U bent hier

Constructie

Constructie

De constructie van een depotgebouw, nieuw of bestaand, vormt een eerste buffer tegen mogelijke schade door de buitenwereld aan het erfgoed. De condities in het gebouw hangen vooreerst sterk af van de kwaliteit van de gebouwschil: muren, vensters, dak, vloeren enz. Daarnaast kunnen ook ingrepen op het vlak van de inrichting de bewaarcondities sterk beïnvloeden.

Duurzaamheid wordt een steeds belangrijker principe bij (ver)bouwwerkzaamheden, ook bij depotbouw. Duurzame maatregelen kunnen al van bij het ontwerp worden ingepland. Ze worden bij de bouw zelf gerealiseerd en tijdens de latere exploitatie verder toegepast. Bouw én exploitatie vormen dan één duurzaam geheel.

Met het oog op een zo klein mogelijke ecologische voetafdruk zijn vooral energiezuinigheid en -recuperatie aan de orde. De Europese richtlijn 'Energieprestatie van gebouwen' bepaalt dat vanaf 2021 alle nieuwe gebouwen bijna-energieneutraal (BEN) moeten zijn. Voor nieuwe overheidsgebouwen geldt dat al vanaf 2019.

  • Belangrijk is dat de gebouwschil van goede kwaliteit is en voldoet aan de juiste bouwfysische vereisten. Aanpassingen aan de constructie gebeuren bij voorkeur duurzaam en ecologisch verantwoord.
  • Bepaal de gebouwklasse en ga vervolgens aan de slag om de constructie van jouw depot zo goed en zo duurzaam mogelijk aan te passen aan de noden van het erfgoed, binnen de perken van de beschikbare middelen.
  • Ook in de inrichting kan je passief of actief ingrijpen. Je grijpt passief in als de gebouwschil van een zodanige kwaliteit is dat verbeteringrepen eenmalig kunnen gebeuren: een betere dichting, het gladschuren van wanden en vloeren, het aanbrengen van coatings enz. Het belang van actieve ingrepen, zoals het plaatsen van klimaatinstallaties, verwarming enz., hangt af van de kwaliteit van de constructie en de gestelde bewaareisen.
Laatst gewijzigd op 27/07/2015