U bent hier

Glas - archeologisch

Glas - archeologisch

Tref je glasfragmenten aan tijdens een opgraving? Heb je archeologisch glas in je collectie? Hier vind je informatie over de stappen die je volgt wanneer je glas aantreft op een archeologische site en over het verpakken en bewaren van glas in het depot.

Auteur: Natalie Cleeren, 2015

Materialen, technieken en bijzonderheden

  • Glas kan je omschrijven als een onderkoelde vloeistof die vooral bestaat uit silica (zand), met toevoeging van andere materialen, zoals kalk, natron, potas, lood en kleurstoffen.
  • Glas is een hard, homogeen materiaal dat je als een stroperige vloeistof kan bewerken tot de meest uiteenlopende vormen: van ondoorzichtig en robuust tot flinterdun en 'kristal'helder. Het gaat om een prachtig materiaal dat helaas na verloop van tijd 'corrodeert' en wordt aangetast. (Glascorrosie kennen we van de vaatwasmachine: na een tijd worden glazen dof.)
  • Glas is regelmatig aanwezig in een archeologische context. Het is niet poreus en de verwering is afhankelijk van de samenstelling en de omgeving (bodem) waarin het bewaard is.

 

AFTAKELING

In de bodem

Glas

  • Glas corrodeert in contact met water. Door een complex chemisch proces logen verschillende bestanddelen uit het glas, terwijl andere ter vervanging in het glas terechtkomen. Er ontstaat een 'corrosielaag'. Het effect van deze verwering is zichtbaar als doffe plekken, ondoorzichtig glas en glas met 'irisatie' (een olie-op-watereffect).
  • Corrosie komt vooral voor in klei- en leembodems met weinig doorstroming van water, maar ook in zandbodems waar het water plaatselijk niet weg kan. Het zit vast in een kras of putje van het glas of wordt tegengehouden door andere scherven.
  • Dat glas is aangetast zie je aan (dit zijn geen opeenvolgende stappen):
  1. dunne verweringslaagjes die irisatie vertonen (olie-op-watereffect)
  2. dikkere verweringskorsten (vaak bruin tot zwart), een geheel van uitgeloogde lagen en diverse afzettingen
  3. mattering van het oppervlak
  4. putcorrosie


Afwerklaag

Glas heeft soms bijkomende versieringslagen, zoals vergulding of email. Afhankelijk van de toegepaste techniek komen ze al dan niet gemakkelijk los van het glas.


Verkleuring

De verweringslaagjes vertonen altijd een andere (doffere) kleur. Glas verkleurt soms ook door en door:

  • Loodhoudend glas wordt in sommige bodems helemaal zwart, zoals in beerputten.
  • Kleurloos glas wordt soms volledig rozig, paars en zelfs lichtbruin.


Bij de opgraving

Snelle droging

  • Wanneer glas aan de lucht komt en het water tussen de corrosielaagjes snel opdroogt, gaat dit gepaard met een 'trekkracht' (door de grote oppervlaktespanning van water), waardoor de laagjes breken en afschilferen.
  • Als het water verdwijnt, wordt het mooie doorschijnende glas plots dof, mat of iriserend. Het licht breekt op een andere manier dan voorheen, waardoor je de reeds aanwezige verwering ziet. Dit verlies aan transparantie is onomkeerbaar.

 

Glas met versieringslaag

Bij de opgraving vallen email en goudlaagjes snel van het object. Laat dit glas niet uitdrogen.


In depot

  • In een té vochtige omgeving of een omgeving met kans op condensatie ontstaan verweringslaagjes of putcorrosie door de inwerking van water.
  • Een basisch milieu (bv. zuurvrij papier met 'basische buffer' of reinigingsproducten) doet glas sterker verweren, tot in de kern.
  • Schommelingen in temperatuur en RV veroorzaken een snellere verwering van glas. Voortdurende hydratatie en uitdroging stimuleren het corrosieproces en doen corrosielaagjes en afwerklagen sneller loskomen.
  • Het zogenaamde 'tranend glas' en 'crizzling' (zie verder) zijn specifieke verweringsvormen van glas, die voor een groot deel worden veroorzaakt door de (onstabiele) samenstelling van het glas zelf.
  • Let op bij het verpakken en hanteren: een glasoppervlak is fragiel en schilfert bij elke aanraking gemakkelijk af.

 

Oude restauraties

  • Schade door  verkeerde lijm: lijmnaden verkleuren, er komen schadelijke stoffen in de scherven terecht, de verlijming is te zwak of net té hard. Sommige verkleuringen en materialen kan je niet verwijderen.
  • Schade door lijm/vernis: het vastzetten van een fragiel, schilferend oppervlak met eender welke lijm- of vernissoort veroorzaakt meestal meer schade dan de schade die je aanvankelijk wou vermijden. Consolidatie van glas laat je altijd over aan specialisten.
  • Schade door aanvullingen: verkeerde materialen kunnen het object beschadigen. Dit laat je het best over aan een specialist.


REINIGEN

  • Bij de opgraving: was glas niet! Een aantal scherven kan je zonder problemen wassen, maar andere helemaal niet. Restjes van een goudlaagje veeg je zo weg: alleen een specialist ziet het verschil. Win advies in bij een conservator-restaurator.
  • Licht zeer sterk verweerd glas 'in blok' en reinig het niet verder: zie bloklichten.
  • Museale en gerestaureerde objecten reinig je niet actief. Je kan ze licht afstoffen, als dat vermeld staat in het conservatiedossier.


CONDITIE BEPALEN

Glazen objecten en glasscherven variëren sterk in conditie. Let vooral op de conditie van het oppervlak.

  • Zie je actieve corrosie en afschilfering? Sommige schilfers zitten zichtbaar 'los' op het oppervlak. In andere gevallen controleer je het object het best na ongeveer één maand en daarna nog drie keer, om te zien of er bijkomende schilfers van het oppervlak vallen en er bijkomende putjes ontstaan. Stel je actieve corrosie en afschilfering vast, consulteer dan een specialist.
  • Let op afschilfering en verkleuringen van een versierd oppervlak (email of goudlaag). Stel je afschilfering en verkleuring vast, consulteer dan een specialist.
  • 'Tranend' glas herken je aan de kleine waterdruppels op het glas. 'Crizzling' ziet eruit als een sterk gecraqueleerd glas. Dit fenomeen duikt zeer plots op en verandert het uitzicht in een mum van tijd volledig.
  • Zie je bij oude restauratiematerialen vergelende lijm of een afschilferende vernislaag, dan is het tijd om in te grijpen.


BEWAREN

Bij de opgraving

  • In onze streken is de bodem bijna altijd vochtig: glas uit zo'n context bewaar je bij de opgraving nat.
  • Plaats het glas, het liefst individueel, in minigripzakjes, gevuld met (leiding!)water in een met water gevulde container en vergezeld van waterbestendige labels. Hiervoor gebruik je een goed afsluitbare kunststof doos of emmer. Bewaar het glas koel en donker: in een koelkast, koelcel of toch in het koelste plekje 'in huis'.
  • Sluit de niet-doorschijnende doos/emmer goed af en vul tot de rand met water: zo is er minder kans op schimmelvorming of algen.
  • Opgelet: deze tijdelijke manier van verpakken is niet geschikt voor permanente bewaring in depot. Het drogen van glas wordt begeleid of uitgevoerd door een specialist.

 

In het depot

  • Bewaar glas nooit té vochtig! Zorg voor een omgeving met luchtvochtigheid tussen 40 en 45%, tot maximum 50% voor gemengde collecties (met bij voorkeur een maximale schommeling van 3% over een periode van 24 uur). Houd de temperatuur zo stabiel mogelijk rond 18°C.
  • Tranend glas en glas met 'crizzling' bewaar je zo stabiel mogelijk in een afzonderlijke, geklimatiseerde kast. Over de ideale RV voor deze glassoorten is men het niet altijd eens (38% of tussen 42-45%), maar de objecten zijn zeer instabiel en verdragen geen schommelingen.
  • Blootstelling aan (UV-)licht beïnvloedt glas weinig, maar veroorzaakt soms toch verkleuringen. Weer UV-licht in elk depot en in elke opstelling (ook vanwege de invloed op de gebruikte restauratiematerialen!).
  • Bewaar glas zo veel mogelijk stofvrij.


HANTEREN en VERPLAATSEN

  • Glas is breekbaar! Zorg voor een zachte ondergrond.
  • Hanteer glas altijd met handschoenen. Kunststof (bv. nitril) handschoenen geven een betere grip.
  • Vermijd ongevallen! Neem elk volledig object met twee handen vast en ondersteun de onderkant altijd met één hand. Neem het glas zeker niet alleen vast bij de rand of bij uitstekende delen, zoals een oor.


Opslag en verpakken in depot

  • Gedroogd en behandeld glas verpak je in zuurvrije of inerte en zachte materialen.
  • Scherven bewaar je afzonderlijk in een geperforeerd minigripzakje, op een steun van PE-schuimfolie. Leg de zakjes niet allemaal bij elkaar in een grote doos, maar in kleinere of ondiepe dozen of bakken.
  • Glazen objecten verpak je in een steunvorm van PE-schuimplaat waarin de vorm van het glas is uitgesneden. Om de ruimte tussen het object en het deksel op te vullen gebruik je grotere PE-zakken, gevuld met polyestervezel. Dit is een betere keuze dan 'zuurvrij' zijdepapier omdat deze papiersoorten soms gebufferd worden met een basisch product dat schadelijk is voor het glas.
  • Scherven en objecten verpak je in een stevige (liefst PE/PP-)doos die luchtcirculatie toelaat. Gebruik niet de luchtdichte dozen die worden aangeraden voor metalen objecten om schade door condensatie te vermijden.

Zie ook het hoofdstuk bewaren en verpakken.


ROL VAN DE GESPECIALISEERDE RESTAURATOR

Gecontroleerde droging

  • Glas uit vochtige bodems bewaar je nat en laat je niet té lang na de opgraving behandelen. Om de gevolgen van ongecontroleerd drogen te vermijden wordt het water systematisch vervangen door solventen met een lagere oppervlaktespanning.
  • Dit drogingsproces is het werk van een specialist, die meteen na de uiteindelijke droging kan evalueren of het glas bijkomende versteviging (consolidatie) nodig heeft.


Verlijmen

  • Perfect gezond glas zonder sporen van corrosie kan je met kleine stukjes doorzichtige tape (Tessatape) monteren om het object te documenteren. Verwijder de tape meteen daarna.
  • Laat een specialist het grootste deel van de archeologische scherven monteren. Je kan hierbij ook kiezen voor een snelle, tijdelijke montage om het object te documenteren.
  • Glas verlijmen is niet eenvoudig. De conservator-restaurator evalueert welke lijm het best wordt gebruikt. Veel objecten worden capillair verlijmd, met lijmen die de breuknaad als het ware doen 'verdwijnen'. Dat is precisiewerk. De keuze van het lijmtype is erg belangrijk.
  • Laat het verder reconstrueren (aanvullen) en restaureren van glazen objecten over aan specialisten.
Laatst gewijzigd op 27/07/2016