U bent hier

Binnenklimaat beheersen

Binnenklimaat beheersen

Na het meten van het binnenklimaat en het maken van een risicoanalyse kan je een strategie ontwikkelen om het klimaat te verbeteren: ongewenste invloeden voorkomen of beperken, buffers aanbrengen, bepalen welk type klimatisatie nodig is of hoe je de bestaande klimatisatie moet aanpassen.

Klimaatstrategie

De combinatie van maatregelen die je getroffen hebt of gaat treffen, noemen we een klimaatstrategie. Er zijn diverse maatregelen mogelijk, kosteloze en dure:
  • gebruik van de ruimte en plaatsing van collectiestukken
  • vochtbuffers
  • microklimaten creëren met gesloten meubilair of verpakkingen
  • verbeteren van de bouwfysische eigenschappen van de bouwschil: isolatie, vochtwering en vooral luchtdichtheid
  • meer of minder ventilatie
  • verwarming, het liefst met hygrostaat
  • lokale be- of ontvochtiging
  • centrale, vaste klimaatinstallatie
Met het oog op duurzaamheid maken we een opdeling tussen passieve en actieve (energieverbruikende) klimaatbeheersing. Hoe meer je inzet op de eerste soort, hoe energiezuiniger je depot wordt. Het spreekt voor zich dat je eerst de oorzaak van een probleem zo veel mogelijk wegneemt, voor je het probleem zelf bestrijdt.
 

vuistregels

Hét basisprincipe voor klimaatbeheersing is de directe invloed van de temperatuur op de relatieve vochtigheid. Daaruit volgen twee vuistregels:
  • Om de RV te verlagen kan je ontvochtigen, maar ook verwarmen. 
  • Om de RV te verhogen kan je bevochtigen, maar ook de temperatuur verlagen.
 

AANBEVELINGEN

  • Begin hoe dan ook met de eerste maatregel.
  • Overweeg en beargumenteer je klimaateisen.
  • Pas eerst passieve maatregelen toe, en pas als die niet volstaan actieve systemen.
  • Investeer eerst in de bouwschil, daarna pas in klimatisatie. Zelfs kleine verbeteringen aan de bouwschil kunnen al een groot verschil maken voor het natuurlijke binnenklimaat en beperken het energieverbruik bij actieve klimatisatie
  • Breng zowel de kosten op korte als op lange termijn in kaart vooraleer je voor een bepaalde aanpak kiest.
  • Klimatiseer nooit meer dan nodig, zeker niet als je voor een centrale klimaatinstallatie kiest:
      • Maak maximaal gebruik van natuurlijke klimaatverschillen in het gebouw en werk met klimaatzones.
      • Als je maar weinig klimaatgevoelige voorwerpen hebt of het binnenklimaat is te instabiel, plaats de voorwerpen dan in een geklimatiseerde box.
      • Weeg de waarde van je collectie af tegen de aankoopprijs en de jaarlijkse kosten van de klimatisatie.
  • Laat je begeleiden door een expert, eventueel via je depotconsulent. 
  • Het boek Klimaatwerk. Richtlijnen voor het museale binnenklimaat van Bart Ankersmit bevat nog meer nuttige info over klimaatbeheersing. Het is ook interessant voor niet-museale depots.
Laatst gewijzigd op 05/11/2013