U bent hier

Bouwfysische vereisten

Bouwfysische vereisten

Een depot moet ook bouwtechnisch geschikt zijn. Het spreekt voor zich dat een goed gebouwd en onderhouden gebouw de collectie beter beschermt dan een gebouw met fysische gebreken.

GEBOUWSCHIL

De schil van het gebouw beschermt de inhoud tegen externe factoren. Als de schil niet water- en winddicht is, kan dat het binnenklimaat sterk beïnvloeden. De schil wordt het meest door het buitenklimaat belast aan de kant van de overheersende windrichting. Zie KMI voor weersresultaten in jouw regio.

Om de invloed van de gebouwschil op het binnenklimaat te peilen kan je een jaar lang de temperatuur en relatieve vochtigheid meten, zowel binnen als buiten. Een vergelijking van de gegevens levert interessante resultaten op over de omgevingscondities en om te bepalen of de schil aan renovatie(s) toe is.

Vloeren, wanden EN plafonds: DE IDEALE SITUATIE

  • De vloeren van depots kunnen een bepaalde belasting dragen. Afhankelijk van de hoogte van de rekken en het maximale gewicht van de bewaarde collectie:
    • een draagkracht van 700 tot 1000 kg/m² voor depots met vaste rekken
    • een draagkracht van 1000 tot 1500 kg/m² voor depots met mobiele rekken
  • Vloeren, wanden en plafonds zijn glad afgewerkt, zodat ze geen stof aantrekken en makkelijk te reinigen zijn. Ze zijn bovendien waterdicht uitgevoerd en zijn zo horizontaal en recht mogelijk, met het oog op het rijden met karretjes e.d.
  • Het gebouw is vrij van indringend vocht en vertoont bij geen enkele weergesteldheid condensvorming. Het is uitgerust met een continu verzekerde afvoer van regenwater en is zodanig ingericht dat bij een leidingbreuk of overlast van brandwater het water niet kan doordringen in lagergelegen depotruimtes.
  • De bouw- en afwerkingmaterialen scheiden geen stof, partikels of schadelijke gassen af. Ze zijn ook zodanig gekozen dat ze bij brand zo weinig mogelijk giftige of irriterende gassen, rook of roet veroorzaken.
    • TIP: breng een coating aan op betonnen muren, vloeren en plafonds in uw depot. Gebruik hiervoor een product dat ademt in één richting en water afschrikt in de andere richting, bv. Globaprim Hydrofix 
  • Kabels, leidingen en kanalen doen geen dienst als voedings- of afvoerleiding voor andere ruimtes dan het depot of voor een depotcompartiment op een andere verdieping. Elke kabel, leiding, of kanaal voor voorzieningen in andere ruimtes brengt risico's met zich mee: een water- of afvoerleiding kan breken, een verwarmingsbuis kan de temperatuur in de winter te hoog laten oplopen…


GEEN VENSTERS

Vensters zijn in depotruimtes in principe niet toegestaan vanwege de mogelijke lichtschade, de algemene veiligheid, de brandveiligheid en de klimaatregeling in de magazijnen. Dit zijn nadelen van vensters:

  1. ze laten UV-straling door die de collectiestukken kan beschadigen;
  2. ze bieden meer mogelijkheden om in te breken;
  3. ze kunnen een brand aanwakkeren;
  4. ze bemoeilijken het behoud van een stabiele temperatuur en luchtvochtigheid;
  5. ze laten ongedierte binnen als ze openstaan.

Bij het inrichten van een depot in een bestaand gebouw wordt daarom het best gekozen voor ruimtes met weinig of geen ramen.

Laatst gewijzigd op 07/01/2015