U bent hier

Binnenklimaat meten

Binnenklimaat meten

Wij, mensen, merken het snel als de temperatuur zelfs maar een graad omhoog- of omlaaggaat. Maar we zijn redelijk ongevoelig voor luchtvochtigheid: we merken het alleen als de lucht erg droog of vochtig is. Veel materialen zijn net gevoeliger voor vochtigheid dan voor temperatuur. Meten is weten, maar hoe begin je eraan?

WAAROM METEN?

  • om de risico's voor de collectie in kaart te brengen
  • om ongewenste invloeden op het binnenklimaat en microklimaten op te sporen
  • om te controleren of de klimaatbeheersing aan de eisen voldoet


HOE PAK JE HET AAN?

Doen

  • Leen meettoestellen uit bij je depotconsulent of overweeg goed welke toestellen je aankoopt.
  • Zorg ervoor dat de toestellen recent geijkt zijn volgens de richtlijnen van de fabrikant.
  • Meet bij voorkeur gedurende één jaar.
  • Meet op voldoende afstand van vloer, plafond, buitenmuren, klimatisatielampen, direct invallend zonlicht of tocht.
  • Meet altijd opnieuw op dezelfde plaatsen en tijdstippen. 
  • Laat een manueel toestel vóór het meten een kwartier wennen aan zijn nieuwe omgeving.
  • Houd tijdens de meetperiode een klimaatlogboek bij.
  • Informeer je collega's, zodat zij indien nodig deze taak kunnen overnemen en de continuïteit van de metingen gegarandeerd blijft.


Afwegen

  • Klimaatmetingen en een gespecialiseerde analyse kan je tegen betaling ook laten uitvoeren door een monumentenwachter Interieur, het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium of een conservator-restaurator.
  • Heb je alleen een manueel toestel, probeer dan toch zo vaak mogelijk te meten. Zoek een compromis tussen nauwkeurige metingen en de tijd die het in beslag neemt.
  • Programmeer het meetinterval van een datalogger zo dat het geheugen na een jaar bijna vol is.

Laten

Raak de sensoren van een meettoestel niet aan, want dat veroorzaakt een piek en de achterblijvende vetvlekken kunnen de metingen blijvend beïnvloeden.

Laatst gewijzigd op 01/09/2015