poriën zijn met het blote oog zichtbaar, wat ook betekent dat bodemwater in het materiaal kan binnendringen. Bij hogere temperaturen zullen de kleipartikels versinteren en vormt zich een minder poreuze structuur, zoals bij steengoed. Het niet-poreuze porselein is op zulke hoge temperaturen gebakken dat het materiaal verglaast en ondoordringbaar wordt.

Hoe poreuzer de keramiek, hoe fragieler en hoe gevoeliger voor klimaatschommelingen en voor een te lage of te hoge relatieve vochtigheid. Ook afwerklagen zijn daar gevoelig voor.


AFTAKELING

In de bodem

Aardewerk

  • Hoe poreuzer de keramiek, hoe fragieler. Het bodemwater dringt binnen in de scherf en door chemische reacties worden elementen (veelal de toeslagstoffen) uit de keramiek geloogd.
  • Keramische objecten die zich vrij dicht bij de oppervlakte bevinden, lijden onder vriesdooicycli waarbij het water in de poriën steeds opnieuw bevriest en uitzet. Hierdoor barsten de poriën.
  • Infiltratie van plantenwortels komt voor bij gebakken keramiek dicht onder het huidige oppervlak, vooral in zure zandgronden waar planten zoeken naar water en kalkrijke bestanddelen. De wortels vinden deze 'voeding' in het sterk poreuze aardewerk.

 

Afwerklaag

Er treedt vaak een verlies van cohesie op tussen de afwerklaag en het substraat. Beide materialen (bv. aardewerk en een glazuurlaag) verweren elk op hun manier. Ze bewegen anders ten opzichte van elkaar en de hechting gaat verloren.


Verkleuring

Verkleuring ontstaat door de inwerking van de omgeving op het object (bv. oranje tot bruine 'ijzervlekken'). Loodglazuur kan er metaalachtig uitzien en lood- en tinglazuren worden zwart in een natte, zuurstofarme omgeving. Deze verkleuringen zijn niet schadelijk voor het object.

Een glazuurlaag kan een iriserend uitzicht krijgen door het verweringsproces: zie ook bij glas.

 

Bij de opgraving en in depot

Zoutschade

  • Zoutschade vormt alleen een gevaar voor poreuze materialen. Het zorgt voor de afschilfering van de afwerkingslaag, barsten en schilfering in de keramiek zelf.
  • Zouten komen uit de bodem, luchtvervuiling, reinigingsproducten, tentoonstelling- en inpakmaterialen enz. Bij de opgraving droogt het object en kristalliseren de zouten uit. Dat gebeurt tussen de keramiek en de afwerkingslaag, maar ook in de kleinere poriën. In het depot, wanneer de vochtigheidsgraad en temperatuur te sterk schommelen, kristalliseren de zouten steeds opnieuw en lossen ze op of hydrateren. Ook hier ontstaat een volumeverandering en is er grote druk op de poriën en/of afwerkingslagen. 
  • Hoe identificeer je zoutschade? Zouten zijn niet altijd met het blote oog zichtbaar. Wordt afschilfering door zouten veroorzaakt of door een verlies aan cohesie? Wat is het verschil tussen zout en schimmel? Als je zoutschade vermoedt, raadpleeg een conservator-restaurator.

 

Laag gebakken/sterk verweerd aardewerk

  • Bij de opgraving zorgt een te snelle droging voor een te snel verlies aan water. Gevolg: barsten, breuken, vervorming, een afschilferend oppervlak of afwerkingslaag.
  • In het depot blijft verzwakt aardewerk 'bewegen' bij schommelingen in de temperatuur en vochtigheidsgraad. Gevolg: barsten, breuken, vervorming, een afschilferend oppervlak of afwerkingslaag.

 

Oude restauraties

  • Schade door verkeerde lijm: lijmnaden verkleuren, er komen schadelijke stoffen in de scherven terecht (ontstaan van zouten), de verlijming is te zwak of net té hard (en onomkeerbaar)  Sommige verkleuringen en materialen zijn niet te verwijderen.
  • Schade door lijm/vernis: het vastzetten van een fragiele versieringslaag met eender welke lijm- of vernissoort veroorzaakt veelal meer schade dan de schade die men aanvankelijk wou vermijden. Laat consolidatie over aan specialisten.
  • Schade door aanvullingen: verkeerde materialen kunnen het object (chemisch) beschadigen. Laat dit over aan een specialist.
  • Schade door oude verbindingselementen: keramiek werd soms gerestaureerd met metalen verbindingsstaafjes (meestal ijzer). Corrosie van de staafjes doet de keramiek barsten.

 

CONDITIE BEPALEN

  • Let vooral op barsten en scheuren. Is de barst actief? Meten is weten: meet de lengte van de barst en evalueer na korte tijd opnieuw (na ongeveer één maand en minstens drie keer evalueren). Zo zie je of de barst voortgaat. Zo ja: consulteer een specialist.
  • Let op afschilfering van het oppervlak of de afwerkingslaag (zouten, cohesieverlies enz.). Zo ja: consulteer een specialist.
  • Let op oude restauratiematerialen. Merk je vergelende lijm of afschilfering van de vernislaag op? Dan is het tijd om in te grijpen.

 

BEWAREN

  • Sterk verweerd aardewerk en keramiek met fragiele oppervlaktelagen bewaar je in een omgeving met een relatieve vochtigheid van 40 tot 50% en een minimale schommeling (het liefst niet meer dan 3% per 24 uur). Doet dat bij een temperatuur van 16-18°C.
  • Meer resistente keramieksoorten (steengoed en porselein) kan je bewaren in een omgeving die sterker schommelt. Toch blijft de relatieve vochtigheid het best onder 60% om schimmels en allerhande micro-organismen te vermijden.
  • Keramiek geïnfecteerd met zouten laat je zo snel mogelijk onderzoeken. Als de zouten niet te verwijderen zijn, dringen zeer strikte maatregelen zich op (meestal relatieve vochtigheid tussen 20 en 40% met een minimale schommeling), afhankelijk van het type zouten.

 

HANTEREN en VERPLAATSEN

  • Archeologische keramiek kan erg fragiel zijn: hanteer voorzichtig en met handschoenen (met goede grip, bv. nitril).
  • Plaats scherven niet met te veel in één zak: ze schuren tegen elkaar aan, wat voor extra breuken en verwering zorgt.
  • Vermijd ongevallen: neem elk volledig object vast met twee handen en ondersteun het onderaan met één hand. Een keramisch object vastnemen alleen bij de hals, oor of rand is een garantie op schade.

 

REINIGEN

Bij de opgraving

  • De meeste scherven die bij een opgraving aan het licht komen, kan je wassen in leidingwater, tenzij je ook te maken hebt met laaggebakken keramiek of fragiele afwerkingslagen. Vraag dan raad aan een conservator-restaurator.
  • Zeer sterk verweerde keramiek licht je 'in blok' en reinig je niet verder: zie bloklichten.


Depot/museum

Museale en gerestaureerde objecten reinig je niet actief. Licht afstoffen kan indien vermeld in het conservatiedossier.


Opslag en verpakken in depot

  • Scherven in goede staat verpak je samen in een plastic (PE-)zakVermijd zware zakken van meerdere kilo's (te veel druk).
  • Gebruik geen grote dozen: die zijn te zwaar en niet hanteerbaar. Neem kleinere/lagere bakken of dozen.
  • Perforeer de zakken: dat zorgt voor luchtcirculatie.
  • Fragiele scherven verpak je apart en ondersteun je indien nodig met een laagje PE-schuimfolie.
  • Volledige of gereconstrueerde objecten verpak je afzonderlijk in een doos (PE of PP) met onderverdelingen, zodat ze niet tegen elkaar aanschuren. De onderverdeling maak je uit karton of (liever) PE-schuimplaat of PP-platen (polypropyleen).
  • Voor heel fragiele objecten maak je een verpakking op maat, waarbij je het object uit de doos kan schuiven op een klein platform zonder het aan te raken

Zie ook het hoofdstuk bewaren en verpakken.


ROL VAN DE GESPECIALISEERDE RESTAURATOR

  • Scherven puzzelen en verlijmen kan, net als reconstrueren met papiertape, wanneer het oppervlak ten minste niet loskomt samen met de tape. Let op met fragiele keramiek en afwerkingslagen. Papiertape die te lang blijft zitten kan letterlijk een onuitwisbare indruk nalaten. De tape wordt zo snel mogelijk verwijderd.
  • Verlijmen van keramiek doe je alleen met een reversibele (oplosbare) lijmsoort die geen schadelijke stoffen in de breukrand introduceert (zoals Paraloid B72, een veilige acrylaatlijm). Een conservator-restaurator kan advies geven.
  • Welke objecten verlijm je niet zelf?
    1. Grote, zware objecten (bv. Romeinse dolia)
    2. Scherven met een 'zanderig' afgesleten breukvlak (die vergen een aangepaste consolidatielaag)
    3. Zeer fragiele, laaggebakken of sterk verweerde keramiek
    4. Keramiek met een zoutprobleem
    5. Beschilderde keramiek of objecten met een fragiele afwerkingslaag
  • Ook het verder reconstrueren (aanvullen) en restaureren van keramische objecten gebeurt door specialisten. Zij weten aan welke druk het object kan weerstaan en met welke veilige en inerte materialen je de aanvullingen het best uitvoert.
Laatst gewijzigd op 27/07/2016