U bent hier

Depots voor cultureel-erfgoedcollecties

Depots voor cultureel-erfgoedcollecties

Wat het cultureel erfgoed betreft, valt het depotlandschap in Vlaanderen en Brussel niet op een eenvoudige manier in te delen. De depots zijn meestal een onderdeel van een bredere werking van een collectiebeherende of -houdende organisatie.

Depotwerking – met inbegrip van behoud en beheer – is een kerntaak van collectiebeherende instellingen, zoals musea, archieven, erfgoedbibliotheken en documentatiecentra. Dat is meestal helemaal niet zo bij collectiehoudende organisaties, zoals kerken, OCMW 's, heemkringen, sportverenigingen, scholen enz.

Een brede lading

Binnen het cultureel-erfgoedveld bestaat er een officieel Vlaams kwaliteitslabel voor collectiebeherende instellingen maar geen officiële erkenning van cultureel-erfgoeddepots zoals bij onroerenderfgoeddepots. In ieder geval is de uitbouw van een depotwerking een van de criteria die bij de erkenning en subsidiëring worden meegenomen. Erkend of niet, via verschillende subsidiekanalen en invalshoeken kan men de werking en de infrastructuur verbeteren. 

  • Er is dus geen officiële norm om als cultureel-erfgoeddepot te worden bestempeld. Het begrip 'cultureel-erfgoeddepot' dekt met andere woorden een brede lading. 
  • De voorgestelde depotindeling vertrekt van een praktisch, logistiek standpunt: de kernmerken van de organisatie in combinatie met de contextgegevens over de beheerde collecties. Andere indelingen zijn uiteraard ook mogelijk.

 

1. Gemeenschappelijk depot voor verschillende collecties en/of eigenaars: een zelfstandige werking

De opslagruimtes voor erfgoed hebben als voornaamste of enige functie het behoud en beheer van erfgoedcollecties. Dat gebeurt meestal achter de schermen. Dergelijke depots doen dienst voor verschillende instellingen of ze herbergen collecties van verschillende eigenaars.

  • Opslag met goede bewaring is de belangrijkste doelstelling. Het is de basispijler in de werking en dient als voorbereidende ondersteuning bij de ontsluitingsfunctie via bv. tentoonstellingen. 
  • De werking gebeurt met eigen personeel.

Enkele voorbeelden:

    • Gezamenlijk depot voor verschillende musea, bv. stedelijke musea Antwerpen (Depot Luchtbal), Gent, Hasselt, Mechelen (Rato);
    • Depots die zowel onroerend als cultureel erfgoed bewaren en beheren, bv. Depot Potyze – Ieper, beheerd door projectvereniging CO7 en stad Ieper;
    • Transit- of nooddepot ten dienste van derden. Het depot bezit geen eigen collecties, bv. Erfgoeddepot PEC Ename.
  • Daarnaast zijn er privé-initiatieven: firma’s die depotruimte te huur aanbieden, eventueel aangevuld met verwante dienstverlening (denk aan transport, depotbeheer, conservatie-restauratie).

 

2. Depot als een basisfunctie van een professioneel (erkende) collectiebeherende instelling

Het depot met zijn werking maakt deel uit van de groep professioneel gerunde collectiebeherende instellingen: musea, archieven en erfgoedbibliotheken.

  • Erkend in Vlaanderen & erkend of professioneel gerund in Brussel
    • In Vlaanderen vallen de 'erkende' collectiebeherende instellingen met kwaliteitslabel onder deze noemer. Ze worden professioneel en zelfstandig gemanaged. Het bewaren van de eigen collectie(s) is een van de vijf functies die samen een voorwaarde zijn voor het kwaliteitslabel (= de erkenning).
    • In het Brussels Gewest is het 'erkend'-criterium minder handig, omdat slechts twee instellingen dit Vlaamse kwaliteitslabel hebben aangevraagd en effectief hebben verworven. Nochtans behoren de federale collectiebeherende instellingen, net als veel gemeentelijke of privaatrechterlijke collectiebeherende instellingen, tot de groep zelfstandige en professionele collectiebeheerders.
  • Basisfunctie: hoewel collectiebeheer een belangrijke pijler van de werking is, ondersteunt dit de ultieme doelen van ontsluiting en publiekswerking. Het depot deelt vaak het gebouw, de werking en het personeel van de andere activiteiten van de instelling. Er is wel een collectie- of depotbeheerder, maar die functie kan ‘gecumuleerd’ worden met andere taken.
  • Het gaat hier niet enkel over strikte cultureel-erfgoedinstellingen, maar ook over publiekrechtelijke archieven die in grote mate met dynamisch en levend archief werken.
  • Daarnaast kan de collectiebeherende instelling onder bepaalde voorwaarden ook ruimte ter beschikking stellen aan andere erfgoedbeheerders, bijvoorbeeld om een calamiteit te beredderen. Als dit gebeurt, is het ondergeschikt aan de goede werking van de eigen instelling.
     

3. Depot als 'nevenactiviteit' bij (meestal) niet-erkende collectiebeherende organisaties of instellingen

De organisatie bezit vanuit haar missie een erfgoedcollectie en heeft een erfgoedwerking. Meestal beheren vrijwilligers de collecties.

  • Er is zelden een specifieke ruimte die als ‘depot’ dienstdoet of een persoon die verantwoordelijk is voor het ‘depot’. Niettemin beheren deze organisaties een schat aan (veelal lokaal) erfgoed dat niet in een collectiebeherende instelling met kwaliteitslabel terecht kan.
  • Dankzij financiële en inhoudelijke steun van de gemeente, erfgoedcel of provincie, maar zeker ook van veel vrijwilligers, slagen steeds meer organisaties erin hun depot te verbeteren.
  • Voorbeelden zijn geschied- en heemkundige kringen en lokale of streekmusea zonder kwaliteitslabel. 

 

4. Collectiehoudende organisaties: erfgoed is geen kerntaak

De organisatie beschouwt het beheer en de ontsluiting van cultureel erfgoed niet als een kerntaak, doel of missie.

  • Het erfgoedgehalte van de collectie kan zowel toevallig als beperkt zijn (bv. scholen, OCMW ‘s, schuttersgilden, sportclubs, muziek-, jeugd- en toneelverenigingen). De collectie kan ook rijk en uitgebreid zijn (bv. kerkfabrieken van belangrijke religieuze monumenten zoals de Sint-Baafskathedraal in Gent, de O.L.V.-Kathedraal in Antwerpen).
  • Opgelet! Ook kunstenorganisaties die in het kader van het Kunstendecreet subsidies ontvangen, worden verondersteld een goed archiefbeheer uit te bouwen.
Laatst gewijzigd op 22/03/2017