U bent hier

Depotlandschap in Vlaanderen & Brussel

Depotlandschap in Vlaanderen & Brussel

Van schets naar tekening: een depotlandschap in wording

Tot enkele jaren geleden was er in Vlaanderen en Brussel nauwelijks een overzicht van het depotaanbod voor erfgoed. En toch waren de noden groot, zoals de opeenvolgende depotstudies in de steden en de provincies al sinds 2001 aantonen. Zie ook: regionaal depotbeleid.

Twee sturende Vlaamse overheidsinitiatieven stimuleerden een onomkeerbare beweging: het zich steeds vernieuwende Cultureel-Erfgoeddecreet (2008, 2012, 2017 en het Onroerenderfgoeddecreet (2013).

In dit hoofdstuk bieden we je een eerste houvast en leidraad voor de dynamische depotontwikkelingen en nieuwe initiatieven. Het hoofdstuk zal dan ook regelmatig worden geüpdatet.

Twee erfgoedvelden – twee benaderingen

Er tekenen zich twee dynamieken met andere uitkomsten af binnen de domeinen van het cultureel en het onroerend erfgoed.

  • In het cultureel-erfgoedveld betreft het ondersteuning met expertise voor de depotwerking, maar ook subsidies voor behoud en beheer, in het besef dat depotwerking slechts één facet is van de vijf werkingsaspecten die collectiebeherende instellingen op zich nemen.
  • In het onroerend erfgoeddomein daarentegen wordt een nieuw kader met een Vlaams netwerk van erkende depots gecreëerd. De Vlaamse erkenning gebeurt op basis van kwaliteitsnormen. Erkende depots kunnen een werkingssubdsidie krijgen, geen investeringssubsidie.

 

1. Cultureel erfgoed en depots

In de cultureel-erfgoedsector zette de Vlaamse overheid al in 2008 het depotbeleid op de agenda door het regionaal depotbeleid toe te wijzen aan de vijf provincies en de Vlaamse Gemeenschapscommissie. Dit regionaal depotbeleid wordt concreet benoemd en ingevuld in het vernieuwde Cultureel-Erfgoeddecreet van 2012. Dat omschrijft de beleidsprioriteiten voor de provincies:

  • het ontwikkelen van een regionaal netwerk van cultureel-erfgoeddepots voor het duurzaam bewaren van het cultureel erfgoed van de beheerders op het grondgebied;

  • het ontwikkelen van dienstverlening voor cultureel-erfgoedbeheerders met betrekking tot het duurzaam bewaren van cultureel erfgoed door:

    • expertise te ontwikkelen en te verzamelen, en die ter beschikking te stellen, met bijzondere aandacht voor het thema collectieverwerving en -afstoting;

    • depotruimtes voor cultureel erfgoed te faciliteren;

  • het coördineren en opzetten van regionale aggregatie- en preservatie-initiatieven voor digitaal cultureel erfgoed met het oog op duurzame toegankelijkheid.
Voor de Vlaamse Gemeenschapscommissie in Brussel maakt het regionaal depotbeleid deel uit van het cultureel-erfgoedconvenant met de Vlaamse overheid.

Op Vlaams of gemeentelijk niveau daarentegen zijn over depots geen specifieke richtlijnen gegeven, met die uitzondering dat de lagere overheden eenmalige FoCI-subsidies (Fonds Culturele Infrastructuur) kunnen aanvragen voor gemeenschappelijke cultureel-erfgoeddepots.

In 2014 komt er een nieuwe wending met het Vlaamse regeerakkoord: cultuur en cultureel erfgoed - dus ook het bijbehorende depotbeleid - zal uit het takenpakket van de provincies verdwijnen. Vanaf 1 januari 2018 zet de Vlaamse overheid - niet langer de provincies - de bakens van dit [regionaal] beleid uit.

2018 wordt het kantelmoment in die evolutie.

 

2. Onroerend erfgoed en depots

In de Vlaamse onroerenderfgoedsector ligt het nieuwe Onroerenderfgoeddecreet (2013) aan de grondslag van een overkoepelend kwaliteitssysteem voor erkende onroerenderfgoeddepots. De Vlaamse overheid wil zo de werking van de bestaande depots versterken en de zorgplicht voor archeologische ensembles, die het decreet met zich meebrengt, faciliteren.

Als voorbereidende toetssteen voor de erkenningscriteria (ondertussen opgenomen in de Uitvoeringsbesluiten [2014] van het Onroerenderfgoeddecreet) werd het proefproject archeologiedepot (2012-2016) opgezet in de provincie Oost-Vlaanderen, met als proeftuin en uitvalsbasis het Provinciaal Erfgoedcentrum in Ename. Dit project resulteert onder meer in instrumenten die concreet toepasbaar zijn binnen een erkenningstraject, zoals de handreiking kwaliteitshandboek voor onroerenderfgoeddepots en de schadeatlas archeologische materialen.

In 2015 zijn de eerste erkende onroerenderfgoeddepots een feit en is het Vlaams depotnetwerk opgestart, in een partnerschap met de provincies. Dit netwerk heeft als voornaamste doel de afstemming tussen de verschillende depots te optimaliseren en het deponeringsproces te stroomlijnen.

 

Op het terrein: erfgoeddepots

Hoewel de twee benaderingen nog niet volledig op elkaar zijn afgestemd, betekenen de nieuwe impulsen dat er grote stappen worden gezet in de professionalisering van de erfgoedzorg. Het besef neemt toe dat de instellingen en organisaties die erfgoedcollecties bewaren en beheren zeer divers zijn, net zoals de erfgoedcollecties zelf. Iedereen is zich ervan bewust dat een geïntegreerde visieontwikkeling over het behoud en beheer van erfgoed, en dus ook over depots en hun werking, een stuwende kracht kan zijn.

Door de gemeenschappelijke onderliggende problematiek van bewaren en beheren is het niet verwonderlijk dat combinaties van een onroerenderfgoeddepot (archeologie, bouwkundige elementen, 'potentiële cultuurgoederen') en een depot voor cultureel erfgoed (museale collecties, bibliotheken, archieven) recent vaker voorkomen of worden opgestart. Ook het besef dat gemeenschappelijke depots duurzamer zijn, draagt daartoe bij. Een meer omvangrijke infrastructuur, met de nodige differentiatie aan bewaaromstandigheden en die door verschillende instellingen wordt benut, is plaats- én kostenbesparend. Die gemeenschappelijke plekken zijn ook motoren van expertiseverhoging en succesvolle samenwerkingen of projecten.

Laatst gewijzigd op 22/03/2017